7 MEI 1999. - Ministerieel besluit betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg.
[21.05.1999]

Hoofdstuk I. Signaleren van werken

Artikel 6. Werken van 5e categorie

6.1. Op de autosnelwegen en op andere openbare wegen waar de maximum toegelaten snelheid hoger is dan 90 km/h.

1. Werken die het verkeer sterk hinderen.

De signalisatie voorzien in de artikelen 2.1.1. en 2.1.2. van dit besluit zijn van toepassing.

Evenwel :

voor de signalisatie op afstand :

  • wordt de geleiding aangebracht door een van de middelen van type II van bijlage 2 bij dit besluit. Zij worden op ten hoogste 10 m van elkaar geplaatst. De verkeersborden D1 en een verlichting zijn niet noodzakelijk.

D1

  • worden op de autosnelwegen de verkeersborden van het model F79 tot F85 geplaatst op 1.500 m en herhaald op 750 m. Deze borden mogen opgenomen worden in de inrichting van type I van bijlage 3 tot dit besluit. Zij moeten niet herhaald worden aan de linkerkant van de rijbaan.

F79     F81    F83     F85

  • wordt op de autosnelwegen het verkeersbord C43 dat de snelheid beperkt tot 70 km/h geplaatst op 250 m. Het moet niet herhaald worden.

C43

is voor de zijdelingse signalisatie een verlichting niet noodzakelijk.

2. Werken die het verkeer weinig hinderen.

De signalisatie voorzien in artikel 2.2. van dit besluit is van toepassing.

Evenwel moeten de geleiding op afstand, de zijdelingse afbakening en de afbakening die het verkeer van de voetgangers, de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen van dat van de andere weggebruikers scheidt en van het werk zelf, niet verlicht zijn.

6.2. Op de openbare wegen waar de maximum toegelaten snelheid hoger is dan 50 km/h en lager dan of gelijk aan 90 km/h, is de signalisatie voorzien in artikel 3 van dit besluit van toepassing.

Evenwel :

  • de zijdelingse afbakening en de afbakening die het verkeer van de voetgangers, de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen van het verkeer van de andere weggebruikers scheidt en van het werk zelf, moeten niet verlicht zijn.
  • wanneer aan het begin van werk, een inrichting van type II van bijlage 3 bij dit besluit is geplaatst, moeten geen verkeersborden van het model F79 tot F85 en geen zijdelingse afbakening geplaatst zijn.

F79     F81    F83     F85

6.3. Op de openbare wegen waar de maximum toegelaten snelheid gelijk is aan of lager dan 50 km/h, is de signalisatie voorzien in artikel 4 van dit besluit van toepassing.

Evenwel :

  • zijn de zijdelingse afbakening en de afbakening die het verkeer van de voetgangers, de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen van het verkeer van de andere weggebruikers scheidt en van het werk zelf, niet verlicht.
  • mag de inrichting van bijlage 4 bij dit besluit vervangen worden door een voertuig dat uitgerust is overeenkomstig artikel 7.1.1° van dit besluit. Indien minstens een gedeelte van het werk op de rijbaan ligt, wordt bovendien een verkeersbord D1 waarvan de pijl onder een hoek van ongeveer 45° naar beneden is gericht, die de verplichte rijrichting aangeeft, aangebracht.

D1

6.4. Voor de werken die ingeplant zijn buiten de rijbaan maar die een gevaar betekenen voor de voetgangers, de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen is de signalisatie voorzien in artikel 5 van dit besluit van toepassing. Evenwel is geen verlichting vereist.

6.5. Wanneer het tijdens de dag niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 m wordt het werk gestaakt en het normale verkeer hersteld.

Indien om een of andere reden het normaal verkeer niet kan worden hersteld, blijft de signalisatie van het werk staan en worden de signalisatie van de geleiding en de zijdelingse signalisatie aangevuld met oranjegele knipperlichten.

Het verkeersbord F47 en het bord waarop in het geel, op een zwarte achtergrond, de naam staat van de verantwoordelijke voor de signalisatie en diens telefoonnummer, worden geplaatst overeenkomstig de voorschriften voor elke categorie van werken.

F47