30 DECEMBER 1946. - Besluitwet betreffende het bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en autocars.
(B.S. 20.01.1947)

Hoofdstuk VI. Gemeenschappelijke bepalingen voor het geregeld vervoer, de bijzondere vormen van geregeld vervoer en het ongeregeld vervoer

Artikel 18

Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij DVR 2001-04-20/45, art. 67.

De machtigingen tot het inrichten van geregeld vervoer en bijzondere vormen van geregeld vervoer worden verleend voor een termijn van ten hoogste tien jaar.

Artikel 19

Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij DVR 2001-04-20/45, art. 67 en 70.

De Koning bepaalt de algemene voorwaarden die in het algemeen belang aan exploitanten van geregeld vervoer en bijzondere vormen van geregeld vervoer worden opgelegd. Deze algemene voorwaarden kunnen met name inhouden, vaststelling of opdracht aan de Minister tot vaststelling van het tarief der retributies te heffen voor gehele of gedeeltelijke dekking van de bestuurs-, controle- of toezichtskosten welke de toepassing van de wets- of reglementsbepalingen aangaande deze diensten mede brengt.

Die algemeene voorwaarden worden aangevuld met bijzondere voorwaarden voor iedere onderneming.

Voor het geregeld vervoer worden die bijzondere voorwaarden vastgesteld :

  • door den Minister van Verkeerswezen, als het interprovinciale diensten geldt;
  • door de bestendige deputaties van de provinciale raden, als het provinciale diensten geldt;
  • door de gemeenteraden, als het gemeentelijke diensten geldt.

De door de bestendige deputaties en de provinciale raden vastgestelde bijzondere voorwaarden moeten door den Minister van Verkeerswezen goedgekeurd worden.

Voor de bijzondere vormen van geregeld vervoer en het ongeregeld vervoer worden die bijzondere voorwaarden vastgesteld door den Minister van Verkeerswezen.

De algemeene en de bijzondere voorwaarden mogen geen bepalingen bevatten waardoor de bevoegde overheden verhinderd worden machtigingen voor het inrichten van concurreerende diensten uit te reiken, indien het algemeen belang het verlenen ervan wettigt.

Artikel 20

Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap voor wat de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen betreft, (DVR 2001-04-20/45, art. 70)

In de bij toepassing van artikel 19 hiervoren vast te stellen voorwaarden kan een vergoeding wegens zichtkosten en staanrecht ten bate van de gemeenten voorzien worden.

De Minister van Verkeerswezen kan een concurrentievergoeding opleggen ten bate van de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen, de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, de concessiehoudende maatschappijen en vereenigingen van tramweglijnen waarbij de Staat geïnteresseerd is.

Die vergoeding kan eventueel onder twee of meer van die maatschappijen of vereenigingen verdeeld worden.

Artikel 21

Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap voor wat de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen betreft, (DVR 2001-04-20/45, art. 70)

Alle definitieve of tijdelijke overdracht van machtiging moet worden goedgekeurd door de overheden die de machtiging verleend en goedgekeurd hebben.

Alle overlating van exploitatie, onder om 't even welken vorm, dient goedgekeurd door den Minister van Verkeerswezen, behalve die gedaan door de in artikel 16 bedoelde maatschappijen en ondernemingen.

De Minister van Verkeerswezen kan zich echter tegen de overlating van exploitatie verzetten, als de overnemer niet de onontbeerlijke moreele en materieele waarborgen biedt.

Artikel 22

Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij DVR 2001-04-20/45, art. 67 en 70.

Bij ernstige overtreding van de bepalingen en voorwaarden van de akte van machtiging, kan deze, de houder van de machtiging gehoord, zonder schadeloosstelling worden ingetrokken :

  • door de Koning, wanneer het gaat om een machtiging van een geregeld vervoer;
  • door de Minister van Verkeerswezen, wanneer het gaat om een machtiging voor een bijzondere vorm van geregeld vervoer, of om de voorlopige of tijdelijke machtiging bedoeld in artikel 8.

Indien de intrekking van de machtiging de definitieve opheffing van geregeld vervoer in zich sluit, worden de betrokken gemeenten en bestendige deputaties geraadpleegd. Deze overheidslichamen worden geacht af te zien van het recht om gehoord te worden, zoo zij hun advies niet binnen een termijn van een maand uitbrengen.

Als maatregel van algemeen nut kan de Koning de machtiging te allen tijde en zonder vergoeding intrekken; het staat hem eveneens vrij de voorwaarden van de intrekking vast te stellen.