Je hebt het dus over deze situatie :
Artikel 75 van de wegcode :
75.2. Markeringen die de denkbeeldige rand van de rijbaan aanduiden.Een brede witte doorlopende streep mag op de rijbaan aangebracht worden om de denkbeeldige rand van die rijbaan aan te duiden.
Het aan de andere kant van deze streep gelegen deel van de openbare weg is voorbehouden voor het stilstaan en parkeren, behalve op autosnelwegen en autowegen.
Het begin en het einde van deze
parkeerzone mogen aangeduid worden door een witte doorlopende dwarsstreep.
De plaatsingsvoorwaarden (MB 11/10/1976) stellen dit :
Artikel 17 :
17.2. Denkbeeldige rand. 
De breedte van de witte doorlopende streep is ongeveer :
* 0,30 m op de autosnelwegen;
* 0,25 m op de andere wegen met rijstroken;
* 0,20 m op de wegen zonder rijstroken.
Een parkeervak op de rijbaan is nergens voorzien en bestaat dus eigenlijk niet.
Zomaar gaan stellen dat die parkeerzone geen parkeerzone is, louter omdat de breedte van de witte doorlopende streep niet overeenkomstig de plaatsingsvoorwaarden is, lijkt me vergaand te zijn. Finaal heeft de rechtbank hier uiteraard het laatste woord. De wegbeheerder gaat sowieso wel de mist in ... .
De wegcode is er voor de weggebruikers, de plaatsingsvoorwaarden zijn er in de eerste plaats voor de wegbeheerders.
Kortom : uiteindelijk heeft de rechtbank hier het laatste woord. Ons insziens mag men (veiligheidshalve) niet rijden over een parkeerzone, ook niet wanneer de streep - die de denkbeeldige rand van de rijbaan vormt - niet voldoende breed is.