14 JULI 2005. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer.
[B.S. 26.07.2005]

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° De verordening: de verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer;

2° De Administratie: het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid;

3° Tachograaf: het controleapparaat of zijn componenten in het wegvervoer in de zin van de verordening;

4° Voertuigunit (VU): het controleapparaat met uitzondering van de bewegingsopnemer en de kabels waarmee de bewegingsopnemer aangesloten is;

5° Erkende werkplaats: ieder installateur of hersteller in bezit van de in artikel 4 bedoelde erkenning;

6° De Minister: de Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft;

7° De afgevaardigde van de Minister: de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;

8° Bevoegde instantie: de instantie die door de Minister aangeduid is voor de uitgifte en de verdeling van de tachograafkaarten;

Zie M.B. van 05-08-2005 tot aanduiding van de bevoegde instelling voor de uitgifte en de verdeling van de digitale tachograafkaarten.

9° Houder van het voertuig: hetzij de eigenaar, hetzij de tijdelijke gebruiker, hetzij de bestuurder.

Artikel 2

Alle in België ingeschreven motorvoertuigen, op de weg gebruikt voor personen- of goederenvervoer, moeten uitgerust zijn met een controleapparaat, hierna "tachograaf" genoemd, waarvan de metingen worden geregistreerd.

Deze bepaling is niet van toepassing op de motorvoertuigen vermeld in bijlage I en op de voertuigen bedoeld opgesomd in artikel 6 van het koninklijk besluit van 9 april 2007.