12 OKTOBER 2010. - Koninklijk besluit betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten.
[BS 25.10.2010]

Bijlage 2/1. Technische specificaties voor Weigh In Motion systemen (enkel Waals Gewest)

1. Toepassingsgebied

Deze technische specificaties gelden voor alle instrumenten waarmee het gewicht van voertuigen in het verkeer kan worden gemeten (in voorkomend geval voor algemene eisen, maximaal toelaatbare fouten en prestatietests die van toepassing kunnen zijn).

2. Begripsomschrijving

2.1. Weigh in Motion: Een proces voor het bepalen van de massa van het voertuig, de asbelasting en, indien van toepassing, de belasting per groep assen van een bewegend voertuig (d.w.z. een voertuig dat door de ladingsontvanger van het weeginstrument loopt) door het meten en analyseren van de dynamische krachten van de banden van het voertuig;

2.2. Voertuigmassa: totale massa van het voertuig met inbegrip van alle aangesloten onderdelen;

2.3. As: As bestaande uit twee of meer wielcombinaties met draaipunten die zich ongeveer op een gemeenschappelijke as bevinden met de totale breedte van het voertuig en loodrecht op de nominale bewegingsrichting van het voertuig zijn gericht;

2.4. Groep assen: Twee of meerdere assen die deel uitmaken van een bepaalde groep en hun respectieve intervallen;

2.5. Asbelasting: Fractie van de massa van het voertuig die op het moment van weging via de as op de lastdrager wordt ondersteund;

2.6. Belasting van de asgroep: Som van alle asbelastingen in een bepaalde groep assen;

2.7. Weegzone: De wegoppervlakte met inbegrip van de lastdrager met de rijplanken vóór en na elk uiteinde van de lastdrager in de richting van het passeren van het voertuig dat gewogen wordt;

2.8. Lastdrager: Het gedeelte van het weegoppervlak dat de belasting van de wielen van een voertuig opvangt en dat een wijziging in het evenwicht van het instrument teweegbrengt wanneer er een wiellast op wordt geplaatst;

2.9. Weegbereik: De mate tussen minimum- en maximumbereiken;

2.10. Minimumbereik (Min): Waarde van de belasting waaronder de Weigh in Motion resultaten vóór de totalisatie aan een buitensporige relatieve fout kunnen worden onderworpen;

2.11. Maximumbereik (Max): Maximale Weigh in Motion belasting van de lastdrager zonder totalisatie;

2.12. Schaalinterval, d : Waarde uitgedrukt in massa-eenheden voor Weigh in Motion, die het verschil is tussen twee opeenvolgende aangegeven of afgedrukte waarden;

2.13. Massa-eenheid: Voor het wegen mogen de volgende massa-eenheden worden gebruikt: kg, t;

2.14. Werksnelheid, V: Gemiddelde snelheid van het gewogen voertuig wanneer het over de lastdrager rijdt;

2.15. Maximale werksnelheid, Vmax: Grootste snelheid van een voertuig waarvoor het Weigh in Motioninstrument is ontworpen en waarboven de weegresultaten een buitensporige relatieve fout kunnen vertonen;

2.16. Minimale werksnelheid, Vmin: Laagste snelheid van een voertuig waarvoor het Weigh in Motion-instrument is ontworpen en waarboven de weegresultaten een buitensporige relatieve fout kunnen vertonen;

2.17. Werksnelheidsbereik: Reeks door de fabrikant gespecificeerde waarden tussen de minimum- en de maximumwerksnelheid waarbij een voertuig in beweging kan worden gewogen;

2.18. Aanbeveling OIML 134: Aanbeveling van de Internationale Organisatie voor Wettelijke Metrologie betreffende de automatische instrumenten voor het wegen van wegvoertuigen in beweging en het meten van de asbelasting

3. Nauwkeurigheidsklassen

3.1. Totale voertuigmassa

Voor de bepaling van de totale massa van het voertuig mogen de voorzieningen voor het wegen van het voertuig in beweging in de volgende zes nauwkeurigheidsklassen worden ingedeeld:

1 2 5 10 15 20

3.2. As-groep belasting en groep van de asbelasting

Voor de bepaling van de groep van de asbelasting en, indien nodig, van de as-groep belasting, mogen de voorzieningen voor de weging van het voertuig in beweging in de volgende zeven nauwkeurigheidsklassen worden ingedeeld :

A B C D E F G

4. Regels voor een goede werking

4.1. Zekerheid van de identificatie van het voertuig

Weigh in Motion systemen moeten zijn uitgerust met een voertuigcategoriedetector.

