23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
(B.S. 30.04.1998)
Bijlage 5. Praktisch examen - Examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag
INHOUD:
I. Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorie A3
II. Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorie A
III. Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorieën B en B+E
IV. Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorieën C en C+E en de subcategorieën C1 en C1+E
V. Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorieën D en D+E en de subcategorieën D1 en D1+E
Vbis. Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorie G
VI. Wijze van beoordelen van het examen
I. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIE A3
Proef op een terrein buiten het verkeer :
1. Plaats en hantering van de bedieningsorganen
a) Remmen;
b) Versnellingen;
c) Schakelaar van de motor;
d) Gashandgreep of -pedaal;
e) Geluidstoestel;
f) Richtingaanwijzers;
g) Schakelaar en verklikkerlichtjes voor de lichten;
h) Alleen voor tweewielige bromfietsen : zijdelingse steunvoet of centrale steunvoet naar keuze van de kandidaat.
2. Manoeuvres voor tweewielige bromfietsen
a) Slalom;
b) In lussen rijden;
c) Over een afstand van 10 m tussen twee evenwijdige lijnen stapvoets rijden;
d) Plots remmen.
3. Manoeuvres voor bromfietsen met meer dan twee wielen
a) In rechte lijn achteruitrijden;
b) Keren in een straat;
c) Vooruit in een garage rijden;
d) Tussen twee voertuigen parkeren.
II. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIE A
A. Proef op een terrein buiten het verkeer :
Manoeuvres
1. De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het afstappen van het voertuig, zoals op de openbare weg;
2. Voorafgaande controles
a) Motorfiets op de standaard plaatsen;
b) Correct dragen van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;
c) Banden, remmen, stuurinrichting, noodstopschakelaar, ketting, oliepeil, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd.
3. Motorfiets van de standaard halen, daarna in een U achteruitrijden en de motorfiets weer op de standaard plaatsen;
4. Slalom;
5. In lussen rijden;
6. Bocht bij een snelheid van 30 km/u, daarna ontwijken bij een snelheid van 50 km/u. en precisieremmen;
7. Stapvoets rijden;
8. Bocht bij een snelheid van 30 km/u., daarna versnelling tot 50 km/u en plots remmen.
B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :
1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;
2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;
3. Rijden door bochten;
4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;
5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;
6. Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;
7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;
8. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;
9. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;
10. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;
11. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;
12. Snelheidsbeperkingen;
13. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;
14. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers.
III. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEËN B en B + E
A. Proef op een terrein buiten het verkeer :
Manoeuvres
Categorie B + E
1. Voorafgaande controles
a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;
c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;
d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;
e) Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;
f) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;
g) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;
2. In rechte lijn achteruitrijden;
3. Achteruitrijdend een bocht maken;
4. Langs het trottoir parkeren;
5. Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;
6. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en de aanhangwagen naast elkaar.
B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :
1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;
2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;
3. Rijden door bochten;
4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;
5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;
6. Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;
7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten, correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, hoofdsteun, zitplaats, stuurinrichting;
8. Zuinig en milieuvriendelijk rijden : letten op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;
9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;
10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;
11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;
12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;
13. Snelheidsbeperkingen;
14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;
15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;
16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.
17. Categorie B : de volgende manoeuvres worden op de openbare weg uitgevoerd :
1. Voorafgaande controles.
a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;
c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;
d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;
e) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig;
2. Keren in een smalle straat;
3. Parkeren achter een voertuig.
IV. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEËN C EN C + E EN DE SUBCATEGORIEËN C1 EN C1 + E
A. Proef op een terrein buiten het verkeer :
Manoeuvres
1. Voorafgaande controles voor de categorieën C en C + E en de subcategorieën C1 en C1 + E :
a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;
c) Zorgen dat de portieren gesloten zijn;
d) Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;
e) Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard;
f) Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;
g) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, eventueel laadmechanisme, cabineslot, manier van laden, vastzetten van de ading;
h) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;
Bovendien voor de categorie C + E en de subcategorie C1 + E alleen :
Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen.
2. Manoeuvres voor de categorie C en de subcategorie C1 :
a) In een rechte lijn achteruitrijden;
b) Achteruit in een garage rijden;
c) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;
3. Manoeuvres voor de categorie C + E en de subcategorie C1 + E :
a) In rechte lijn achteruitrijden;
b) Achteruitrijdend een bocht maken;
c) Langs het trottoir parkeren;
d) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;
e) Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen of oplegger; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.
