14 JULI 2005. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer.
[B.S. 26.07.2005]

Hoofdstuk VIII. Inspecties en controles van de met een tachograaf uitgeruste voertuigen

Artikel 14

§1. De voertuigen, onderworpen aan de voorschriften van dit besluit, ondergaan een inspectie van de tachograaf en van de installatie in haar geheel, teneinde na te gaan of de tachograaf en zijn installatie in overeenstemming zijn met de voorschriften van de verordening.

§2. De in § 1 bedoelde inspecties worden uitgevoerd door de erkende installateurs. Ze hebben plaats :

voor de digitale tachografen, na elke herstelling, na elke wijziging van de karakteristieke coëfficiënt van het voertuig of van de effectieve bandenomtrek of wanneer het UTC uurwerk een afwijking vertoont van meer dan twintig minuten.

De voertuigen maken ten minste om de twee jaar het voorwerp uit van een inspectie, met inbegrip van een ijking. Bij deze inspectie moet de installateur het installatieplaatje vernieuwen.

voor de analoge tachografen : de voertuigen maken ten minste om de twee jaar het voorwerp uit van een controle, uitgevoerd door een erkend installateur en bestaande uit het nazicht van :

  • de staat en de goede werking van het apparaat;
  • de aanwezigheid van een goedkeuringsmerk op de apparaten;
  • de aanwezigheid van een installatieplaatje;
  • de ongeschonden toestand van de verzegelingen van het apparaat en van de andere elementen van de installatie;
  • de effectieve bandenomtrek.

Een controleplaatje waarvan het model is vastgelegd door de Administratie, wordt in de onmiddellijke nabijheid van het installatieplaatje aangebracht. Het bevat de naam, het adres en het erkenningsnummer van de installateur, alsook de datum van de controle.

De voertuigen maken ten minste om de zes jaar het voorwerp uit van een inspectie, met inbegrip van een ijking. Tijdens deze inspectie moet de installateur het installatieplaatje vernieuwen;

voor alle tachografen :

  • bij het in dienst of opnieuw in dienst stellen van het voertuig;
  • telkens als een in artikel 18 bedoelde controleambtenaar het eist. Wanneer de tachograaf conform bevonden wordt met de bepalingen van de verordening, zijn de inspectiekosten ten laste van de Staat.

§3. Onafhankelijk van de in § 1 en § 2 bedoelde inspecties en controles wordt jaarlijks, ter gelegenheid van de periodieke keuring van het voertuig, nagegaan of :

  • een tachograaf aanwezig is;
  • het installatieplaatje en desgevallend het controleplaatje geldig zijn;
  • de zegels niet verbroken zijn.

Bij de periodieke keuring van een voertuig uitgerust met een analoge tachograaf, is het voorzien van een registratieschijf waarop minstens een afgelegde afstand van 5 km werd geregistreerd.

§4. Elk voertuig waarbij de in artikel 18 bedoelde controleambtenaren vaststellen dat de tachograaf niet meer overeenstemt met de voorschriften van de verordening, ingevolge een niet toegelaten ingreep, mag slechts op de openbare rijden om zich voor het herstellen van de conformiteit naar een erkende werkplaats te begeven.