1 DECEMBER 1975. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
[BS 09.12.1975]

Titel III: Verkeerstekens

Hoofdstuk II: Verkeersborden

Artikel 65. Algemene bepalingen

65.1. De verkeersborden worden ingedeeld in zes categorieën:

A. Gevaarsborden.
B. Verkeersborden betreffende de voorrang.
C. Verbodsborden.
D. Gebodsborden.
E. Verkeersborden betreffende het stilstaan en parkeren.
F. Aanwijzingsborden.

65.2. De betekenis van een verkeersbord kan worden aangevuld, nader bepaald of beperkt door een wit opschrift of symbool op een rechthoekig onderbord met blauwe achtergrond dat onder het teken bevestigd is.

De onderborden betreffende de fietsen en tweewielige bromfietsen hebben evenwel zwarte opschriften en symbolen op witte achtergronden en zijn van één van de volgende modellen :

M.1.      M.2.

M.3.     M.4.

M.5.     M.6.

M.7.     M.8.

M.9.     M.10.

Behoudens plaatselijke omstandigheden vullen de onderborden M2 tot M5 respectievelijk de borden C1 en F19 aan.

C1            F19

De onderborden bij de verkeersborden C24a en D4 dragen de letters B, C, D of E in zwart opschrift op een witte ondergrond en zien eruit als volgt :

65.3. Signalisatie met veranderlijke informatie

Wanneer gevaarsborden, verkeersborden betreffende de voorrang, verbodsborden, gebodsborden of aanwijzingsborden in hetzelfde signaleringsbord kunnen verschijnen, mogen de symbolen en opschriften met een donkere kleur, weergegeven worden in een lichte kleur en de achtergronden met een lichte kleur worden vervangen door donkere achtergronden.

De rode kleur van het symbool van een verkeersbord en van zijn rand wordt niet gewijzigd.

De verkeersborden behouden hun betekenis.

65.4. Rijstrooksignalisatie

Wanneer een gevaarsbord, een verkeersbord betreffende de voorrang, een verbodsbord, een gebodsbord of een aanwijzingsbord geplaatst is boven een rijstrook, of wanneer gebruik is gemaakt van verkeersborden F89 en F91, geldt de aanwijzing die door het bord gegeven wordt alleen voor die rijstrook.

65.5. Signalisatie met zonale geldigheid

1. Aan de verbodsborden en de borden betreffende het parkeren kan de zonale geldigheid worden gegeven.

Hun betekenis blijft ongewijzigd.

2. De Minister van Verkeerswezen bepaalt de verkeersborden die voor signalisatie met zonale geldigheid gebruikt kunnen worden.

3. Ze komen voor op een bord met witte achtergrond.

Voorbeelden :

Begin van een zone waar het parkeren voorbehouden is voor voertuigen met een maximale toegelaten massa van niet meer dan 3,5 ton.
Einde van een zone waar het parkeren voorbehouden is voor voertuigen met een maximale toegelaten massa van niet meer dan 3,5 ton.
Begin van een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone).
Einde van een zone met beperkte parkeertijd.
Begin van een zone waar het verboden is een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen.
Einde van een zone waar het verboden is een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen.
Begin van een zone waar de toegang verboden is voor bestuurders van voertuigen waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan de aangeduide massa.
Einde van een zone waar de toegang verboden is voor bestuurders van voertuigen waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan de aangeduide massa.
Begin van een zone waar de snelheid beperkt is tot de aangeduide snelheid.
Einde van een zone waar de snelheid beperkt is tot de aangeduide snelheid.

4. Het verkeersbord betreffende het begin van een zone waar een bijzonder verbod of een bijzondere regel inzake parkeren van toepassing is, wordt rechts geplaatst aan elke toegang tot deze zone.

Het mag links herhaald worden.

5. Het verkeersbord betreffende het einde van een zone wordt geplaatst aan elke uitgang; het mag aan de achterzijde van het verkeersbord betreffende het begin van een zone bevestigd worden.

6. De reglementering geldt in gans de aldus afgebakende zone, behoudens, voor wat het parkeren betreft, op plaatsen waar door middel van verkeerstekens een andere parkeerregeling is voorzien.

7. Het verkeersbord dat het begin van een verbodszone aangeeft, mag aangekondigd worden door een gelijkaardig verkeersbord aangevuld met de vermelding van de afstand, bij benadering, waarop de verbodszone begint.

Voorbeeld :

8. De reglementering die in de zone van toepassing is mag herhaald worden door een bord gelijkaardig aan dat geplaatst bij het begin van de zone, aangevuld met het woord "Herhaling".

Voorbeeld :

9. De betekenis van een signalisatie met zonale geldigheid kan worden aangevuld, nader bepaald of beperkt door een zwart opschrift of symbool.

Evenwel mag, voor wat betreft het verkeersbord E9a, het opschrift of het symbool in het wit op de blauwe achtergrond van het bord aangebracht worden.

Voorbeelden :

 

10. Snelheidszones worden aangeduid door het verkeersbord C43 waaraan overeenkomstig 65.5.3. zonale geldigheid wordt gegeven.

Vanaf het zonebord tot het eindezonebord is het verboden te rijden met een hogere snelheid dan de zonale snelheid.

Het zonebord wordt rechts geplaatst aan elke toegang tot de desbetreffende snelheidszone. Het bord mag links herhaald worden.

Wanneer binnen de zone het bord C43 een andere snelheid aanduidt, dan geldt vanaf het volgende kruispunt opnieuw de zonale snelheid. Het zonebord wordt niet herhaald.

Binnen de snelheidszone mag geen bord C43 worden geplaatst die een hogere snelheid aanduidt dan de zonale snelheid.

Wanneer binnen de zone, een erf, woonerf, of schoolomgeving wordt afgebakend, dan geldt vanaf het einde van het erf, woonerf of schoolomgeving opnieuw de zonale snelheid. Het zonebord wordt niet herhaald.

Wanneer binnen de zone een bebouwde kom wordt afgebakend, dan moet op het einde van de bebouwde kom het zonebord evenwel opnieuw geplaatst worden.

Wanneer binnen de zone een andere snelheidszone wordt afgebakend, dan moet op het einde van de andere snelheidszone het zonebord opnieuw geplaatst worden.

De punten 65.5.6. tot en met 65.5.9. zijn niet van toepassing op snelheidszones.

11. De wegbeheerder mag binnen de snelheidszone aan verlichtingspalen en verkeerspalen een zelfklevend vignet of herkenningsbord bevestigen met een afbeelding van het verkeersbord C43 die zonale snelheid in herinnering brengt.

Het vignet en het herkenningsbord dienen als herkenningsteken en hebben op zich geen bindende gevolgen voor de weggebruiker.

De minister bevoegd voor het wegverkeer kan de plaatsingsvoorwaarden en de afmetingen van het vignet en het herkenningsbord bepalen.

65.6. Beperking van de draagwijdte van de verkeersborden.

Wanneer een verkeersbord slechts betrekking heeft op een uitrit rechts van de rijbaan die in rijstroken is verdeeld, wordt het aangevuld met een onderbord van volgend model :