23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
(B.S. 30.04.1998)

Titel IV. Beschikkingen betreffende de rechterlijke beslissingen houdende vervallenverklaring van het recht tot sturen van een motorvoertuig, de formaliteiten tot uitvoering ervan en de onderzoeken tot herkrijging van dit recht

Hoofdstuk I. Rechterlijke beslissingen houdende vervallenverklaring van het recht om een motorvoertuig te besturen en formaliteiten tot uitvoering ervan

Artikel 65

Wanneer bij toepassing van artikel 45 van de wet, de vervallenverklaring van het recht tot sturen beperkt is tot sommige motorvoertuigen, vermeldt de beslissing op welke categorieën het verval slaat, met verwijzing naar de indeling bepaald in artikel 2.

Artikel 66

Opgeheven : art. 1, K.B. 08-03-2006 (B.S. 16-03-2006)

Artikel 67

Hij die een verval van het recht tot sturen heeft opgelopen, is gehouden bij de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken, te laten toekomen, naargelang het geval :

het rijbewijs waarvan hij houder is, wanneer het gaat om verval van het recht tot sturen van een motorvoertuig waarvoor het document is afgegeven;

het voorlopig rijbewijs of het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid waarvan hij houder is bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E.

Deze formaliteit moet vervuld worden binnen de 4 dagen na de dag waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de veroordeelde heeft gedaan, overeenkomstig artikel 40 van de wet of, in geval van verval uitgesproken wegens lichamelijke ongeschiktheid, binnen de 4 dagen na de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen, of na de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen niettegenstaande voorziening; zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn in deze termijn niet begrepen.

Artikel 68

Opgeheven : art. 2, K.B. 08-03-2006 (B.S. 16-03-2006)

Artikel 69

§1. De griffier bewaart het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs.

§2. Als het verval van het recht tot sturen krachtens artikel 38, § 2bis van de wet enkel uitgevoerd wordt tijdens het weekend en op feestdagen, maakt de griffier een attest op waarvan het model bepaald wordt door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. De betrokkene ontvangt dit attest bij de afgifte van zijn rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs op de griffie. Het attest is één maand geldig.

De overheid bedoeld in artikel 7 reikt de betrokkene bij afgifte van het attest een rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs uit dat enkel geldig is buiten de in artikel 38, § 2bis van de wet vermelde weekends en feestdagen.

Het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs, dat werd uitgereikt bij toepassing van het tweede lid, moet worden afgegeven aan de griffier die het terugzendt naar de overheid bedoeld in artikel 7.

Indien het door de griffie bewaarde rijbewijs een Europees rijbewijs is, wordt het teruggezonden naar de overheid bedoeld in artikel 7.

§3. Als het verval van het recht tot sturen enkel van toepassing is op bepaalde categorieën van voertuigen waarvoor het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs afgegeven is, maakt de griffier een attest op waarvan het model bepaald wordt door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. De betrokkene ontvangt dit attest bij de afgifte van zijn rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs op de griffie. Het attest is één maand geldig.

De overheid bedoeld in artikel 7 reikt de betrokkene bij afgifte van het attest een rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs uit dat enkel geldig is voor de categorieën waarvoor het verval niet van toepassing is.

Het rijbewijs dat werd uitgereikt bij toepassing van het tweede lid moet worden afgegeven aan de griffier, die het terugzendt naar de overheid bedoeld in artikel 7.

Indien het door de griffie bewaarde rijbewijs een Europees rijbewijs is, wordt het teruggezonden naar de overheid bedoeld in artikel 7.

§4. Het openbaar ministerie deelt uiterlijk de vijfde dag volgend op de datum van de kennisgeving die aan de veroordeelde overeenkomstig artikel 40 van de wet werd gedaan, of de dag volgend op deze waarop het verval wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid ingaat, de volgende gegevens mee aan de federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer :

  • de beslissing waarbij het verval wordt uitgesproken, de duur, de reden met inbegrip van de categorie van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan, desgevallend of het verval beperkt is tot de weekends en feestdagen, en desgevallend de categorieën waarvoor het verval van toepassing is;
  • de examens of onderzoeken die desgevallend ondergaan moeten worden krachtens artikel 38 van de wet.

§5. Wanneer examens of onderzoeken moeten worden ondergaan krachtens artikel 38 van de wet, deelt het openbaar ministerie, mits schriftelijk akkoord van de betrokkene, de in de vorige paragraaf bedoelde gegevens mee aan de instelling die bevoegd is voor de examens of onderzoeken.

Het model van schriftelijk akkoord wordt door de griffier aan de betrokkene voorgelegd op het moment van de afgifte van het rijbewijs. Het model van schriftelijk akkoord wordt door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer bepaald. Het bevat eveneens een lijst van alle erkende instellingen en hun vestigingen. De betrokkene duidt op de lijst de vestiging aan waar hij de examens of onderzoeken wenst af te leggen.

Indien de betrokkene geen keuze heeft gemaakt, of bij gebrek aan afgifte op de griffie van het rijbewijs door de betrokkene zelf, deelt het openbaar ministerie aan de betrokkene de instelling of vestiging mee bij de welke hij zijn examens of onderzoeken zal kunnen ondergaan.

Zie M.B. 08-03-2006 betreffende de kostprijs van de psychologische en medische herstelonderzoeken na verval van het recht tot sturen

§6. De instelling die bevoegd is voor de examens of onderzoeken stuurt de betrokkene een oproep tot verschijning voor het afleggen van de examens of onderzoeken.

