10 JULI 2006. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B.
[B.S. 14.07.2006]

Hoofdstuk III/1. Vorming voor begeleiders (enkel Vlaams Gewest)

Afdeling 1. — Gemeenschappelijke bepalingen over de vorming voor begeleiders

Art. 9/1. De kandidaat, houder van een voorlopig rijbewijs B met een begeleider, dient een rijopleiding te volgen met een begeleider die de vorming vermeld in dit hoofdstuk en in bijlage 7 heeft gevolgd. De Vlaamse gemeenten houden toezicht hierop, alsook op de naleving van artikel 8, tweede lid.

De vorming voor begeleiders wordt gevolgd bij een erkende rijschool conform de voorwaarden, vermeld in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, of bij een instructeur die erkend is conform afdeling 2 van dit hoofdstuk.

Art. 9/2. De vorming voor begeleiders duurt drie uur.

De vorming omvat de leerstof, opgenomen in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 9/3. Het begeleidersattest is geldig voor een periode van tien jaar.

Art. 9/4. Voor de vorming betaalt de begeleider een vergoeding van 20 euro, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde. De kandidaat-bestuurder mag de vorming van de begeleider bijwonen zonder dat daarvoor een vergoeding hoeft te worden betaald.

De vergoeding wordt voorafgaand aan de vorming voor begeleiders geïnd.

Het bedrag van de vergoeding is gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2016 is bereikt. Het bedrag wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december van het voorgaande jaar bereikt is, en wordt tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.

Afdeling 2. — Erkenning van instructeurs die de vorming voor begeleiders aanbieden buiten een erkende rijschool

Art. 9/5. Instructeurs kunnen de vorming voor begeleiders aanbieden buiten een erkende rijschool als ze daarvoor erkend zijn door de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde.

Art. 9/6. § 1. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde levert de erkenning af als aan de volgende voorwaarden is voldaan :

1° de instructeur beschikt over het beroepsbekwaamheidsbrevet II of III, vermeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;

2° de instructeur heeft de opleiding gevolgd, vermeld in titel II, hoofdstuk V, van het voormelde koninklijk besluit;

3° de instructeur voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, 2°, en 5°, en artikel 14 van het voormelde koninklijk besluit.

§ 2. De instructeur die de erkenning wil verkrijgen, richt aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde een aanvraag met een aangetekende brief. Bij de aanvraag worden de volgende documenten gevoegd :

1° het beroepsbekwaamheidsbrevet II of III, vermeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;

2° het getuigschrift, vermeld in artikel 38quinquies van het voormelde koninklijk besluit;

3° een uittreksel uit het strafregister, dat hoogstens drie maanden oud is ter bevestiging dat de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, en 2°, van het voormelde koninklijk besluit, worden nageleefd;

4° het bewijs dat hij gedurende ten minste drie jaar houder is van een rijbewijs dat is afgegeven door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en dat ten minste geldig is voor het besturen van voertuigen van categorie B of van een evenwaardige categorie.

§ 3. De instructeur die de erkenning wil verkrijgen, is ter dekking van de bestuurs-, controle- en toezichtkosten een retributie van 80 euro verschuldigd.

De vergoeding wordt voorafgaand aan de erkenning geïnd door het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.

Het bedrag van de vergoeding is gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2016 is bereikt. Het bedrag wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december van het voorgaande jaar bereikt is, en wordt tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.

Art. 9/7. De lokalen waarin de instructeur de vorming voor begeleiders aanbiedt, voldoen aan de volgende voorwaarden :

1° ze omvatten een leslokaal en een sanitaire inrichting;

2° ze bevinden zich niet in een drankgelegenheid, noch in een woonruimte;

3° ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, vierde lid, 1°, 2°, 3°, 4°, en 6°, van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;

4° de burgemeester of de bevoegde brandweerdienst heeft voor de lokalen een attest uitgereikt dat vaststelt dat ze voldoen aan de geldende wettelijke normen.

De erkende instructeur geeft altijd drie weken voorafgaand aan elk begeleidersmoment de exacte locatie en het exacte tijdstip door aan het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.

Art. 9/8. De erkende instructeur leidt de begeleider nauwgezet op. Hij brengt hem de kennis, de vaardigheden en het gedrag bij, vermeld in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 9/9. De erkende instructeur geeft de kandidaat-begeleiders die de vorming voor begeleiders, vermeld in dit hoofdstuk, hebben gevolgd, een begeleidersattest, waarvan het model is opgenomen in bijlage 5 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.

Art. 9/10. Elke functie of betrekking in een erkend orgaan voor technische controle van motorvoertuigen en de controlefuncties, vermeld in artikel 39 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, zijn onverenigbaar met de functie van erkend instructeur voor de vorming voor begeleiders.

Art. 9/11. § 1. De erkende instructeurs volgen de instructies die hun door de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde worden gegeven om een einde te maken aan de schending van de regelgeving.

De inspecteurs die de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde aanwijst, mogen in elke omstandigheid de lokalen betreden en de vorming voor begeleiders bijwonen. Ze mogen alle bescheiden over de schoolactiviteiten raadplegen. Ze mogen zich, zo nodig, met het oog op het onderzoek een kopie laten overhandigen.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde controleert de goede werking van de erkende instructeurs.

De erkende instructeur geeft op verzoek van de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde alle inlichtingen over de toepassing van dit besluit.

§ 2. Alle personen, vermeld in dit artikel, zijn aan het beroepsgeheim gehouden.

§ 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, kan, als de voorwaarden van dit hoofdstuk niet worden nageleefd en na de erkende instructeur gehoord te hebben, de erkenning die met toepassing van deze afdeling verleend is, voor een termijn van minstens acht dagen en hoogstens zes maanden schorsen.

Als de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, ondanks een voorafgaande schorsingsmaatregel van minstens twee maanden vaststelt dat de voorwaarden van dit hoofdstuk nog altijd niet worden nageleefd, trekt hij de erkenning die met toepassing van deze afdeling verleend is, in nadat hij de instructeur voorafgaandelijk heeft gehoord.

Gedurende de schorsingsperiode of na de intrekkingsbeslissing mag de instructeur geen enkel vormingsmoment voor begeleiders organiseren.

§ 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde kan met onmiddellijke ingang de erkenning schorsen van een instructeur die het voorwerp vormt van een gerechtelijk onderzoek of van een strafvordering wegens het niet-naleven van de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, a) en b), van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.

Binnen de strikt nodige tijd en maximaal binnen vijftien dagen die op de maatregel van onmiddellijke schorsing volgen, wordt de intrekkings- of schorsingsprocedure, vermeld in paragraaf 3, aangevat. Bij gebrek daaraan houdt de schorsing van rechtswege op.

§ 5. De vorming voor begeleiders die verstrekt is door een instructeur die niet beschikt over een erkenning of van wie de erkenning geschorst is, wordt niet in aanmerking genomen. De instructeur betaalt de begeleider de betaalde vergoedingen terug.