7 MEI 1999. - Ministerieel besluit betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg.
[21.05.1999]

Hoofdstuk I. Signaleren van werken

Artikel 8. Signalisatie van containers

8.1. De containers die worden geplaatst op de openbare weg moeten op de voor- en achterkanten voorzien zijn van afwisselende rode en witte strepen van ten minste 0,10 m breed die met de verticale as van de container een hoek van ongeveer 45° vormen.

Indien de container niet over een oppervlakte beschikt van ten minste 1,00 m2 waarop zulke strepen kunnen worden aangebracht of indien die strepen minder dan 0,50 m hoog zijn, wordt een bord voorzien van dezelfde strepen, met een hoogte van ten minste 0,50 m en een breedte die ongeveer gelijk is aan die van de container, aan deze container vastgemaakt.

8.2. Een verkeersbord D1 met een diameter van ten minste 0,70 m, waarvan de pijl onder een hoek van ongeveer 45° naar beneden gericht is, wordt aangebracht aan de kant waar het verkeer toegelaten is.

D1

Een oranjegeel knipperlicht wordt boven het verkeersbord D1 aangebracht.

8.3. De container wordt zodanig geplaatst dat het verkeer slechts aan één zijde mogelijk is.

8.4. Artikel 4.2., 3°, b), is van toepassing wanneer de container zo geplaatst is dat de voetgangers, de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen genoodzaakt zijn de rijbaan te volgen.

8.5. Een opschrift of een bord waarop in het geel, op een zwarte achtergrond, de naam staat van de verantwoordelijke voor de signalisatie en diens telefoonnummer, wordt aangebracht op één van de zijkanten van de container.

8.6. De bepalingen van de artikelen 8.1. tot 8.3. zijn niet van toepassing op de containers die op een parking geplaatst zijn die niet aan de rijbaan grenst en op de plaatsen waar ze het verkeer noch van de bestuurders noch van de voetgangers hinderen.