4 MEI 2007. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E.
[BS 10.05.2007]

Titel VI. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2. Retributies

Artikel 55

§ 1. De erkenningsaanvraag of de aanvraag tot vernieuwing van de erkenning als opleidingscentrum, bedoeld in artikel 46, geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 1.000 euro.

§ 2. Elk opleidingscentrum is een jaarlijkse retributie van 250 euro verschuldigd om de kosten van administratie en controle te dekken.

Deze retributies worden ten laatste op 31 maart van het betreffende jaar betaald.

§ 3. De retributies voorzien in § 1 en 2 worden overgemaakt op rekening BE86 6792 0060 1050 van het Directoraat-Generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid, City Atrium, Vooruitgangstraat 56, 1210 Brussel.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt: “§ 3. De retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, moeten worden betaald op de in het betalingsverzoek vastgestelde wijze.”.

§ 4. Vanaf het kalenderjaar 2011, worden elk jaar de bedragen bedoeld in § 1 en 2 automatisch geïndexeerd op 1 januari op basis van de consumptieprijsindex van de maand november van het vorige jaar.

Het resultaat van deze aanpassing wordt afgerond naar boven indien het berekende bedrag hoger is of gelijk is aan 0,5 decimalen of naar beneden indien het berekend bedrag lager is dan 0,5 decimalen.

Artikel 55/1

§ 1. De afgifte van het certificaat bedoeld in artikel 8, §1, eerste lid, 3°, of van een duplicaat van dit certificaat geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 11 euro.

De retributie bedoeld in het eerste lid wordt betaald via overschrijving op een rekening van de Federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, overeenkomstig de voorschriften van de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: “De retributies, vermeld in het eerste lid, moeten worden betaald op de in het betalingsverzoek vastgestelde wijze.”.

§ 2. (Opgeheven)

§ 3. De Minister kan het in de § 1 bepaalde bedrag aanpassen aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. In dit geval vermenigvuldigt hij het bedrag met het indexcijfer van de voorbijgaande maand en deelt het produkt door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand gedurende dewelke dit besluit in werking is getreden. In voorkomend geval verhoogt hij het resultaat met maximum 0,5 euro of verlaagt hij het met maximum 0,49 euro om een eenheid te bekomen. De aangepaste bedragen treden in werking de eerste dag van de tweede maand volgend op de maand gedurende dewelke ze in het Belgisch staatsblad werden gepubliceerd.

De retributies voorzien in §1 worden in geen geval terugbetaald.