30 DECEMBER 1946. - Besluitwet betreffende het bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en autocars.
(B.S. 20.01.1947)

Hoofdstuk I. Toepassingsgebied

Artikel 1

Opgeheven voor wat de federale overheid betreft voor wat betreft de vervoersactiviteiten bedoeld in artikel 2.
Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij DVR 2001-04-20/45, art. 70.

Niemand mag bezoldigd vervoer van personen over den weg met behulp van automobielen met of zonder aanhangwagens of met behulp van elk ander voertuig met afzonderlijke mechanische trekkracht verrichten, zonder een overeenkomstig deze besluitwet verleende machtiging te hebben verkregen.

Artikel 2

Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij DVR 2001-04-20/45, art. 67.

Vallen onder toepassing van deze besluitwet :

A. Het geregeld vervoer;
B. De bijzondere vormen van geregeld vervoer;
C. (...)
D. (...)

Vallen buiten de besluitwet :

De vervoerdiensten, door een werkgever met eigen materieel en op eigen verantwoordelijkheid uitsluitend ten behoeve van zijn personeel ingericht en geëxploiteerd, voor zoover daar voor dit laatste geen geldelijke of bezwarende last uit voortvloeit;

De vervoerdiensten van en naar de stations, door de hotels uitsluitend ten behoeve van hun cliënteele verzekerd; de vervoerdiensten van en naar de luchthavens, door de luchtvaartondernemingen uitsluitend ten behoeve van haar cliënteele verzekerd; de ambulanciediensten der hospitalen en klinieken en, in 't algemeen alle dergelijke vervoerdiensten waarvoor de tusschenkomst van een ondernemer van vervoer te lande niet vereischt is.

De Koning kan echter aan de onder 1° en 2° hiervoren bedoelde vervoerdiensten al of een gedeelte opleggen van de bij artikel 28 en 29 voorziene verplichtingen welke op de diensten, waarvoor een machtiging vereischt is, rusten, inzonderheid die betreffende de technische eischen in verband met de veiligheid voor het gebezigd materieel, het dekken van de burgerlijke aansprakelijkheid alsmede de geneeskundige schifting van en het geneeskundig toezicht op de autobestuurders.

De diensten ingericht op eigen initiatief, ter gelegenheid van onvoorziene gebeurtenissen of om in de toevallige ontoereikendheden of de momenteele schorsing van openbare vervoerdiensten te voorzien. In dit geval behoort de inrichter van die diensten daarvan den dag zelf en bij ter post aangeteekenden brief kennis te geven aan den Minister van Verkeerswezen, die over de opheffing van de diensten of over het verleenen van de in artikel 8 bedoelde tijdelijke machtiging beslist.

Artikel 2bis

Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij DVR 2001-04-20/45, art. 67.

De reglementering betreffende het geregeld vervoer of de bijzondere vormen van geregeld vervoer kan door de Koning geheel of gedeeltelijk toepasselijk worden verklaard op het door Hem bepaalde vervoer van personen over de weg dat wordt verricht door personen die niet het beroep van vervoerder van personen over de weg uitoefenen.