Let op: de inhoud van de berichten weerspiegelt de situatie zoals ze op het ogenblik van publicatie van toepassing was. Het is dus mogelijk dat sommige berichten ondertussen verouderd zijn.

Aantal overtredingen gedegradeerd naar eerste graad

op .

Het Belgisch verkeersreglement is al lang geen eenvoudige materie meer en het lijkt er niet op dat er enige verbetering in het vooruitzicht is... integendeel zelfs.
Enkele recente wijzigingen in het verkeersreglement (KB 1 december 1975) zorgden eveneens voor wijzigingen in het KB van 30 september 2005 dat de overtredingen indeelt in vier graden.
Door een simpele vergetelheid, met name de bekrachtiging van deze wijzigingen door een wet, worden deze weer ongedaan gemaakt en verhuizen enkele artikels van de 2e en 3e graad opnieuw (en ongewild) terug naar de 1ste graad.

Voor alle duidelijkheid: aan het verkeersreglement op zich wijzigt er niets. Het onbreken van een bekrachtiging heeft enkel en alleen een invloed op de indeling van de overtredingen in graden en dus ook op de bestraffing ervan.

Hoezo ?

Het is een complex probleem maar we trachten het in mensentaal uit te leggen.

In artikel 29, §1 van de Wegverkeerswet (Wet van 16 maart 1968) lezen we dat de Koning de overtredingen van de tweede, derde en vierde graad kan aanwijzen in een koninklijk besluit.

Dit is gebeurd in het KB van 30 september 2005 dat op 31 maart 2006 in werking trad.

Volgens artikel 29, §1bis van de Wegverkeerswet moet elk besluit dat genomen werd ter uitvoering van het hierboven vermelde artikel 29, §1 bij wet bekrachtigd worden binnen 12 maanden na de inwerkingtreding ervan.

Het bewuste KB van 30 september 2005 is bekrachtigd door de wet van 21 december 2006.

Daarna is het echter nog drie keer gewijzigd door :

  1. het KB van 28 december 2006 betreffende de motorfiets (inwerkingtreding 1 maart 2007);
  2. het KB van 29 januari 2007 tot wijziging van het KB van 1 december 1975 (inwerkingtreding 1 maart 2007);
  3. het KB van 7 april 2007 tot wijziging van het KB van 30 september 2005 (gedeeltelijke inwerkingtreding 1 juni 2007).

Twee van bovenstaande wijzigingsbesluiten werden tot op heden niet door een wet bekrachtigd terwijl deze reeds 12 maanden in werking zijn.

Het gevolg hiervan is dat bepaalde artikels die momenteel vallen onder de tweede en derde graad dus een stap terugzetten en weer verhuizen naar de eerste graad en dus lichter bestraft zullen worden.

We herhalen hierbij nog eens dat het KB van 30 september 2005 enkel de graad van de overtredingen vastlegt en géén wijzigingen in het verkeersreglement zelf doorvoert. Het verkeersreglement zelf wordt immers bepaald in het KB van 1 december 1975.

Wat wijzigt er dan ?

1. Regelgeving rond de voorrang aan rechts (2e graad)

De tekst waarmee voor de categorisering van de inbreuk rekening dient gehouden te worden is deze van artikel 2.9° van het KB van 30 sept 2005. Vanaf 1 maart vallen we terug op de oude tekst van vòòr 1 maart 2007.

Situatie tussen 1 maart 2007 en 29 februari 2008:

"Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de bestuurder die van rechts komt, behalve indien hij op een rotonde rijdt of indien de bestuurder die van rechts komt uit een verboden rijrichting komt. "

Vanaf 1 maart 2008:

"Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de bestuurder die op een regelmatige manier van rechts komt, behalve indien hij rijdt op een rotonde."

Het verschil tussen de tekst uit het KB van 30 september 2005 en het KB van 1 december 1975 (Wegcode) is evenwel niet van die aard dat de categorisering wijzigt. Het negeren van de voorrang aan rechts blijft dus een tweedegraads overtreding.

2. Bestuurders die een trottoir of een fietspad willen oversteken

Vanaf 1 maart 2007 werd een nieuw artikel 12.4bis geïntroduceerd in de Wegcode:

"De bestuurder die een trottoir of een fietspad oversteekt, moet voorrang verlenen aan de weggebruikers die overeenkomstig dit besluit gerechtigd zijn om het trottoir of fietspad te volgen."

De tekst van artikel 12.4bis Wegcode werd overgenomen in artikel 2.10° van het KB van 30 sept 2005 en werd beschouwd als een overtreding van de 2e graad. Deze tekst komt vanaf 1 maart 2008 te vervallen.

Bijgevolg zal het niet verlenen van voorrang aan de weggebruikers die gerechtigd zijn het fietspad of het trottoir te volgen een overtreding van de eerste graad worden.

3. Inhalen van tweewielige motorvoertuigen

Sinds 1 maart 2007 werd in de Wegcode het verbod ingevoerd om tweewielige motorvoertuigen langs links in te halen in de zeven gevallen bedoeld in artikel 17.2.

In artikel 3.10° van het KB van 30 sept 2005 werden drie van deze overtredingen beschouwd als een derdegraads overtreding, namelijk het links inhalen van een gespan, van een tweewielig motorvoertuig of van een voertuig met meer dan twee wielen :

  • op een overweg gesignaleerd door het verkeersbord A 45 of A 47, behalve indien het een overweg is met slagbomen of indien het verkeer er door verkeerslichten wordt geregeld;
  • wanneer de in te halen bestuurder zelf een ander voertuig dan een fiets, een tweewielige bromfiets of een tweewielige motorfiets inhaalt, behalve wanneer de rijbaan drie of meer rijstroken heeft die bestemd zijn voor het verkeer in de gevolgde rijrichting;
  • wanneer de in te halen bestuurder stopt voor een oversteekplaats voor voetgangers of een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen of deze oversteekplaatsen nadert op plaatsen waar het verkeer niet geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten.

Vanaf 1 maart 2008 komt de toevoeging "van een tweewielig motorvoertuig" te vervallen zodat de drie bovenvermelde overtredingen bij het inhalen van een tweewielig motorvoertuig 'gedegradeerd" worden en van de derde in de eerste graad terechtkomen.

Gevolgen voor de bestraffing

Omdat enkele overtredingen gedegradeerd worden en onder de eerste graad komen te vallen zullen deze dan ook bestraft moeten worden als eerstegraads overtreding. Dit geldt eveneens voor de feiten die gepleegd werden vòòr 1 maart 2008 en die vanaf deze datum door de rechtbank behandeld worden.

Zie ook artikel 2, tweede lid van het Strafwetboek :

"Indien de straf, ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, wordt de minst zware straf toegepast."

{module 327}