4.2. Werking zonder gekwalificeerde agent

De instrumenten die bestemd zijn om te werken in omstandigheden waarbij de goede werking onmogelijk voortdurend door een bevoegde agent kan worden gecontroleerd, moeten een betrouwbaarheidsniveau verzekeren dicht bij de aan ″ zekerheid grenzende waarschijnlijkheid″ dat de fout van elk resultaat binnen de tolerantiegrenzen gelegen is. Daartoe moet een onafhankelijke controlemethode van de meting door de fabrikant worden voorzien, als de technologie het toelaat. Deze methode kan automatisch zijn en moet een foutenmarge toelaten die niet hoger is dan 10% van de werkelijke toegestane maximale massa. Elke verkeerde meting moet duidelijk als nul geïdentificeerd of geannuleerd worden. Het betrouwbaarheidsniveau houdt rekening met de onzekerheden van de metingen en de eventuele storingen van het meetapparaat in zijn geheel. Dit niveau wordt bevestigd door het goedkeuringsdossier van het model. Indien het bepaald wordt op basis van statistische methoden, moet tenminste 99,8 % bereikt worden.

4.3. Hulpmiddel van simulatie voor de metrologische proeven in laboratorium

De fabrikant moet een simulatiemogelijkheid (interne kalibratie) voorzien die het mogelijk maakt om de metrologische proeven in het laboratorium uit te voeren. De nauwkeurigheid van de belastingmetingen die hiermee worden gesimuleerd, moeten kunnen gemeten worden en moeten de best mogelijke zijn : de fout moet minstens lager zijn dan 1/10 van de waarde van de maximaal toelaatbare fout die voor de proef in kwestie wordt getolereerd.

In het geval dat de fabrikant deze simulatiemogelijkheid niet kan voorzien om technische redenen, dan moet een testmethode voor de ijkingen voorzien worden bij de goedkeuring van het model en deze zal gevoegd worden bij de documentatie voorzien in punt 7.1 van bijlage 1.

5. Constructie

5.1. Aanduiding en weegbereik

Het weegbereik wordt door de fabrikant vastgesteld en in het goedkeuringscertificaat van het model opgenomen.

Boven het door de fabrikant vastgestelde maximumgewicht moet het toestel, eventueel met een code, aangeven dat het geregistreerde gewicht groter is dan het maximale weegbereik.

5.2. Vermelding van de voertuigcategorie

De categorieën van voertuigen waarop het Weigh in Motion systeem betrekking heeft, worden opgenomen in het goedkeuringsdossier van het model als omschreven in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen en in artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 15 maart 1968 tot vaststelling van algemene voorschriften inzake de technische voorwaarden waaraan motorvoertuigen, aanhangwagens, onderdelen en veiligheidsaccessoires moeten voldoen.

6. Proeven

6.1. Overeenstemmingproeven aan de voorschriften voorzien in punt 2 van bijlage 1

6.2. Metrologische proeven in het laboratorium:

Voor zover de technologie het toelaat, proeven in laboratorium ter bepaling van:

1° de foutencurve als functie van het gewicht;

2° indien van toepassing, de nauwkeurigheid van de waarde van de door de interne kalibratievoorziening gesimuleerde gewichten.

6.3. Proeven aangaande de effecten van de invloedsfactoren en storingen

De uit te voeren proeven en de toelatingscriteria zijn beschreven in bijlage 1, punt 9.

6.4. Metrologische proeven op de weg (uit te voeren na de in het laboratorium geplande metrologische proeven). De metrologische proeven moeten worden aangevuld met een bedrijfstest onder reële verkeersomstandigheden.

De verdeling van de fouten wordt vastgesteld bij verschillende ladingen en dichtheden van het wegverkeer en, indien mogelijk, bij verschillende temperaturen.

Het voor vergelijkingen gebruikte systeem heeft een meetonzekerheid die ten minste drie keer hoger is dan die van het huidige Weigh in Motion systeem dat wordt getest.

