21 NOVEMBER 1989. - Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.
(B.S. 08.12.1989)

Hoofdstuk IVbis. Regels met betrekking tot de vergoeding van bepaalde schade veroorzaakt door motorrijtuigen


Afdeling 1: Algemene bepalingen

Artikel 19bis - 1

De Koning laat, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, een nationaal verzekeringsbureau, hierna het Belgisch Bureau genoemd, toe met als opdracht overeenkomstig de wetgeving betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen de schade te vergoeden, in België veroorzaakt door motorrijtuigen die gewoonlijk in het buitenland gestald zijn.

Het Belgisch Bureau, toegelaten met toepassing van artikel 79, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, blijft toegelaten zolang de Koning geen uitvoering heeft gegeven aan het eerste lid.

Artikel 19bis - 2

De Koning laat, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, een Gemeenschappelijk Waarborgfonds, hierna het Fonds benoemd, toe met als opdracht :

1°) aan de benadeelden van verkeersongevallen de bij afdeling 2 bedoelde inlichtingen te verstrekken,

2°) de schade te vergoeden door een motorrijtuig veroorzaakt in de bij afdeling 3 vermelde gevallen.

Het Fonds, toegelaten met toepassing van artikel 79, § 2, van de voornoemde wet van 9 juli 1975, blijft toegelaten zolang de Koning geen uitvoering heeft gegeven aan het eerste lid.

Artikel 19bis - 3

De Koning keurt de statuten goed en reglementeert de controle op de activiteit van het Belgisch Bureau en het Fonds. Hij wijst de handelingen aan die in het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig stelt de Koning het Belgisch Bureau of het Fonds in.

Artikel 19bis - 4

De verzekeringsondernemingen, die de verplichte verzekering van de burgerlijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen beoefenen, zijn hoofdelijk gehouden aan het Belgisch Bureau en het Fonds de stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van hun opdrachten en om hun werkingskosten te dragen.

Indien het Belgisch Bureau of het Fonds door de Koning zijn ingesteld, legt een koninklijk besluit jaarlijks de regels vast voor het berekenen van de stortingen die door de verzekeringsondernemingen moeten worden gedaan.

Artikel 19bis - 5

De toelating wordt ingetrokken indien het Belgisch Bureau of het Fonds niet handelen overeenkomstig de wetten, verordeningen of hun statuten.

In dat geval kan de Koning alle passende maatregelen nemen ter vrijwaring van de rechten van de verzekeringsnemers, de verzekerden en de benadeelden.

Zolang de vereffening van hun verrichtingen duurt, blijven die instellingen aan de controle onderworpen.

De Koning benoemt voor deze vereffening een bijzonder vereffenaar.

Zolang die vereffening duurt, blijft artikel 19bis -4 van toepassing.

Afdeling 2. Informatieopdracht van het Fonds

Artikel 19bis - 6

§ 1. Het Fonds houdt een register bij dat de volgende gegevens bevat :

1°) wat de voertuigen betreft die gewoonlijk op het Belgisch grondgebied zijn gestald,

a) het inschrijvingsnummer, de datum van de laatste inschrijving en de geldigheidsduur van de inschrijving van het voertuig in het repertorium van de voertuigen;

b) de naam, de eerste voornaam of de benaming van de titularis van de kentekenplaat en het geactualiseerde adres van de houder van de kentekenplaat;

c) de aard van het voertuig of van de inschrijving;

d) het merk, het type, het chassisnummer, het controlenummer, het vermogen of de cylinderinhoud van de motor, de maximum toegelaten massa en de datum van de eerste inverkeerstelling van het voertuig;

2°) de nummers van de verzekeringspolissen waardoor het gebruik van de voertuigen bedoeld in 1°) wordt gedekt voor de risico's vermeld in tak 10 van bijlage I van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, uitgezonderd de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de vervoerder en, indien de polis is verstreken, de datum waarop de dekking is geëindigd;

3°) de verzekeringsondernemingen die het gebruik van de voertuigen dekken voor de risico's vermeld in tak 10 van bijlage I van het voornoemde koninklijk besluit van 22 februari 1991, uitgezonderd de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de vervoerder, en de schaderegelaars die deze verzekeringsondernemingen hebben aangesteld overeenkomstig artikel 12, § 1;

4°) de lijst van de voertuigen waarvoor overeenkomstig artikel 10 wordt afgeweken van de verplichte verzekering;

5°) met betrekking tot voertuigen als bedoeld in 4°), de naam en het adres van de overheden of de instellingen die zijn belast met de schadevergoeding aan de benadeelden;

6°) de naam en het adres van de in iedere Staat van de Europese Economische Ruimte aangewezen schaderegelaar.

