12 OKTOBER 2010. - Koninklijk besluit betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten.
[BS 25.10.2010]

Bijlage 3

Technische voorschriften voor de installatie van meettoestellen die ingezet worden voor de registratie van voertuigen die een rood licht of rode knipperlichten aan een overweg voorbijrijden

1. Toepassingsdomein

De onderhavige technische voorschriften zijn van toepassing op de installatie van meettoestellen die, met behulp van een opnemingstoestel, de identificatiegegevens en, in voorkomend geval, de snelheid kunnen registreren van de voertuigen die na een vooraf ingestelde tijd een rood licht of rode knipperlichten aan een overweg voorbijrijden.

2. Installatievoorschriften

2.1. De meting gebeurt in een zone van maximaal 5 meter, die zich ter hoogte van het verkeerslicht bevindt.

2.2. De volgende elementen moeten op het beeld zichtbaar zijn :

1. het beveiligde verkeerslicht voor elke bemeten rijstrook of een beveiligde indicatie met inbegrip van de tijdsintervallen;

2. het einde van de meetzone,van elke bewaakte rijstrook;

3. datum en tijdstip van de meting, in voorkomend geval de gemeten snelheid de rijrichting van het voertuig (indien van toepassing) en het nummer van de rijstrook.

3. Werkingsvoorschriften

3.1. De inbreuken worden geregistreerd door het meettoestel :

1. bij rood licht : één seconde na het oplichten van het rode licht en bij snelheden hoger dan 30 km/h

2. bij rode knipperlichten aan een overweg : na een ingestelde tijd van minstens één seconde.

3.2. De doortocht van een voertuig in overtreding moet minstens door een tweede beeldopname worden bevestigd.

4. Dossier

Het dossier vermeld in artikel 16 bevat naast het gebruikershandboek zoals bepaald in punt 4 van de bijlage 1 :

a) in het geval van een nieuwe installatie :

een situatieplan op een schaal van 1/100;

minstens 1 beeldopname, formaat A4, per opstellingsplaats van het opnemingstoestel, die het beeld weergeeft dat nadien mag verwacht worden en die moet genomen zijn door een opnemingstoestel met dezelfde kenmerken als die van het toestel dat nadien zal geplaatst worden;

één of meerdere opnames, formaat A4, welke een overzicht van het geheel van de installatie mogelijk maken. Deze opnames bevatten, duidelijk en ondubbelzinnig zichtbaar, de materiële realisatie.

b) in het geval van een wijziging van een installatie : de eventuele actualisatie van de voorgaande elementen, met betrekking tot voorgaand punt 4.a).