Actueel

Afdrukken

Hoofdstuk XII. Opsporing en vaststelling van de inbreuken (art. 18-19)

Gepost in 14 JULI 2005

14 JULI 2005. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer.
[B.S. 26.07.2005]

Hoofdstuk XII. Opsporing en vaststelling van de inbreuken

Artikel 18

§1. De inbreuken op de verordening en op dit besluit, vastgesteld in België of aangegeven door de bevoegde overheid van een andere lidstaat of van een derde land, worden bestraft overeenkomstig de artikelen 2 en 2bis van de bovengemelde wet van 18 februari 1969 of artikel 4 van de wet van 21 juni 1985, ook als de inbreuk is begaan op het grondgebied van een andere lidstaat of van een derde land, al naar gelang zij betrekking hebben op het gebruik van het controleapparaat of op zijn technische kenmerken.

§2. Met het opsporen en vaststellen van de inbreuken op dit besluit worden belast :

het personeel van het operationele kader van de federale politie en van de lokale politie;

de ambtenaren van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en van het Directoraat-generaal Vervoer te Land, belast met een mandaat van gerechtelijke politie;

de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen;

de sociale inspecteurs en sociale controleurs die toezien op de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;

§3. De hoedanigheid van gerechtelijk officier kan door Ons verleend worden aan de in artikel 18, § 2, 2° bedoelde ambtenaren.

Artikel 19

Artikel 2, 1° punt h van het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg, gewijzigd bij artikel 67, 2° van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg, wordt aangevuld als volgt :

« - de inbreuken op artikel 15, punt 8 van dezelfde verordening : 2.500 euro;
- de inbreuken op artikel 16.2., 2eparagraaf van dezelfde verordening: 2.000 euro;
- de inbreuken op artikel 16.3, 1e, 2e, 3eparagraaf van dezelfde verordening: 1.000 euro;
- het gebruik of het bezit van een tachograafkaart door een bestuurder die er geen houder van is : 2.500 euro;
- het beurtelings gebruik van twee of meerdere bestuurderskaarten toegekend aan verschillende bestuurders, door een bestuurder die er al dan niet houder van is : 2.500 euro;
- het gebruik van een als verloren of gestolen gemelde tachograafkaart : 2.500 euro;
- het beurtelings gebruik van meerdere geldige tachograafkaarten door hun houder : 2.500 euro;
- het gebruik van een vervalste, valse of vervallen tachograafkaart : 2.500 euro. »