§ 2. De in § 1 genoemde gegevens moeten gedurende zeven jaar na het verstrijken van de inschrijving van het voertuig of van de verzekeringsovereenkomst worden bewaard.

§ 3. De Koning bepaalt, op voorstel van de ministers die de economische zaken en de inschrijving van de voertuigen onder hun bevoegdheid hebben, de gegevens die de directie van de inschrijvingen bij het Bestuur van Wegverkeer en Infrastructuur en die de verzekeringsondernemingen en de in artikel 10 bedoelde overheden en instellingen, aan het Fonds dienen te verstrekken.

Artikel 19bis - 7

Het Fonds mag, op basis van een wederzijds samenwerkingsakkoord, gegevens ontvangen, doorgeven of uitwisselen met gelijkaardige buitenlandse informatiecentra.

Het Fonds zendt aan de Europese Commissie de lijst van de personen of instellingen die zijn vrijgesteld van de verzekeringsverplichting en op wiens naam de voertuigen zijn ingeschreven bedoeld in artikel 19bis -6, § 1, 4°), alsmede de naam en het adres van de overheden en instellingen die belast zijn met de vergoeding bedoeld in artikel 19bis -6, § 1, 5°).

Artikel 19bis - 8

§ 1. Elke bij een verkeersongeval betrokken persoon, alsmede zijn rechthebbenden en iedere natuurlijke of rechtspersoon evenals iedere instelling die of ieder organisme dat beschikt over een wettelijk of conventioneel recht van indeplaatsstelling of over een eigen recht ingevolge dat ongeval, kan bij het Fonds de hierna volgende inlichtingen betreffende de bij het ongeval betrokken motorrijtuigen bekomen :

1°) de naam en het adres van de verzekeringsonderneming;

2°) het nummer van de verzekeringspolis;

3°) de naam en het adres van de schaderegelaar van de verzekeringsonderneming in de staat van de woonplaats van de benadeelde;

4°) indien de aanvrager aantoont dat hij er rechtmatig belang bij heeft, de naam en het adres van de eigenaar, in voorkomend geval de gebruikelijke bestuurder of de ingeschreven houder van het motorrijtuig;

5°) indien het gaat om een voertuig voor hetwelk gebruik werd gemaakt van de vrijstelling bedoeld in artikel 10 of van een gelijkaardige bepaling van het recht van een andere Staat van de Europese Economische Ruimte, de naam en het adres van de overheid of van de instelling die aangeduid werd ter afwikkeling van de ongevallen die zich daar hebben voorgedaan.

§ 2. Het verzoek om inlichtingen is slechts ontvankelijk in zover :

1°) het verzoek betrekking heeft op motorrijtuigen die gewoonlijk gestald zijn op het grondgebied van een Staat van de Europese Economische Ruimte;

2°) het ongeval zich heeft voorgedaan op het grondgebied van een Staat van de Europese Economische Ruimte of van een derde Staat waarvan het nationaal bureau van verzekeraars bij het groene kaartsysteem aangesloten is;

3°) het verzoek aan het Fonds werd gericht binnen een termijn van zeven jaar na het ongeval.

De Koning kan de vorm en inhoud van het verzoek om inlichtingen bepalen.

Artikel 19bis - 9

De leden van de Raad van Bestuur van het Fonds, alsook de personen die krachtens een wettelijke of een statutaire opdracht gemachtigd zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van deze Raad, de personeelsleden van het Fonds, alsook de personen die voorheen bedoelde functies hebben uitgeoefend, zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen de gegevens waarvan zij kennis hebben gekregen op grond van de in dit hoofdstuk bedoelde opdrachten aan geen enkele persoon of autoriteit bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om getuigenis in rechte in strafzaken af te leggen.

