Artikel 3. Goedkeuring van de typen van chassis of zelfdragende voertuigen
15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]
Hoofdstuk II: Goedkeuring
OPGELET: artikel 3 werd gewijzigd door het KB van 14-04-2009 (BS 28-04-2009, 4e editie).
De uiterste datum van inwerkingtreding is 29 oktober 2014, doch voor bepaalde voertuigcategorieën is de inwerkingtreding reeds vroeger voorzien:
- Wat de goedkeuring van de voertuigen van de categorie M1 en de complete en incomplete voertuigen van de categorieën M2 en M3 en de goedkeuring van nieuwe systemen, onderdelen of technische eenheden betreft : 29 april 2009.
- Wat de goedkeuring van de voltooide voertuigen van de categorieën N2, N3, M2 en M3 betreft : 29 april 2010.
- Wat de goedkeuring van de complete en incomplete voertuigen van de categorieën N1, N2, N3, O1, O2, O3, O4 betreft : 29 oktober 2010.
- Wat de goedkeuring van de voertuigen voor speciale doeleinden van de categorie M1 betreft : 29 april 2011.
- Wat de goedkeuring van de voltooide voertuigen van de categorieën N1, O1, O2, O3 en O4 betreft : 29 oktober 2011.
- Wat de goedkeuring van de voertuigen voor speciale doeleinden van de categorieën N1, N2, N3, M2, M3, O1, O2, O3 en O4 betreft : 29 oktober 2012.
Artikel 3. Goedkeuring van de typen van chassis of zelfdragende voertuigen
§1.
1° Elk type van chassis of zelfdragend voertuig dat in België gebouwd, gemonteerd of ingevoerd is onder dekking van een aangifte van verbruik moet door de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde zijn goedgekeurd.
2° De goedkeuring bestaat of wel in het nagaan van de overeenkomst van het voertuig met de voorschriften van dit reglement, of wel in het afleveren van het E.E.G.-goedkeuringsformulier voorzien in artikel 2, b) van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en opgemaakt zoals is voorgeschreven in artikel 10 van die richtlijn, of wel in het nagaan van de overeenkomst van het voertuig met het eventueel in een andere Lid-Staat eraan verleende goedkeuringsformulier.
3° De bepaling van §1, 1, is niet van toepassing op de voertuigen die in dienst werden gesteld voor 15 juni 1968 en die niet moesten gedekt zijn door een proces-verbaal van goedkeuring.
4° De bepaling van §1, 1, is niet van toepassing voor de volgende voertuigen:
a) de aanhangwagens die uitsluitend worden gebruikt door kermiskramers en eigen zijn aan dat beroep;
b) de voertuigen van de federale politie;
c) de aanhangwagens waarvan de maximale toegelaten massa niet meer bedraagt dan 750 kg;
d) de voertuigen die overeenkomstig de vigerende reglementering van een inschrijvingsbewijs en een proefrittenplaat zijn voorzien;
e) het materieel dat door de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde erkend is als zijnde van speciale constructie.
Om deze erkenning te bekomen moet de constructeur of zijn vertegenwoordiger bij het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur de nodige documentatie indienen dit het mogelijk moet maken de juiste benaming van het typevoertuig te bepalen. Dit wordt dan vastgesteld in een genummerd proces-verbaal van benaming (P.V.B.).
Deze bepaling is van toepassing op de voertuigen ingeschreven vanaf 1 januari 1982.
f) de auto's en de aanhangwagens ervan die zich uitsluitend tussen de laad- en loskaaien de opslagplaatsen, de hangars en de magazijnen gelegen binnen de zee- en rivierhavens verplaatsen, overeenkomstig een gemeentelijke machtiging, hiervoor afgeleverd.
§2. De levering van een chassis of van een zelfdragend voertuig is verboden wanneer dit laatste niet geheel overeenkomt met het type dat werd goedgekeurd, tenzij voor de levering tussen partijen schriftelijk werd overeengekomen dat bedoeld voertuig niet bestemd is om op de openbare weg te worden gebruikt.
