14 JULI 2005. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer.
[B.S. 26.07.2005]

Bijlage 6. Erkenningsvoorwaarden voor de controle-instellingen van de erkende werkplaatsen voor het installeren en herstellen van tachografen

    Deze bijlage bepaalt de voorwaarden waarop instellingen van de Minister of zijn gemachtigde een erkenning kunnen krijgen om de controle te verrichten bij de erkende installateurs en herstellers van tachografen, alsook de verificatie en de ijking van de apparaten die zij gebruiken.

    1. Een instelling die de in artikel 14 bedoelde erkenning aanvraagt, dient bij de Minister of zijn gemachtigde een aanvraag in met opgave van :

    • de statuten van de instelling alsook de namen van de zaakvoerders of bestuurders;
    • de identiteit van de natuurlijke persoon of personen die door genoemde instelling aangesteld werd(en) om de controles, verificaties en ijkingen te verrichten;
    • de stukken waarbij aangetoond wordt dat aan de in punt 2 vereiste voorwaarden voldaan is.

    2. Om de erkenning te verkrijgen moet de aanvrager :

    a) Aantonen dat hij :

    • over adequate ruimten, het aangepaste materieel en de technische documentatie beschikt nodig om de verificatie of de ijking uit te voeren van de apparaten die door de installateurs en herstellers van tachografen gebruikt worden;
    • over voldoende technisch personeel beschikt om de controles te verrichten en de continuïteit ervan te waarborgen. Het personeel moet de nodige opleiding, bekwaamheid, kennis en ervaring hebben voor het uitvoeren van de functies waarmee het belast is;
    • voldoet aan de voorwaarden van ISO 17025;

    b) zich ertoe verbinden om:

    • de ambtenaren van de Administratie op elk ogenblik toegang te verlenen tot de betrokken bedrijfsruimten;
    • de ambtenaren van de Administratie alle gegevens betreffende de aangewende methodes en technieken mee te delen;
    • zijn meetstandaarden te laten kalibreren ter wille van de traceerbaarheid voor de nationale meetstandaarden.

    3. De directeur van de erkende instelling en de met de opdrachten belaste personen mogen rechtstreeks noch onrechtstreeks belang hebben bij een vennootschap die bedrijvig is in de vervaardiging van of het in de handel brengen van tachografen.

    4. De erkenningsaanvraag wordt onderzocht, waarna de erkenning wordt verleend voor een stilzwijgend verlengde periode van één jaar of wordt geweigerd.

    5. Het behoud van de erkenning van de instelling is onderworpen aan het jaarlijks indienen van een activiteitenverslag vóór 31 januari van het volgend jaar bij de Minister of zijn gemachtigde. Dit verslag omvat onder meer de lijst van de gecontroleerde instellingen, een statistische presentatie van de resultaten van die controles met vermelding van wat conform en wat niet conform de reglementering is.

    6. De instellingen die de erkenning aanvragen, verbinden zich ertoe om een jaarlijkse controle te verrichten op de volgende punten :

    • aanwezigheid en staat van materieel en infrastructuur vereist in de bijlage II;
    • aanwezigheid van de werkplaatskaarten;
    • geldigheid van de verificatie- en ijkingscertificaten van de apparaten;
    • geldigheid van de opleidings- of vervolmakingsattesten;
    • de werkfiches;
    • de computerbestanden.

    7. Deze instellingen kunnen op verzoek van de erkende werkplaats de apparaten ter plaatse of in hun ruimten verifiëren of ijken.

    8. De instelling die de erkenning aanvraagt, verbindt zich ertoe om na afloop van de controle aan iedere gecontroleerde onderneming een rapport met de controleresultaten te overhandigen, evenals haar besluiten betreffende de conformiteit van de erkende werkplaats aan de geldende regels voor de installatie en herstelling van tachografen, met eventueel de nodige verbeteringen en correcties die zich opdringen. Een kopie van het controlerapport wordt systematisch overgezonden aan de Administratie. Het model van het controlerapport wordt vooraf voor akkoord ter goedkeuring voorgelegd aan de Administratie.

    9. Wanneer de controle één of meer ernstige non-conformiteiten aan het licht brengt, stelt de erkende instelling de Administratie daarvan uitdrukkelijk in kennis.

    10. Controles die niet overeenkomstig de bepalingen in deze bijlage zouden gebeuren, herhaalde kwaliteitsgebreken in de controles of het niet onmiddellijk kennis geven van de in punt 9. bedoelde vaststellingen kunnen de intrekking van de erkenning van de instelling tot gevolg hebben.