De instelling die bevoegd is voor de examens of onderzoeken deelt de resultaten van de examens of onderzoeken mee aan de betrokkene, aan de griffie en aan het openbaar ministerie.

§7. De betrokkene kan het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs weer op de griffie afhalen wanneer :

de termijn van het verval verstreken is en het herstel van het recht tot sturen niet afhankelijk werd gemaakt van het slagen voor de in artikel 38 van de wet bedoelde examens of onderzoeken;

de betrokkene de examens of onderzoeken krachtens artikel 38 van de wet met goed gevolg heeft afgelegd en de termijn van het verval verstreken is;

de houder van een Europees of buitenlands rijbewijs, die niet beantwoordt aan de voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te verkrijgen, het grondgebied verlaat. In dit geval geeft het openbaar ministerie hem een attest af dat overeenstemt met het model van bijlage 8, en dat hem machtigt tot het besturen van zijn voertuig om zich op een vastgestelde dag en langs een bepaalde weg naar de grens te begeven.

Het openbaar ministerie brengt de federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer op de hoogte van de teruggave van het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs.

§ 8. In afwijking van § 7, eerste lid, 2°, wordt, indien de houder overeenkomstig artikel 72, § 4, tweede lid, geslaagd is voor het praktisch herstelexamen, het rijbewijs waarvan hij houder is niet teruggegeven in de volgende gevallen:

  • indien het praktisch herstelexamen werd afgelegd met een voertuig van categorie AM, behalve indien het rijbewijs waarvan hij houder is niet geldt voor categorie AM;
  • indien het praktisch herstelexamen werd afgelegd met een voertuig van categorie A1, A2, A, B, B+E of G, hoewel het rijbewijs waarvan hij houder is ook geldt voor minstens één van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E of voor een gelijkwaardige categorie;
  • indien het praktisch herstelexamen werd afgelegd met een voertuig van categorie C1, C1+E, D1 of D1+E, hoewel het rijbewijs waarvan hij houder is ook geldt voor één van de categorieën C, C+E, D of D+E, of voor een gelijkwaardige categorie.

In dit geval wordt het door de griffie bewaarde rijbewijs, indien het een Europees rijbewijs is, teruggezonden naar de overheid bedoeld in artikel 7.

Op vraag van de houder, geeft de overheid bedoeld in artikel 7 een rijbewijs af voor de categorieën bedoeld in het attest van welslagen voor het praktisch herstelexamen, overeenkomstig de artikelen 17, § 4, derde lid, en 72, § 4, tweede lid, 1° tot 3°.

Wanneer hij een attest van welslagen voor het praktisch herstelexamen, voorlegt waaruit blijkt dat hij zich in het geval bedoeld in artikel 72, § 4, eerste lid, bevindt, is, al naargelang het rijbewijs dat bij de griffie werd neergelegd, een van de volgende gevallen van toepassing:

1° het Belgische of niet-Europees buitenlands rijbewijs wordt aan hem teruggegeven door de griffie;

2° als hij houder was van een Europees rijbewijs dat door de griffie naar de overheid bedoeld in artikel 7 werd teruggezonden, wordt aan hem een Belgisch rijbewijs afgegeven overeenkomstig artikel 17.

Het rijbewijs bedoeld in het derde lid wordt door de houder aan de griffie teruggegeven op het moment waarop hij het rijbewijs waarvan hij houder was terugkrijgt of, indien dit rijbewijs een Europees rijbewijs was, op het moment van de afgifte van het nieuwe rijbewijs door de overheid bedoeld in artikel 7.

In het geval bedoeld in artikel 45, derde lid van de wet, in afwijking van het eerste lid, wordt het rijbewijs waarvan de bestuurder houder is teruggegeven door de griffier.

§ 9. In afwijking van § 7, eerste lid, 2°, wordt, indien de houder geschikt wordt verklaard naar aanleiding van het medisch of het psychologisch herstelonderzoek en het deelnemingsdocument attesteert zijn rijgeschiktheid onder voorwaarden of met beperkingen, het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is niet teruggegeven door de griffier.

In dit geval wordt het door de griffie bewaarde rijbewijs, indien het een Europees rijbewijs is, teruggezonden naar de overheid bedoeld in artikel 7.

Op vraag van de houder, geeft de overheid bedoeld in artikel 7 een rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs af voor de categorieën bedoeld in het deelnemingsdocument dat zijn rijgeschiktheid attesteert onder voorwaarden of met beperkingen, gevoegd bij de aanvraag, overeenkomstig artikel 17, § 4, vierde lid.

Wanneer hij een deelnemingsdocument voorlegt dat zijn rijgeschiktheid attesteert zonder voorwaarden of beperkingen, is, al naargelang het rijbewijs dat bij de griffie werd neergelegd, een van de volgende gevallen van toepassing:

1° het Belgische of niet-Europees buitenlands rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs wordt aan hem teruggegeven door de griffie;

2° als hij houder was van een Europees rijbewijs dat door de griffie naar de overheid bedoeld in artikel 7 werd teruggezonden, wordt aan hem een Belgisch rijbewijs afgegeven overeenkomstig artikel 17.

Het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs bedoeld in het derde lid wordt door de houder aan de griffie teruggegeven op het moment dat het rijbewijs waarvan hij houder was aan hem wordt teruggegeven of, indien dit rijbewijs een Europees rijbewijs was, op het moment van de afgifte van het nieuwe rijbewijs door de overheid bedoeld in artikel 7.

Artikel 70

Opgeheven : art. 4, K.B. 08-03-2006 (B.S. 16-03-2006)