10 JULI 2006. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B.
[B.S. 14.07.2006]

Hoofdstuk II/1. Theoretisch examen en scholing (enkel Waals Gewest)

Art. 7/1. § 1. De kandidaat voor het rijbewijs van de categorie B die geslaagd is voor het theoretisch examen ontvangt zijn slaagattest waarvan het model door de Waalse Minister wordt bepaald.

§ 2. De kandidaat voor het rijbewijs van de categorie B die vanaf 1 juli 2018 geslaagd is voor het theoretisch examen en die in het kader van de in artikel 8, § 1, 3o, bedoelde stage, wenst zijn scholing met een begeleider voor te zetten, volgt met zijn begeleider(s) een pedagogische afspraak volgens de modaliteiten bepaald door de Waalse Minister.

Deze pedagogische afspraak duurt drie uur en kan online georganiseerd worden. De kosten gbonden aan de pedagogische afspraak zijn ten laste van de kandidaat.

Het woord “gbonden” dient gelezen te worden als “gebonden”.

De pedagogische afspraak wordt georganiseerd door erkende rijscholen, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, in uitvoering van het programma goedgekeurd door de Waalse Minister of zijn gemachtigde.

De pedagogische afspraak kan evenwel door andere instellingen aangewezen door de Waalse Minister georganiseerd worden.

Aan het einde van deze pegagogische afspraak wordt een attest, dat voor vijf jaar geldig is en waarvan het model door de Waalse Minister wordt goedgekeurd, afgegeven aan de kandidaat en zijn begeleider(s). De kandidaat ontvangt ook een logboek.

Het woord “pegagogische” dient gelezen te worden als “pedagogische”.

§ 3. De kandidaat en zijn begeleider(s) nemen deel aan de pegagogische afspraak alsvorens de in artikel 8, § 1, 3o, bedoelde stage te beginnen. Tijdens de stage bevindt het logboek zich aan boord van het voertuig bestuurd door de kandidaat en wordt behoorhijk aangevuld door laatstgenoemde en zijn begeleider.

De woorden “pegagogische”, “alsvorens” en “behoorhijk” dienen gelezen te worden als respectievelijk “pedagogische”, “alvorens” en “behoorlijk”.

Het logboek bevat de vooruitgangen van de kandidaat voor het besturen van een voertuig alsook het aantal kilometers die tijdens die periode zijn afgelegd. Alleen de kilometers afgelegd vanaf de datum afgifte van het attest van deelneming aan de pedagogische afspraak worden in aanmerking genomen voor de berekening van de kilometers vereist in artikel 8, § 1, 4o.

Art. 7/2. Met uitzondering van de gebrevetteerde rij-instructeurs die over een geldige instructietoestemming beschikken, vervult (vervullen) de begeleider(s) die de kandidaat begeleidt(en) de voorwaarden van artikel 7/1, § 2, alvorens plaats te nemen in het voertuig en de scholing bedoeld in artikel 8, § 1, 3o, te beginnen.

Art. 7/3. § 1. De in artikel 3, § 1, bedoelde kandidaat kan tijdens de in artikel 8, § 1, 3o, bedoelde scholing slechts begeleid worden door de begeleider(s) die de voorwaarden van artikel 7/1, § 2 vervult(vervullen) of door een gebrevetteerde rij-instructeur die beschikt over een geldige instructietoestemming overeenstemmend met de bepalingen van het koninklijk besluit van betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.

§ 2. Indien de begeleider een gebrevetteerde rij-instructeur is die over een geldige instructietoestemming beschikt, maakt hij een inschrijvingskaart op voor elke kandidaat en wordt het voertuig voorzien van een dekking van verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, die overeenstemmen met de voorschriften van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen. Hij vergewist er zich ook van dat het logboek zich aan boord van het voertuig bestuurd door de kandidaat tijdens de scholing bevindt en dat het zoals bepaald in artikel 7/1, § 2, vijfde lid, behoorlijk aangevuld wordt.

In geval van niet-naleving van deze bepalingen kan de Waalse Minister of zijn gemachtigde na de gebrevetteerde instructeur gehoord te hebben over zijn toelichting en verdedigingsmiddelen m.b.t. de onregelmatigheid die hem verweten is, de instructietoestemming voor een periode van vijftien dagen of meer schorsen.

Indien de Minister of zijn gemachtigde ondanks een voorafgaandelijke schorsingsmaatregel vaststelt dat de bepalingen nog altijd niet nageleefd worden, trekt hij de instructietoestemming in na de gebrevetteerde instructeur gehoord te hebben over zijn toelichting en verdedigingsmiddelen m.b.t. de onregelmatigheid die hem verweten is.

Tijdens de schorsingsperiode of na de beslissing tot intrekking van de instructietoestemming mag de gebrevetteerde instructeur geen cyclus van praktisch rijonderricht beginnen of voortzetten.

Het onderricht verstrekt door een gebrevetteerde instructeur die niet over een instructietoestemming beschikt of wiens instructietoestemming wordt geschorst, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in artikel 8, 1, 4o, bedoelde voorwaarde.

De verwijzing naar “artikel 8, 1, 4o” dient gelezen te worden als “artikel 8, § 1, 4o”.