HOOFDSTUK 1. — Definities

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder decreet van 3 mei 2013 : het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport.

HOOFDSTUK 2. — Toezicht

Artikel 2

§ 1. De wegeninspecteurs en de wegeninspecteurs-controleurs zijn ambtenaren van het Agentschap Wegen en Verkeer. Ze worden aangewezen door het hoofd van het Agentschap Wegen en Verkeer.

De aanstelling blijkt uit een legitimatiekaart als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 betreffende de legitimatiekaarten van de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid die belast zijn met inspectie- of controlebevoegdheden.

§ 2. Het hoofd van het Agentschap Wegen en Verkeer en de wegeninspecteur-controleur zijn, met toepassing van artikel 19, § 5, tweede lid, van het decreet van 3 mei 2013, bevoegd tot het geven en uitvoerbaar verklaren van dwangbevelen.

Artikel 3

De wegeninspecteurs dragen tijdens de uitoefening van hun functie het uniform,vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, en maken zich kenbaar door middel van het legitimatiebewijs, vermeld in artikel 2, § 1, tweede lid.

Artikel 4

De wegeninspecteurs verplaatsen zich in een dienstvoertuig, voorzien van de kentekens en uitgerust met de geluids- en lichtinstallatie, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

HOOFDSTUK 3. — Onmiddellijke inning

Artikel 5

De onmiddellijke inning of de consignatie, vermeld in artikel 17, § 6, van het decreet van 3 mei 2013, wordt op een van de volgende wijzen verricht :

contant;

door middel van een betaalterminal als die aanwezig is;

door onmiddellijke storting;

als de overtreder of de onderneming een woonplaats of vaste verblijfplaats heeft in België : door storting van het bedrag van de administratieve geldboete binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het proces-verbaal.

De Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, kan nadere regels voor de onmiddellijke inning bepalen.

Artikel 6

§ 1. Bij onmiddellijke inningen en consignaties wordt gebruikgemaakt van genummerde formulieren die samengevoegd zijn in genummerde boekjes en die overeenstemmen met het model, opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.

De bevoegde persoon vult het formulier in. Daarbij let hij op de volgende aspecten. Eén strook blijft aan het boekje vast. Eén strook is bestemd voor de procureur des Konings. Eén strook wordt onmiddellijk aan de overtreder overhandigd als ontvangstbewijs. Eén strook wordt aan de wegeninspecteur-controleur verstuurd met de nodige inlichtingen over het vastgestelde misdrijf.

§ 2. Als dat vereist is, kan de bevoegde persoon het formulier ongeldig maken door een gedagtekende en ondertekende vermelding op te nemen op alle stroken.

§ 3. De verbaliserende overheid houdt de volle boekjes bij.

Artikel 7

De ontvangen sommen worden op geregelde tijdstippen aan de wegeninspecteur-controleur bezorgd met een gedetailleerd overzicht van de vaststelling van het overgeschreven bedrag en met vermelding van de identiteit van de overtreders, de data van de inbreuken, de nummers van de ontvangstbewijzen, de ontvangen bedragen en de referenties van de eventuele bankverrichtingen.

HOOFDSTUK 4. — Procedure

Artikel 8

§ 1. De beslissing, vermeld in artikel 19, § 1, eerste lid, van het decreet van 3 mei 2013, wordt verzonden door middel van een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs.

In afwijking van het eerste lid kan de beslissing, als de overtreder of de onderneming daar uitdrukkelijk om verzoekt, verzonden worden door middel van een elektronische zending.

De beslissing vermeldt minstens uitdrukkelijk het bedrag van de administratieve geldboete, de termijn waarin en de wijze waarop bezwaar kan worden aangetekend tegen de beslissing. De beslissing bevat ook de adressen waar het bezwaar aangetekend kan worden.

§ 2. De beslissing in bezwaar, vermeld in artikel 19, § 2, zesde lid, van het decreet van 3 mei 2013, wordt verzonden door middel van een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs.

In afwijking van het eerste lid kan de beslissing, als de overtreder of de onderneming daar uitdrukkelijk om verzoekt, verzonden worden door middel van een elektronische zending.

De beslissing vermeldt minstens uitdrukkelijk het bedrag van de administratieve geldboete, de termijn waarin en de wijze waarop beroep kan worden aangetekend tegen de beslissing. De beslissing bevat ook de adressen waar het beroep aangetekend kan worden.

§ 3. De beslissing in beroep, vermeld in artikel 19, § 3, zesde lid, van het decreet van 3 mei 2013, wordt verzonden door middel van een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs.