B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :
1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;
2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;
3. Rijden door bochten;
4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;
5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;
6. Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;
7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;
8. Zuinig en milieuvriendelijk rijden, letten op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;
9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;
10. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;
11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;
12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;
13. Snelheidsbeperkingen;
14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;
15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;
16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;
17. Controle van de laaddeuren, de ladingswijze en het vastmaken van de lading;
18. Controleapparatuur.
V. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEËN D EN D + E EN DE SUBCATEGORIEËN D1 EN D1 + E
A. Proef op een terrein buiten het verkeer :
Manoeuvres
1. Voorafgaande controles voor de categorieën D en D + E en de subcategorieën D1 en D1 + E
a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;
c) Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;
d) Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen, controle en gebruik van het dashboard;
e) Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;
f) In staat zijn bijzondere maatregelen te treffen voor de veiligheid van het voertuig, controle van carrosserie, bedrijfsdeuren, nooduitgangen, EHBO-benodigdheden, brandblussers en andere veiligheidsvoorzieningen;
g) Zorgen dat de portieren gesloten zijn;
h) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;
Bovendien voor de categorie D + E en de subcategorie D1 + E alleen :
a) Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;
b) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;
2. Manoeuvres voor de categorie D en de subcategorie D1 :
a) In een rechte lijn achteruitrijden;
b) Achteruit in een garage rijden;
c) Langs een trottoir parkeren.
3. Manoeuvres voor de categorieën D + E en D1 + E :
a) In rechte lijn achteruitrijden;
b) Achteruitrijdend een bocht maken;
c) Langs het trottoir parkeren;
d) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;
e) Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.
B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :
1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;
2. Rijden op rechte wegen; tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;
3. Rijden door bochten;
4. Oprijden en verlaten van autosnelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;
5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;
6. Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;
7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, veiligheidsgordel, hoofdsteun, stuurinrichting, zitplaats;
8. Zuinig en milieuvriendelijk rijden : letten op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;
9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;
10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;
11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;
12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;
13. Snelheidsbeperkingen;
14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;
15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;
16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;
17. Controleapparatuur.
Vbis. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIE G
A. Proef op een terrein buiten het verkeer
Manoeuvres
1. Voorafgaande controles :
a) verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
b) afstellen van de achteruitkijkspiegels;
c) zorgen dat de portieren gesloten zijn;
d) banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;
e) controle van de stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard in verband met het rijden;
f) de nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;
g) controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;
2. In rechte lijn achteruitrijden.
3. Draaien in achteruit in een garage.
4. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.
B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :
1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;
2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;
3. Rijden door bochten;
4. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;
5. Speciale verkeerselementen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand;
6. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;
7. Zuinig en milieuvriendelijk rijden, lettend op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;
8. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg en van kijken;
9. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;
10. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;
11. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;
12. Snelheidsbeperkingen;
13. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;
14. Het geven van signalen : nodige signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;
15. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.
VI. WIJZE VAN BEOORDELING VAN HET EXAMEN
A. Proef op een terrein buiten het verkeer
Categorie A3 :
De proef wordt stopgezet indien de kandidaat niet voldoende vertrouwd is met de plaats en de hantering van de bedieningsorganen.
Voor alle categorieën en subcategorieën :
de manoeuvres worden beoordeeld met : « goed », « voorbehoud », « onvoldoende » of « slecht ».
De kandidaat wordt uitgesteld indien :
- een manoeuvre wordt beoordeeld met « slecht »;
- twee manoeuvres worden beoordeeld met « onvoldoende »;
- een manoeuvre wordt beoordeeld met « onvoldoende » en twee met « voorbehoud »;
- vier manoeuvres worden beoordeeld met « voorbehoud ».
B. Proef op de openbare weg
De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld :
1° bediening van het voertuig
2° plaats op de openbare weg
3° bochten
4° kruisen en inhalen
5° richtingsverandering
6° voorrang
7° verkeerslichten en bevelen
8° snelheid en verkeersinzicht
9° gedrag ten overstaan van andere weggebruikers
10° defensief rijden.
11° manoeuvres (alleen categorie B).
De rubrieken worden beoordeeld met « goed », « voorbehoud », « onvoldoende » of « slecht ».
De kandidaat wordt uitgesteld indien :
- een rubriek beoordeeld wordt met « slecht »;
- twee rubrieken beoordeeld worden met « onvoldoende »;
- een rubriek beoordeeld wordt met « onvoldoende » en twee met « voorbehoud »;
- vier rubrieken beoordeeld worden met « voorbehoud »;
- rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.





