|
5.1.
De ligging
van het werk noodzaakt de voetgangers, de fietsers en de bestuurders van
tweewielige bromfietsen om het trottoir of fietspad te verlaten, zonder op
de rijbaan te komen.
1°
signalisatie op afstand : een verkeersbord A31 aangevuld met een onderbord van
type I
van bijlage 1 bij dit besluit, wordt geplaatst op 50 m vóór het begin
van het werk.
A31
2°
signalisatie ter plaatse aan het begin van het werk :
een inrichting van
bijlage 4
bij dit besluit moet aan het
begin van het werk geplaatst worden. Er moet ten minste één oranjegeel
knipperlicht op de inrichting geplaatst worden.
3°
zijdelingse signalisatie :
a)
Langsheen het werk wordt een gang aangebracht van :
-
ten minste 1,50 m wanneer slechts één van de categorieën
van weggebruikers er moet gebruik van maken;
-
ten minste 2 m wanneer zowel voetgangers, fietsers als
bestuurders van tweewielige bromfietsen er samen moeten gebruik van maken.
Wanneer in uitzonderlijke omstandigheden de plaatsgesteldheid dit niet
toelaat, mag de breedte van de gang teruggebracht worden tot 1 m.
b)
De zijdelingse afbakening die het verkeer van de
voetgangers, de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen van
dat van de andere weggebruikers scheidt, wordt aangebracht door een van de
middelen van
type II van bijlage 2 bij dit besluit en op gepaste manier
verlicht.
Wanneer verkeerskegels worden gebruikt, hebben zij een
minimale hoogte van 0,40 m.
c)
Wanneer het niveauverschil tussen het werk en de plaats
waar de voetgangers, de fietsers en de bestuurders van tweewielige
bromfietsen zich bevinden meer dan 0,20 m bedraagt, wordt over de
volledige lengte hetzij een voldoende stevige inrichting, hetzij een
beschermnet aangebracht.
Indien dit niveauverschil minder dan 0,20 m bedraagt, worden
de verkeerskegels van
type II van bijlage 2 bij dit besluit gebruikt.
Zij worden ten hoogste op 5 m van elkaar geplaatst.
Zij hebben een minimale hoogte van 0,40 m.
d)
De zijdelingse signalisatie wordt op gepaste manier
verlicht met witte of gele lampen.
4°
Signalisatie van het einde van het werk :
a)
Het verkeersbord F47 wordt geplaatst op ongeveer 25 m
voorbij het einde van het werk of voorbij het laatste afbakeningsmiddel.
F47
b)
Ongeveer 30 m voorbij het werk plaatst de aannemer een bord
waarop in het geel, op een zwarte achtergrond, de naam staat van de
verantwoordelijke voor de signalisatie en diens telefoonnummer.
De letters en cijfers op dit bord hebben een hoogte van ten
minste 0,06 m.
5.2.
De ligging van het werk noodzaakt de voetgangers, de
fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen niet om het
trottoir of het fietspad te verlaten :
De hierna vermelde signalisatie mag slechts geplaatst worden
voorzover de voetgangers, de fietsers en de bestuurders van tweewielige
bromfietsen over een gang beschikken van ten minste 1,00 m breed.
Is dit niet het geval, dan wordt het werk gesignaleerd
overeenkomstig
artikel 5.1. van dit besluit.
1.
Werken die ingeplant zijn over een afstand van meer dan
ongeveer 20 m.
1°
signalisatie op afstand : het verkeersbord A31 aangevuld met een onderbord van
t ype I
van bijlage 1 bij dit besluit, wordt geplaatst op ongeveer 50 m.
A31
2°
signalisatie ter plaatse aan het begin van het werk
:
een inrichting van
bijlage 4 bij dit besluit wordt geplaatst
over gans de breedte van het werk. Er wordt minstens één oranjegeel
knipperlicht op de inrichting geplaatst.
3°
zijdelingse signalisatie :
a)
Wanneer het niveauverschil tussen het werk en de plaats
waar de voetgangers, de fietsers, en de bestuurders van tweewielige
bromfietsen zich bevinden meer dan 0,20 m bedraagt, wordt over de
volledige lengte hetzij een voldoende stevige inrichting, hetzij een
beschermnet aangebracht.
Indien dit niveauverschil minder dan 0,20 m bedraagt, worden
de verkeerskegels van type II van bijlage 2 bij dit besluit gebruikt.
Zij worden ten hoogste op 5 m van elkaar geplaatst.
Zij hebben een minimale hoogte van 0,40 m.
b)
De zijdelingse signalisatie wordt op gepaste manier
verlicht met witte of geelachtige lampen.
c)
Het verkeersbord F47 wordt geplaatst op ongeveer 25 m
voorbij het einde van het werk of voorbij het laatste afbakeningsmiddel.
F47
Ongeveer 30 m voorbij het werk plaatst de aannemer een bord
waarop in het geel, op een zwarte achtergrond, de naam staat van de
verantwoordelijke voor de signalisatie en diens telefoonnummer. De letters en cijfers op dit bord hebben een hoogte van ten
minste 0,06 m.
2.
Werken die ingeplant zijn over een afstand van minder
dan ongeveer 20 m : het volledige werk wordt afgebakend hetzij door een
voldoende stevige inrichting, hetzij door een beschermnet, en op gepaste
manier verlicht met witte of geelachtige lampen.
5.3.
Werken die uitgevoerd worden op de bermen die de
voetgangers moeten volgen tengevolge van het ontbreken van trottoirs.
1°
Het werk wordt afgebakend hetzij met een inrichting
van bijlage 4 bij dit besluit, hetzij met een van de middelen van
type II
van bijlage 2 bij dit besluit, hetzij met een beschermnet.
Het werk wordt op gepaste manier verlicht met witte of
geelachtige lampen.
2°
Er moet een gang van ten minste 1,00 m breed
beschikbaar blijven voor de voetgangers.
|