In afwijking van het eerste lid kan de beslissing, als de overtreder of de onderneming daar uitdrukkelijk om verzoekt, verzonden worden door middel van een elektronische zending.

De beslissing vermeldt minstens uitdrukkelijk het bedrag van de administratieve geldboete.

§ 4. De kennisgeving inzake het onontvankelijke bezwaar of beroep, vermeld in artikel 19, § 2, derde lid, en artikel 19, § 3, derde lid, van het decreet van 3 mei 2013, wordt verzonden door middel van een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs binnen tien dagen na de ontvangst van het kennelijk onontvankelijke bezwaar of beroep.

In afwijking van het eerste lid kan de kennisgeving, als de overtreder of de onderneming daar uitdrukkelijk om verzoekt, verzonden worden door middel van een elektronische zending.

Artikel 9

§ 1. Bezwaar of beroep wordt schriftelijk aangetekend door de overtreder of, in voorkomend geval, door de onderneming per brief, per fax of per elektronische zending binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing.

Als de overtreder of de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, verlengd tot 45 dagen.

§ 2. Het verzoek om een hoorzitting, na de ontvangst van een kennisgeving inzake het kennelijk onontvankelijke bezwaar of beroep, vermeld in artikel 19, § 2, derde lid, en artikel 19, § 3, derde lid, van het decreet van 3 mei 2013, wordt schriftelijk ingediend door de overtreder of, in voorkomend geval, door de onderneming per brief, per fax of per elektronische zending binnen vijf dagen na de ontvangst van de kennisgeving.

Als de overtreder of de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, verlengd tot tien dagen.

§ 3. Het hoofd van het Agentschap Wegen en Verkeer wordt aangewezen om de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming op de hoogte te brengen van de kennelijke onontvankelijkheid van het beroep en om de overtreder, de onderneming of de raadsman te horen in het kader van het beroep.

Het beroep, vermeld in artikel 19, § 3, van het decreet van 3 mei 2013, wordt bij het hoofd van het Agentschap Wegen en Verkeer ingediend en door hem uitgesproken.

De vergoeding voor dossierkosten voor de beroepsprocedure, vermeld in artikel 19, § 4, tweede lid, van het decreet van 3 mei 2013, bedraagt 75 euro.

§ 4. Als de overtreder of de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, kiest hij voor de toepassing van artikel 19, § 2 en § 3, van het decreet van 3 mei 2013 een woonplaats in België. Bij gebrek aan woonplaatskeuze is het bezwaar of het beroep onontvankelijk.

Artikel 10

Binnen dertig dagen na het instellen van het bezwaar, vermeld in artikel 19, § 2, van het decreet van 3 mei 2013, nodigt de wegeninspecteur-controleur de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming uit op een hoorzitting.

Binnen dertig dagen na het instellen van het beroep, vermeld in artikel 19, § 3, van het decreet van 3 mei 2013, nodigt het hoofd van het Agentschap Wegen en Verkeer de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming uit op een hoorzitting.

De uitnodiging, vermeld in het eerste en het tweede lid, vermeldt dag, plaats en uur van de hoorzitting. De hoorzitting mag op zijn vroegst dertig dagen na de verzending van de uitnodiging plaatsvinden.

Als de overtreder of de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, wordt de termijn, vermeld in het derde lid, verlengd tot 45 dagen.

De uitnodiging vermeldt ten slotte de plaats waar en de periode waarin het dossier kan worden ingezien. Het dossier ligt ter inzage vanaf de datum van verzending van de uitnodiging. Een afschrift kan verkregen worden tegen een vergoeding die overeenstemt met de kostprijs.

De overtreder en de onderneming kunnen op de hoorzitting een nota indienen. Ze mogen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman. Van de hoorzitting wordt een verslag opgemaakt.

Artikel 11

Overeenkomstig artikel 19 en 20 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid, kan het hoofd van het Agentschap Wegen en Verkeer de bevoegdheden, vermeld in artikel 9, § 3, eerste en tweede lid, en artikel 10, tweede lid, verder delegeren aan personeelsleden van zijn entiteit die onder zijn hiërarchisch gezag staan.

HOOFDSTUK 5. — Wijzigingsbepaling

Artikel 12

In artikel 10, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Wegen en Verkeer, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013, wordt punt e) opgeheven.

