Let op: de inhoud van de berichten weerspiegelt de situatie zoals ze op het ogenblik van publicatie van toepassing was. Het is dus mogelijk dat sommige berichten ondertussen verouderd zijn.

Strengere bestraffing voor beginnende bestuurders

op .

Bepaalde overtredingen die vanaf 1 september 2007 begaan worden met een motorvoertuig door een persoon die sinds minder dan twee jaar houder is van een Belgisch rijbewijs B zullen strenger bestraft worden ingevolge de wet van 21 april 2007 tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer dewelke op 26 juli 2007 in het Belgisch Staatsblad verscheen.

1. Over welke overtredingen gaat het ?

1.1. Alcohol in het verkeer

  • op een openbare plaats een motorvoertuig besturen of een bestuurder begeleiden met het oog op de scholing, terwijl de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0, 22 mg/l uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 g/l bloed aangeeft;
  • op een openbare plaats een motorvoertuig besturen of een bestuurder begeleiden met het oog op de scholing, na eerdere vaststellingen inzake het sturen of begeleiden met het oog op scholing onder invloed van alcohol voordat een nieuwe ademtest of ademanalyse afgelegd werd;
  • weigeren zich te onderwerpen aan de ademtest of aan de ademanalyse, of, zonder wettige reden, weigeren de bloedproef te laten nemen;
  • het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, in het geval de inhouding (3 of 6 uur), niet afgeven, of het ingehouden voertuig;
  • een persoon die duidelijke tekens van strafbare alcoholopname vertoont of die zich blijkbaar bevindt in staat van dronkenschap of soortgelijke staat, aanzetten of uitdagen tot het besturen van een motorvoertuig of tot het begeleiden met het oog op de scholing;
  • een persoon die duidelijke tekens van strafbare alcoholopname vertoont of die zich blijkbaar bevindt in staat van dronkenschap of soortgelijke staat, een motorvoertuig toevertrouwen om te besturen of om te begeleiden met het oog op de scholing.

1.2. Drugs in het verkeer

  • op een openbare plaats een motorvoertuig besturen, of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing wanneer de analyse, de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens één van volgende stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden :
    • THC;
    • amfetamine;
    • MDMA;
    • MDEA;
    • MBDB;
    • morfine;
    • cocaïne of benzoylecgonine

en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger dan het wettelijk bepaalde gehalte;

  • een persoon die duidelijke tekenen vertoont van invloed als gevolg van gebruik van één van de voornoemde stoffen, aanzetten of uitdagen tot het besturen van een motorvoertuig of tot het begeleiden met het oog op de scholing;
  • een persoon die duidelijke tekenen vertoont van invloed als gevolg van gebruik van één van de voornoemde stoffen, een motorvoertuig toevertrouwen om het te besturen of om te begeleiden met het oog op de scholing;
  • op een openbare plaats een motorvoertuig besturen of een bestuurder begeleiden met het oog op de scholing, na eerdere vaststellingen inzake het sturen of begeleiden met het oog op scholing onder invloed van drugs voordat een test afgelegd werd (sturen tijdens de inhouding van 12 uur);
  • zonder wettige reden, weigeren :
    • zich te onderwerpen aan de gestandaardiseerde testbatterij / urinetest
    • de bloedproef te laten nemen;
  • het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, in het geval van inhouding, niet  afgeven, of het ingehouden motorvoertuig besturen.

1.3. Vaststellingen van overtredingen verhinderen of bemoeilijken (vb. Radardetectoren)

  • het bezit van een uitrusting die of elk ander middel dat de vaststelling van overtredingen van deze wet en van de reglementen betreffende de politie over het wegverkeer, bemoeilijkt of verhindert of automatisch werkende toestellen opspoort.

1.4. Verkeersongevallen

  • het veroorzaken van een verkeersongeval met doden of zwaar gewonden;
  • verkeersongevallen met vluchtmisdrijf.

1.5. Overtredingen op de wegcode

  • het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid:
    • met meer dan 30 kilometer per uur en hoogstens 40 kilometer per uur , of :
    • met meer dan 20 kilometer per uur en hoogstens 30 kilometer per uur in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.

1.6. Recidive

  • indien een persoon veroordeeld wordt wegens om het even welke overtreding van de wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan (waaronder o.a. ook de overtredingen van de eerste en tweede graad vallen) en de schuldige binnen het jaar vóór de overtreding driemaal hieromtrent werd veroordeeld.

1.7. Overtredingen inzake het rijbewijs

  • een motorvoertuig besturen zonder houder te zijn van het rijbewijs vereist voor het besturen van dit voertuig, of van het als zodanig geldend bewijs;
  • een valse verklaring afleggen om de afgifte van een rijbewijs of van een als zodanig geldend bewijs te bekomen;
  • een motorvoertuig besturen terwijl hij lijdt aan een van de bepaalde lichaamsgebreken of aandoeningen, of indien hij niet voldaan heeft aan het geneeskundig onderzoek indien dit verplicht is.

2. Belangrijke voorwaarde

De overtreding moet begaan zijn met een motorvoertuig.  In de wet is er niet bepaald dat de verplichting houder te zijn van een rijbewijs om een motorrijtuig van toepassing is.  Dit heeft tot gevolg dat bijv. een overtreding begaan met een bromfiets klasse A of een gemotoriseerd voorbewegingstoestel ook onder deze strengere bestraffing valt.

3. Voor wie is het van toepassing ?

Op iedereen die sinds minder dan twee jaar houder is van een Belgisch rijbewijs B, zelfs al betreft het motorvoertuig waarmee de overtreding begaan werd geen voertuig categorie B.

4. Wat houdt de strengere bestraffing in ?

De rechter moet het verval van het recht tot sturen uitspreken en het herstel van het recht tot sturen minstens afhankelijk maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen.

{module 327}