14 JULI 2005. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer.
[B.S. 26.07.2005]

Hoofdstuk X. Tachograafkaarten

Artikel 16

§1. De tachograafkaarten waarvan de prijzen bepaald zijn in bijlage VII, bestaan uit vier types :

  • bestuurderskaart;
  • bedrijfskaart;
  • werkplaatskaart;
  • controlekaart.

De aanvragen om kaarten te bekomen worden gedaan door middel van de formulieren waarvan de modellen zich in bijlage VIII bevinden.

§2. De tachograafkaarten blijven eigendom van de Staat die ze ter beschikking stelt van de houders.

§3. De tachograafkaarten worden geweigerd of ongeldig verklaard door de bevoegde instantie wanneer de aanvragers of de houders niet of niet meer, geheel of gedeeltelijk, aan de voorwaarden voldoen of wanneer de houders ze verkregen hebben op basis van valse, onjuiste of onvolledige verklaringen.

§4. De bestuurderskaart is persoonlijk en onoverdraagbaar, ze mag enkel afgeleverd aan een persoon die aan de volgende voorwaarden voldoet :

  • zijn normale verblijfplaats in België hebben : deze voorwaarde betekent dat de aanvrager zijn officiële woonplaats in België heeft of gewoonlijk minstens 185 dagen in België verblijft gedurende een burgerlijk jaar;
  • opgeheven (art. 1.1°, KB 03-02-2011, BS 28-02-2011)
  • een voertuig bestemd om personen of goederen te vervoeren waarop de Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (rijen rusttijd) van toepassing is, besturen of bekwaam zijn, leeg of geladen, te besturen;
  • geen houder zijn van een geldige bestuurderskaart uitgegeven in België of in een ander land.

§5. De erkende werkplaats duidt de fysieke personen aan die aan de voorwaarden van artikel 10, tweede lid beantwoorden. De werkplaatskaarten worden uitgereikt aan de erkende werkplaats die erom verzoekt.

Ze zijn persoonlijk en onoverdraagbaar.

§6. De geheime code verbonden aan de werkplaatskaart, is persoonlijk. Zij wordt verstrekt aan de houder van een werkplaatskaart, mag niet medegedeeld worden aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon en mag enkel gebruikt worden door de kaarthouder.

§7. De werkplaatskaart mag de werkplaats niet verlaten behoudens voor externe activiteiten die rechtstreeks verbonden zijn aan de activiteiten van de werkplaats en voor de duur ervan. Wanneer ze niet gebruikt wordt, wordt ze in het beveiligde tachograaflokaal bewaard.

§8. De erkende werkplaats is verantwoordelijk voor het gebruik van de kaarten door zijn personeel en de teruggave van de werkplaatskaarten waarover zij beschikt.

§9. Bij verbreking van de arbeidsovereenkomst die een erkende werkplaats en de houder van een werkplaatskaart verbindt of wanneer de houder zijn activiteiten stopzet, wordt de werkplaatskaart binnen acht dagen terugbezorgd aan de bevoegde instantie.

§10. Het verlies of de diefstal van een in België uitgereikte kaart maakt het voorwerp uit van een verklaring van onvrijwillige buitenbezitstelling bij de politie of de bevoegde instantie. Het attest van onvrijwillige buitenbezitstelling uitgereikt door de politie wordt gevoegd bij de aanvraag tot vervanging.

§11. Bij verlies of diefstal van een kaart uitgereikt door een buitenlandse instantie, en wanneer de feiten zich op Belgisch grondgebied hebben voorgedaan, wordt de verklaring van onvrijwillige buitenbezitstelling afgelegd bij de politie.

§12. De controleagenten bedoeld in artikel 18 § 2 beschikken over een controlekaart.

§13. De kaarten zijn in beslag genomen en ingetrokken wanneer de kaart vervalst is, wanneer de bestuurder een kaart gebruikt waarvan hij niet de titularis is of wanneer de kaart bekomen werd op basis van valse verklaringen en/of vervalste documenten.

§14. Beschadigde of defecte in België uitgereikte kaarten worden aan de bevoegde instantie terugbezorgd. Zo nodig worden ze bij de aanvraag tot vervanging gevoegd.

§15. De kaarten waarvan de geldigheidsduur verstreken is of die niet meer worden gebruikt, worden door de houder aan de bevoegde instantie terugbezorgd binnen zes weken volgend op de vervaldatum of het einde van het gebruik.

§16. Niemand mag een als verloren of gestolen gemelde kaart gebruiken.

§17. Niemand mag twee of meer geldige bestuurderskaarten die hij bezit beurtelings gebruiken, of een kaart bezitten die hem niet toebehoort.