22 DECEMBER 2003. - Koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van de overtredingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en zijn uitvoeringsbesluiten.
[B.S. 31.12.2003]
Artikel 1
Voor het toepassen van de procedure die in dit besluit geregeld wordt, kunnen enkel het personeel van het operationeel kader van de federale en lokale politie, de personeelsleden van de Administratie der Douane en Accijnzen bij de uitvoering van hun dienst en de wegenbrigadiers en de controleurs van de Directie Controle van het Directoraat-generaal Vervoer te Land van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, door de procureur-generaal bij het Hof van Beroep gemachtigd worden.
Artikel 2
Voor de inning en de consignatie van een som wordt gebruik gemaakt van genummerde formulieren, die samengevoegd zijn in genummerde boekjes en die overeenstemmen met het model van bijlage 2 tot het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg. Indien tegelijkertijd verschillende overtredingen ten laste van een weggebruiker worden vastgesteld, noteert de bevoegde agent alle overtredingen op eenzelfde formulier.
Voor het toepassen van de procedure van inning mag het formulier worden vervangen door een proces-verbaal indien de som niet werd geïnd op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding.
Artikel 3
Onder de voorwaarden vastgesteld in artikel 65 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 :
1° De overtredingen bedoeld in het koninklijk besluit van koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen uitgevaardigd op grond van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, kunnen, per overtreding, aanleiding geven tot de inning van een som van :
- 100 euro voor de overtredingen van de tweede graad;
- 150 euro voor de overtredingen van de derde graad;
- 300 euro voor de overtredingen van de vierde graad.
2° Het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de reglementen uitgevaardigd op grond van de wet betreffende de politie over het wegverkeer kan, per overtreding, aanleiding geven tot de inning van de volgende som :
- voor de eerste 10 kilometer per uur boven de toegelaten maximumsnelheid bedraagt de som 50 euro;
- binnen de bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, woonerf en erf wordt boven de eerste 10 km/u. boven de toegelaten maximumsnelheid de som van 50 euro met telkens 10 euro vermeerderd voor elke bijkomende kilometer per uur waarmee de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden;
- in alle andere gevallen wordt boven de eerste 10 kilometer per uur boven de toegelaten maximumsnelheid de som van 50 euro vermeerderd met telkens 5 euro voor elke bijkomende kilometer per uur waarmee de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden.
3° De overige overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van de wet betreffende de politie over het wegverkeer kunnen aanleiding geven tot de inning van een som van 50 euro per overtreding.
4° Een overtreding van artikel 34, § 1, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer geeft aanleiding tot de inning van 137,50 euro.
Artikel 4
De onmiddellijke inning is uitgesloten :
1° indien de overtreder minder dan 18 jaar oud is;
2° indien één der overtredingen die bij dezelfde gelegenheid worden vastgesteld geen aanleiding kan geven tot deze procedure;
3° indien de overtreder een woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft :
- wanneer de totale som van de inning meer bedraagt dan 300 euro. De overtreding bedoeld in artikel 3, 4°, van dit besluit wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van voornoemde maximumsom. Of;
- wanneer een snelheidsbeperking met meer dan 40 kilometer per uur wordt overtreden. Of;
- wanneer een snelheidsbeperking met meer dan 30 kilometer per uur wordt overtreden binnen de bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, woonerf en erf. Of;
- wanneer een overtreding van de derde graad tegelijkertijd wordt vastgesteld met een andere overtreding. Of;
- wanneer een overtreding van de vierde graad wordt vastgesteld.
Artikel 5
Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft en één of meerdere overtredingen bij dezelfde gelegenheid te zijnen laste zijn vastgesteld, mag de geïnde som niet hoger zijn dan 750 euro. Deze som wordt beperkt tot 350 euro wanneer het uitsluitend gaat om meerdere overtredingen van de eerste of tweede graad.
De overtreding bedoeld in artikel 3, 4°, van dit besluit wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van voornoemde maximumsommen.
Artikel 6
Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, en niet onmiddellijk de voorgestelde som betaalt, is de in consignatie te geven som gelijk aan de totale som zoals vastgesteld in artikel 3 of 5.