Artikel 19bis - 10

Artikel 19bis -9 doet geen afbreuk aan :

1°) de mogelijkheid tot mededeling, in beknopte of samengevoegde vorm, van gegevens over verzekeringsondernemingen of verzekeringnemers, voor zover de individuele gegevens over die verzekeringsondernemingen of verzekeringsnemers niet kunnen worden geïdentificeerd;

2°) de mogelijkheid voor het Fonds, wanneer het de identiteit van de verzekeringsonderneming van een motorrijtuig niet onmiddellijk kan vaststellen, de betrokken houder van de kentekenplaat om inlichtingen te verzoeken aangaande de verzekeringsstatus van zijn rijtuig;

3°) de mogelijkheid voor het Fonds om op basis van een wederzijds samenwerkingsakkoord met een gelijkaardig informatiecentrum van een andere Lidstaat van de Europese Unie, gegevens te ontvangen, door te geven of uit te wisselen;

4°) de mogelijkheid voor het Fonds om op basis van een wederzijds samenwerkingsakkoord met een gelijkaardig informatiecentrum van een derde Staat, gegevens te ontvangen, door te geven of uit te wisselen, voor zover dit centrum gebonden is aan een gelijkwaardig beroepsgeheim als bedoeld in artikel 19bis -9.

Afdeling 3. Vergoedingsopdracht van het Fonds

Artikel 19bis - 11

§ 1. Elke benadeelde kan van het Fonds de vergoeding bekomen van de schade die door een motorrijtuig is veroorzaakt :

1°) wanneer de verzekeringsonderneming failliet verklaard is;

2°) wanneer de vergoedingen verschuldigd zijn door een verzekeringsonderneming, die na afstand of intrekking van de toelating in België of na het, met toepassing van artikel 71, §§ 1, derde lid, en 2, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, opgelegde verbod van activiteit, haar verplichtingen niet nakomt;

3°) wanneer geen enkele verzekeringsonderneming tot die vergoeding verplicht is om reden van een toevallig feit waardoor de bestuurder van het voertuig dat het ongeval veroorzaakte, vrijuit gaat;

4°) wanneer in geval van diefstal, geweldpleging of heling, de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanleiding kan geven, niet verzekerd is, overeenkomstig de wettelijk geoorloofde uitsluiting;

5°) indien binnen drie maanden na de datum waarop hij zijn verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend bij de verzekeringsonderneming van het voertuig waarmee, door deelneming aan het verkeer, het ongeval is veroorzaakt of bij haar schaderegelaar, die verzekeringsonderneming of haar schaderegelaar hem geen met redenen omkleed antwoord op de diverse punten in het verzoek heeft verstrekt;

6°) indien de verzekeringsonderneming heeft nagelaten om een schaderegelaar aan te wijzen;

7°) indien het motorrijtuig dat het ongeval heeft veroorzaakt, niet kan worden geïdentificeerd; in dat geval wordt het Fonds in de plaats gesteld van de aansprakelijke persoon;

8°) wanneer geen enkele verzekeringsonderneming tot die vergoeding verplicht is hetzij omdat de verzekeringsplicht niet nageleefd werd, hetzij de verzekeringsonderneming binnen twee maanden na het ongeval niet kan geïdentificeerd worden;

9°) wanneer voor wat betreft een motorrijtuig vrijgesteld van de verplichting tot verzekering overeenkomstig artikel 2bis, eerste lid, geen enkele verzekeringsonderneming de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bestuurder van het voertuig die het ongeval heeft veroorzaakt, dekt.

§ 2. (opgeheven)

Artikel 19bis - 12

Een verzoek tot schadevergoeding met toepassing van artikel 19bis -11, § 1, kan door de benadeelde bij het Fonds worden ingediend. Dat verzoek is slechts ontvankelijk indien :

1°) het ongeval zich heeft voorgedaan op het Belgisch grondgebied voor wat betreft de gevallen bedoeld bij in artikel 19bis -11, § 1, 1°) tot 4°);

2°) het ongeval zich heeft voorgedaan op het grondgebied van een Staat van de Europese Economische Ruimte of van een derde Staat waarvan het nationaal bureau van verzekeraars is aangesloten bij het groene kaartsysteem, op voorwaarde dat het betrokken voertuig gewoonlijk gestald is in een van de Staten van de Europese Economische Ruimte, voor wat betreft de gevallen bedoeld bij 5°) en 6°) van artikel 19bis -11, § 1;

3°) het ongeval zich heeft voorgedaan op het grondgebied van een Staat van de Europese Economische Ruimte, voor wat betreft de gevallen bedoeld bij 7°) en 9°) van artikel 19bis -11, § 1;

4°) de benadeelde die, in het geval bedoeld in artikel 19bis -11, § 1, 6°), een verzoek tot schadevergoeding rechtstreeks heeft ingediend bij de verzekeringsonderneming van het voertuig waarmee het ongeval is veroorzaakt, binnen drie maanden na de indiening van het verzoek geen met redenen omkleed antwoord ontvangen heeft;

5°) in de gevallen bedoeld in artikel 19bis -11, § 1, 5°) en 6°), de benadeelde geen rechtsvordering rechtstreeks tegen de verzekeringsonderneming ingesteld heeft;

6°) het ongeval zich heeft voorgedaan op het grondgebied van een Staat van de Europese Economische Ruimte, voor wat betreft de gevallen bedoeld in artikel 19bis-11, § 1, 8°).