§3. De ingebruikneming op de openbare weg van een chassis of van zelfdragend voertuig is verboden, wanneer dit laatste niet geheel overeenkomt met het type dat werd goedgekeurd ingevolge een aanvraag, ingediend door de in artikel 6 van hetzelfde besluit bedoelde personen.
§4. De ingebruikneming op de openbare weg van voertuigen, bedoeld in §1,4°,e), is verboden, wanneer voor het type ervan geen proces-verbaal van benaming is opgesteld of wanneer het type niet volledig overeenstemt met dat, vermeld in de documentatie waarvan sprake in hetzelfde lid.
Toekomstige wetgeving : vanaf 29 oktober 2014 !!
Artikel 3. Toepassingsgebied
§1. Elk voertuig van de categorieën M, N, O, T, C, R en S, elk systeem, elk onderdeel of technische eenheid, dat of die bestemd zijn voor deze voertuigen, wordt gemonteerd of ingevoerd in België op grond van een aangifte ten verbruik, moet worden goedgekeurd door de bevoegde instantie.
De goedkeuring bestaat uit de verificatie van de overeenstemming van het voertuig, type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid met de voorschriften van dit besluit, hetzij door de afgifte van het EG of nationale goedkeuringscertificaat, hetzij door de verificatie van de overeenstemming van het voertuig, type, systeem, onderdeel of technische eenheid met het goedkeuringscertificaat dat eraan zou zijn toegekend door een andere Lidstaat.
§2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de typegoedkeuring van in een of meer fasen ontworpen en gebouwde voertuigen die bestemd zijn voor gebruik op de weg, en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn ontworpen en gebouwd.
Het is ook van toepassing op de individuele goedkeuring van deze voertuigen.
Dit hoofdstuk is ook van toepassing op de onderdelen en de uitrustingsstukken die bestemd zijn voor deze voertuigen.
§3. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de typegoedkeuring noch voor de individuele goedkeuring van de volgende voertuigen :
a) de vierwielers, zoals gedefinieerd in de richtlijn 2002/24/EG van het Europese Parlement en van de Raad van 18 maart 2002 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen;
b) de andere rupsvoertuigen dan die vermeld in categorie C.
§4. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de volgende voertuigen :
a) de voertuigen die in gebruik werden genomen vóór 15 juni 1968 en die niet moesten gedekt zijn door een proces-verbaal van goedkeuring;
b) de aanhangwagens die uitsluitend gebruikt worden door de foorkramers en eigen zijn aan dat beroep;
c) de voertuigen van de federale en de lokale politie;
d) de voertuigen die zijn voorzien, overeenkomstig de vigerende reglementering, van een bewijs en van een proefrittenplaat;
e) het materieel dat door de bevoegde instantie wordt erkend als zijnde van speciale constructie.
Om deze erkenning te bekomen moet de fabrikant of zijn vertegenwoordiger bij de overheid die bevoegd is inzake goedkeuring de nodige documentatie indienen om het mogelijk te maken de juiste benaming van het type voertuig te bepalen. Deze wordt vastgelegd in een genummerd proces-verbaal van benaming (P.V.B.).
Deze bepaling is van toepassing op de voertuigen ingeschreven vanaf 1 januari 1982.
f) de autovoertuigen en hun aanhangwagens die uitsluitend rijden tussen de laad- en loskaaien, de opslagplaatsen, de hangars en de magazijnen gelegen binnen de zee- en rivierhavens, overeenkomstig de bepalingen van een hiervoor afgeleverde gemeentelijke machtiging.
§5. De individuele goedkeuring overeenkomstig dit hoofdstuk is niet van toepassing op de volgende voertuigen :
a) de voertuigen die uitsluitend zijn bestemd voor wegraces;
b) de prototypes van voertuigen die onder verantwoordelijkheid van een fabrikant op de weg worden gebruikt in het kader van een specifiek testprogramma, mits zij speciaal daarvoor zijn ontworpen en gebouwd.
Die voertuigen mogen alleen worden gebruikt in de voorwaarden voorgeschreven door de bevoegde instantie.