Artikel 7
De betaling kan op de volgende manier geschieden :
1. Betaling in geld.
1.1. De betaling in geld is slechts van toepassing op personen die geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben. Voor die betaling vult de bevoegde agent de stroken A, B en C van het formulier in, waarvan :
- strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie bij de bevoegde politierechtbank;
- strook B aan het boekje gehecht blijft;
- strook C aan de overtreder wordt afgegeven.
1.2. De som wordt betaald in euro met bankbiljetten en, in voorkomend geval, met munten van 1 of 2 euro of 50 cent.
2. Betaling met bank- of kredietkaart.
2.1. De betaling met een bank- of kredietkaart is van toepassing op personen die al dan niet een woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben.
Voor die betaling vult de bevoegde agent de stroken A, B en C van het formulier in, waarvan :
- strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie bij de bevoegde politierechtbank;
- strook B aan het boekje gehecht blijft;
- strook C aan de overtreder wordt overhandigd met een bewijs van de uitvoering van de betaling.
2.2. De te innen som wordt steeds uitgedrukt in euro.
3. Betaling met overschrijving of de E-betaling met een bank- of kredietkaart.
3.1. De betaling met overschrijving of de E-betaling met een bank- of kredietkaart is slechts van toepassing op personen die een woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben. Voor die betaling vult de bevoegde agent de stroken A, B en C van het formulier in, waarvan:
- strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie bij de bevoegde politierechtbank;
- strook B aan het boekje gehecht blijft;
- strook C aan de overtreder wordt overhandigd.
3.2. Een document met overschrijvingsformulier wordt aan de overtreder overhandigd tegelijkertijd met de strook C van het formulier of wordt tegelijkertijd met of na het afschrift van het proces-verbaal gestuurd. Dit document bevat de elementen die zijn opgenomen in het model voorzien in bijlage 3 van het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg. Het kan evenwel bijkomende inlichtingen bevatten.
In het geval voorzien in 3.1 wordt de gestructureerde mededeling op het overschrijvingsformulier hernomen op het formulier.
Dit document vermeldt de instructies die vereist zijn om de E-betaling met bank- of kredietkaart te verrichten.
3.3. De betaling met overschrijving of de E-betaling met bank- of kredietkaart wordt uitgevoerd binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de in 3.2 bedoelde afgifte of de verzending van het document.
3.4. In geval van betaling met overschrijving wordt de gestructureerde mededeling vermeld in mededeling van de overschrijving.
De datum van betaling door de bankinstelling dient als bewijs van de datum van betaling.
3.5. In geval van E-betaling met bank- of kredietkaart wordt de betaling uitgevoerd op de website : http://www.onmiddellijkeinning.be
De gestructureerde mededeling vermeld op het overschrijvingsformulier wordt meegedeeld in het daartoe voorziene veld.
De datum van betaling door de bank- of kredietinstelling dient als bewijs van de datum van betaling.
3.6. De te innen som wordt steeds uitgedrukt in euro.
Artikel 8
Wanneer een formulier voor inning of consignatie van een som ongeldig moet worden gemaakt, constateert de agent, die er houder van is, het ongeldig maken door middel van een gedagtekende en ondertekende vermelding op alle stroken van het formulier.
Artikel 9
De sommen in geld geïnd of in consignatie gegeven overeenkomstig de artikelen 5 en 6, worden op geregelde tijdstippen gestort, na aftrekking van de kosten, op de postrekening van een rekenplichtige van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, sector registratie en domeinen.
Artikel 10
Alle bescheiden betreffende de inning en de consignatie van een som worden gedurende vijf jaar bewaard in de bureaus waartoe het in artikel 1 bedoelde personeel behoort.
Artikel 11
Bijlage 2 tot het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg wordt door de bijlage bij dit besluit vervangen.
Artikel 12
Het koninklijk besluit van 10 juni 1985 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van de overtredingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en zijn uitvoeringsbesluiten, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 31 oktober 1997, 26 oktober 2000 en 31 december 2001 wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 1.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2004.
Artikel 14
Onze Minister van Mobiliteit, Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën zijn belast, ieder wat hem betreft, met de uitvoering van dit besluit.
Bijlage
Ter vervanging van bijlage 2 bij het K.B. van 19 juli 2000 (formulieren te gebruiken door bevoegde personen)