Artikel 19bis - 13

§ 1. In de gevallen bedoeld in artikel 19bis -11, § 1, 5°) en 6°), treedt het Fonds op binnen twee maanden nadat de benadeelde zijn verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend, maar staakt zijn optreden indien de verzekeringsonderneming of haar schaderegelaar binnen deze termijn een met redenen omkleed antwoord op het verzoek heeft gegeven.

In dezelfde gevallen stelt het Fonds onmiddellijk de volgende personen in kennis van het verzoek tot schadevergoeding vanwege de benadeelde, met de mededeling dat het binnen twee maanden na de indiening ervan zal optreden :

1°) de verzekeringsonderneming van het voertuig waarmee, door deelneming aan het verkeer, het ongeval is veroorzaakt of de schaderegelaar;

2°) het schadevergoedingsorgaan in de Lidstaat van de vestiging van de verzekeringsonderneming die de polis heeft afgesloten;

3°) indien deze bekend is, de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt.

§ 2. De omvang en de voorwaarden tot toekenning van het recht op vergoeding worden bepaald door de Koning.

§ 3. In het geval bedoeld bij artikel 19bis -11, § 1, 7°, en wanneer het ongeval zich heeft voorgedaan op het Belgische grondgebied, kan de Koning de verplichtingen van het Fonds beperken tot de vergoeding van de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels.

Evenwel is een dergelijke beperking niet toegelaten wanneer het Fonds vergoedt omwille van aanzienlijk lichamelijk letsel door enige benadeelde opgelopen in een ongeval waarbij materiële schade werd veroorzaakt door een niet-geïdentificeerd voertuig.

Wordt beschouwd als aanzienlijk lichamelijk letsel, een lichamelijk letsel dat, ingevolge het ongeval, ofwel :

1. de dood van de benadeelde;

2. een bestendige invaliditeit van 15 % of meer;

3. een tijdelijke invaliditeit van een maand of meer;

4. een hospitaalopname van zeven dagen of meerheeft veroorzaakt.

De Koning kan de voorwaarden, waaronder een lichamelijk letsel als aanzienlijk wordt beschouwd, nader bepalen of de lijst ervan aanvullen.

De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de gevolgen van de ongevallen die zich hebben voorgedaan voor zijn inwerkingtreding.

Artikel 19bis - 14

§ 1. In de gevallen bepaald in artikel 19bis -11, § 1, treedt het Fonds, in zoverre het de schade heeft vergoed, in de rechten van de benadeelde tegen de aansprakelijke personen en eventueel tegen hun verzekeraars.

§ 1/1. Indien het de benadeelde heeft vergoed, met toepassing van artikel 19bis-11, § 1, 4°), heeft het Fonds enkel het recht de uitbetaalde schadevergoeding terug te vorderen van de dief, de geweldpleger of de heler.

§ 2. Indien het Fonds de benadeelde heeft vergoed, met toepassing van artikel 19bis -11, § 1, 5°) of 6°), heeft het Fonds het recht de uitbetaalde schadevergoeding te verhalen op het schadevergoedingsorgaan in de Staat van de vestiging van de verzekeringsonderneming die de polis heeft afgesloten.

§ 3. Het Fonds dat een schadevergoedingsorgaan van een andere Staat heeft terugbetaald bij toepassing van een bepaling die naar het recht van deze Staat gelijkaardig is aan artikel 19bis -11, § 1, 5°) en 6°), wordt in de plaats gesteld in de rechten van de benadeelde persoon tegen de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt of diens verzekeringsonderneming, in de mate waarin het schadevergoedingsorgaan van de Lidstaat van de woonplaats van de benadeelde persoon deze heeft vergoed voor de opgelopen schade.

§ 4. Het Fonds dat de benadeelde persoon heeft vergoed, in toepassing van artikel 19bis -11, § 1, 7°) of 8°), kan zich verhalen :

1°) indien de verzekeringsonderneming niet kan worden geïdentificeerd : op het garantiefonds in de Staat van de Europese Economische Ruimte waar het voertuig gewoonlijk gestald is;

2°) indien het betrokken voertuig niet kan worden geïdentificeerd : op het garantiefonds van de Staat van de Europese Economische Ruimte waar het ongeval zich heeft voorgedaan;

3°) indien het gaat om een voertuig uit een derde Staat : op het garantiefonds van de Staat van de Europese Economische Ruimte waar het ongeval zich heeft voorgedaan.