7. Eerste ijk, herijk en technische controle

7.1. Proeven

De proeven omvatten reeksen metingen op het weegbereik overeenkomstig de essentiële eisen die verenigbaar zijn met de in OIML-aanbeveling R-134 bedoelde weegtechnologie voor hoge snelheid. Deze proeven worden uitgevoerd overeenkomstig de goedkeuring van het model van het instrument overeenkomstig artikel 7, lid 3.

7.2. Maximaal toelaatbare fouten (MPE’s)

De indeling van het Weigh in Motion-systeem wordt uitgevoerd voor de massa van het voertuig en voor de asbelasting. Geen enkele positieve fout mag groter zijn dan de in punt 7.2.1 bepaalde maximaal toelaatbare fout die overeenkomt met de voertuigcategorie zoals gedefinieerd in het goedkeuringscertificaat van het model.

7.2.1. MPE voor de totale massa van het voertuig

Voor de massa van het voertuig wordt het Weigh in Motion systeem ingedeeld volgens de nauwkeurigheidsklasse met de MPE-waarden bij de eerste ijk en herijk als bedoeld in tabel 1:

Tabel 1

Nauwkeurigheidsklasse voor
de massa van het voertuig
Percentage conventionele waarde van de massa van het voertuig
  Eerste ijk* Herijk
1 ± 0.50 % ± 1.00 %
2 ± 1.00 % ± 2.00 %
5 ± 2.50 % ± 5.00 %
10 ± 5.00 % ± 10.00 %
15 ± 7.50 % ± 15.00 %
20 ± 10.00 % ± 20.00 %

* wanneer Weigh in Motion wordt uitgevoerd op voertuigen met hoge snelheid (>30km/h), wordt de MPE bij de eerste ijk verdubbeld.

7.2.2. MEP voor de asbelasting voor het referentievoertuig

Voor de asbelasting wordt het Weigh in Motion systeem ingedeeld volgens de nauwkeurigheidsklasse met de MPE-waarden bij de eerste ijk en herijk als bedoeld in tabel 2:

Tabel 2

Nauwkeurigheidsklasse
voor enkele asbelasting
Percentage van de conventionele waarde voor enkele asbelasting
  Eerste ijk* Herijk
A ± 0.25 % ± 0.50 %
B ± 0.50 % ± 1.00 %
C ± 1.00 % ± 2.00 %
D ± 2.50 % ± 5.00 %
E ± 5.00 % ± 10.00 %
F ± 7.50 % ± 15.00 %
G ± 10.00 % ± 20.00 %

* wanneer Weigh in Motion wordt uitgevoerd op voertuigen met hoge snelheid (>30km/h), wordt de MPE bij de eerste ijk verdubbeld.

8. Installatie-eisen

8.1. De meting wordt uitgevoerd overeenkomstig de eisen van de fabrikant in het installatiehandboek.

Op de afbeelding moeten de volgende vereiste elementen zichtbaar zijn:

- 1° De identificatie van het station;

- 2° De gemeten rijstrook;

- 3° Het meetgebied op de rijstrook;

- 4° De datum en het tijdstip van de meting.

9. Operationele vereisten

Overtredingen worden met meetinstrument vastgesteld en geregistreerd.

10. Dossier

Het dossier bevat naast de gebruikers- en installatiehandleiding als bedoeld in bijlage 1, punt 4:

1° in het geval van een nieuwe installatie:

a) het totale plan op een schaal van ten minste 1/200;

b) ten minste één foto, in A4-formaat, per camera-installatiepunt bestaande uit het beeld dat later kan worden verwacht. Deze opname moet worden gemaakt met een camera die dezelfde kenmerken heeft als de camera die later zal worden gebruikt;

c) een of meerdere foto’s van de gehele installatie, in A4-formaat. Deze foto’s tonen duidelijk en onmiskenbaar de materiële realisatie aan;

2° bij wijziging van de installatie: de eventuele bijwerking van de vorige elementen als bedoeld in 10, 1°.

Deze website wenst cookies te gebruiken om uw surfervaring te verbeteren. Door op “Ok” te klikken, aanvaardt u het gebruik van deze cookies voor deze doeleinden.