HOOFDSTUK 6. — Slotbepalingen

Artikel 13

Het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2003 tot bestrijding van de schade aan het wegdek door gewichtsoverschrijding, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005, 1 december 2006, 14 november 2007 en 10 juli 2008, wordt opgeheven.

Artikel 14

De volgende regelgevende teksten treden in werking op 1 maart 2014 :

het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport;

dit besluit.

Artikel 15

De Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage 1. - Beschrijving van het model van het uniform van de wegeninspecteurs, als vermeld in artikel 3

Artikel 1

Het uniform bestaat uit :
1° een rechte, grijze of zwarte broek in winter- of zomeruitvoering;
2° donkergrijze kousen in winter- of zomeruitvoering;
3° zwartlederen veiligheidsschoenen met veters;
4° een wit hemd met lange mouwen, twee borstzakken en schouderpassanten;
5° een witte polo met het logo van de Vlaamse overheid en het opschrift “Wegeninspectie”;
6° een grijze commandotrui, voorzien van een gele streep rond de borst, met schouderpassanten;
7° een zwarte pet met het logo van de Vlaamse overheid en het opschrift “Wegeninspectie”;
8° zwarte schouderpassanten, voorzien van het grijze logo van de Vlaamse overheid;
9° een broeksriem;
10° een polyvalente signaalparka met als opschrift op de rug “Inspectie”;
11° een zwarte softshell jas met het opschrift “Wegeninspectie”;
12° een zwart-blauwe fleece jas;

Artikel 2

Het betrokken personeelslid kan over het uniform beschikken na zijn indiensttreding en eedaflegging en vóór hij met zijn inspectietaken begint.

Bijlage 2. - Beschrijving van de uiterlijke kenmerken van de voertuigen van de wegeninspecteurs, als vermeld in artikel 4

Artikel 1

De voertuigen die ingezet worden bij de handhaving inzake de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport zijn geel. De gebruikte kleurcode is RAL 1021.

Artikel 2

Op beide voordeuren wordt conform de huisstijl van de Vlaamse overheid, het logo van het Agentschap Wegen en Verkeer aangebracht.

Dat opschrift wordt aangebracht op basis van zelfklevend materiaal.

Het opschrift zelf wordt uitgevoerd in het lettertype Garamond Bold.

Het logo en het opschrift hebben samen een lengte van ongeveer 700 millimeter. Ze worden op ongeveer 80 millimeter onder de zijruit aangebracht en op ongeveer 120 millimeter van de linkerkant van de voordeur.

Artikel 3

In het midden van de motorkap wordt het opschrift “Wegeninspectie” aangebracht.

Het opschrift is uitgevoerd in het lettertype Arial Bold en is ongeveer 700 millimeter breed.

Het opschrift wordt tevens in spiegelbeeld aangebracht onder het opschrift “Wegeninspectie”.

Artikel 4

Op beide voordeuren wordt onder het logo van het Agentschap Wegen en Verkeer het opschrift “Wegeninspectie” geplaatst.

Het opschrift wordt aangebracht op basis van zelfklevend materiaal.

Het opschrift zelf is uitgevoerd in het lettertype Arial Bold en is ongeveer 800 millimeter breed.

Artikel 5

Op het dak van het voertuig wordt het opschrift ”Wegeninspectie” aangebracht.

Het opschrift wordt aangebracht op basis van zelfklevend materiaal.

Het opschrift zelf is uitgevoerd in het lettertype Arial Bold en is ongeveer 700 millimeter breed.

Artikel 6

Achteraan op het voertuig wordt het opschrift “Wegeninspectie” aangebracht.

Het opschrift wordt aangebracht op basis van zelfklevend materiaal.

Het opschrift is uitgevoerd in hoofdletters, in het lettertype Arial Bold en is ongeveer 700 millimeter breed.

Naast het opschrift wordt het logo van het Agentschap Wegen en Verkeer aangebracht, conform de huisstijl van de Vlaamse overheid.

Artikel 7

Bovenaan op het voertuig wordt een geluidsinstallatie en een balk met blauwe knipperlichten aangebracht. Op het voertuig wordt een lichtkrant geplaatst.

Artikel 8

Op de linker- en rechtervoorvleugel van het voertuig wordt conform de huisstijl van de Vlaamse overheid een blauw-geel ruitpatroon aangebracht.

Bijlage 3. - Beschrijving van het model van de boekjes die gebruikt worden bij de onmiddellijke inning en consignatie, als vermeld in artikel 6

De formulieren worden gebundeld in een boekje en hebben het formaat A4.

Bijlage3a

Bijlage3b

Bijlage3c