§ 5. In afwijking van paragraaf 1 en in het geval van artikel 19bis-11, § 1, 8°), heeft het Fonds ten belope van het bedrag van de vergoeding een recht op verhaal tegen de eigenaar van het motorrijtuig en eventueel tegen zijn verzekeraar.

De eigenaar heeft geen enkel recht om het bedrag van de schadevergoeding terug te vorderen.

In afwijking van het voorgaande lid blijft paragraaf 1 van toepassing indien het ongeval en de schade met opzet werden veroorzaakt.

Artikel 19bis - 15

Wanneer bij toepassing van de wet borg gesteld of zekerheid gestort is, treedt het Fonds ten aanzien van de borg of de zekerheid in de rechten van de benadeelden, die het heeft vergoed voor de schade door het motorrijtuig veroorzaakt. Hetzelfde geldt voor de opbrengst van de verkoop van het motorrijtuig, die tot vergoeding van de schade is aangewend.

De indeplaatsstelling mag geen afbreuk doen aan de rechten die benadeelden die samen met het Fonds opkomen, persoonlijk zouden kunnen doen gelden. Deze benadeelden, met uitsluiting van de in hun plaats gestelden, oefenen hun rechten uit bij voorkeur boven het Fonds.

In de gevallen bepaald in artikel 19bis -11, § 1, 1°) of 2°), kan het Fonds zich nochtans slechts verhalen op de aansprakelijke persoon, indien voldaan is aan de voorwaarden waaronder zodanig verhaal volgens de wet of het contract voor de verzekeraar zelf openstaat. Een vrijstelling kan bovendien door de Koning bepaald worden; in dat geval kan het Fonds zich verhalen op de aansprakelijke persoon tot beloop van die vrijstelling.

Artikel 19bis - 16

Het vonnis gewezen in een geschil terzake van door een motorrijtuig veroorzaakte schade, kan tegen het Fonds, tegen de aansprakelijke persoon of tegen de benadeelde slechts worden ingeroepen, indien zij in het geding partij zijn geweest of zijn geroepen. In de gevallen bepaald in artikel 19bis -11, § 1, 1°) of 2°), kan het vonnis wel tegen het Fonds worden ingeroepen, zelfs wanneer het in het geding noch partij is geweest, noch daarin is geroepen.

Wanneer een verzekeringsonderneming in België afstand heeft gedaan van de toelating of wanneer haar toelating is ingetrokken of wanneer in België een verbod van activiteit is opgelegd in toepassing van artikel 71, § 1, derde lid en § 2, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, kan het Fonds in elke stand van het geding tussenkomen in de rechtsvorderingen tegen die onderneming of tegen haar verzekerden.

Het Fonds kan de aansprakelijke persoon in het geding roepen, dat door de benadeelde tegen het Fonds wordt ingesteld.

Artikel 19bis - 17

Wanneer de burgerlijke vordering tot vergoeding van de door een motorrijtuig veroorzaakte schade wordt ingesteld voor het strafgerecht, kan het Fonds door de benadeelde in het geding worden geroepen en kan het ook vrijwillig tussenkomen onder dezelfde voorwaarden als wanneer de vordering voor het burgerlijk gerecht was gebracht. Wanneer, ingeval van niet-verzekering, het Fonds is overgegaan tot vergoeding van de schade, kan het zich burgerlijke partij stellen tegen de aansprakelijke persoon, voor zover het gaat om de eigenaar van het rijtuig of de persoon die het ongeval en de schade met opzet heeft veroorzaakt.

Het Fonds en de aansprakelijke persoon kunnen zich laten vertegenwoordigen onder dezelfde voorwaarden als de burgerlijk aansprakelijke partij.

Artikel 19bis - 18

Bij onenigheid tussen het Fonds en de toegelaten of van toelating vrijgestelde verzekeringsonderneming over de vraag wie van beide het slachtoffer moet vergoeden, vergoedt het Fonds in eerste instantie het slachtoffer. Indien uiteindelijk wordt besloten dat de verzekeringsonderneming de vergoeding of een gedeelte daarvan had moeten betalen, betaalt deze het bedrag van de schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke intresten, terug aan het Fonds. Die intresten lopen vanaf de betalingen van het Fonds aan het slachtoffer.