A. Gemeenschappelijke algemene voorwaarden

Opgeheven bij artikel 48 van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het reizigersvervoer over de weg.

B. Aanvullende algemene voorwaarden betreffende het geregeld vervoer

Artikel 27

(Opgeheven)

Artikel 28

De vervoerondernemer is gehouden de in de bijzondere voorwaarden bepaalde ritten in te richten.

Elke enkele rit wordt genummerd.

Het getal ritten mag noch verminderd noch vermeerderd worden zonder toelating van de bevoegde overheid, die de Minister van Verkeerswezen vooraf raadpleegt.

In geval van onvoorziene buitengewone gebeurtenissen, gekenmerkt door een buitengewone drukte, moet de vervoerondernemer evenwel zijn dienst in al de mate van het mogelijke versterken.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Artikel 29

De omstandige reisweg, de uren van vertrek en van aankomst, alsmede de standplaatsen worden bepaald door de overheid die de machtiging heeft verleend, de betrokken gemeenten vooraf gehoord wanneer de reisweg over het grondgebied van meer dan een gemeente loopt.

In geval van uit de ervaring of uit bijzondere omstandigheden gebleken noodzakelijkheid, kan die overheid, de betrokken gemeenten en de houder van de machtiging gehoord, wijzigingen brengen aan de reisweg, de uurregeling en de staanplaatsen.

Hetzelfde recht is toegekend aan de Minister van Verkeerswezen, die vooraf bedoelde overheid, de betrokken gemeenten en de houder van de machtiging raadpleegt.

De Minister van Verkeerswezen kan zich verzetten tegen elke door die overheid aangebrachte wijziging welke van zulke aard zou zijn dat het karakter der exploitatie er door verandert.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Artikel 30

Onder voorbehoud van het bepaalde in de twee laatste alinea's van artikel 28 en behoudens toelating van de bevoegde overheid, die eerst de Minister van Verkeerswezen raadpleegt, is het de vervoerondernemer verboden ritten over slechts een gedeelte van het in de bijzondere voorwaarden betreffende de onderneming vermeld traject in te richten.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Artikel 31

De vervoerondernemer is er toe gehouden de schuilplaatsen, welke door de bevoegde overheid of de Minister van Verkeerswezen nodig worden geacht, uitsluitend op eigen kosten te bouwen.

De plaats van die schuilplaatsen wordt in gemeen overleg met de betrokken gemeentebesturen bepaald.

De BELGACOM heeft het recht in de voor het publiek bestemde gedeelten der schuilplaats telefoon- en telegraafposten ten gebruike van het publiek te plaatsen, zonder dat daaruit enigerlei verantwoordelijkheid of last voor de vervoerondernemer voortvloeit.

De BELGACOM heeft geen andere verplichting dan het onderhoud ten laste van de huurder van de lokalen die zij bezet.

De halten worden aangewezen door middel van borden waarvan de modellen goedgekeurd worden door de Minister van Verkeerswezen, die de er op aan te brengen opschriften vaststelt.

De Minister van Verkeerswezen kan de vervoerondernemer verplichten te zorgen voor de uitreiking van kosteloze "beurttickets" aan de halten waar zulks door het druk reizigersverkeer gerechtvaardigd is.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

Prijzen en bepalingen voor het vervoer

a) Reizigers.

I. GEWOON TARIEF

Artikel 31bis

In afwijking van artikelen 32, 33, 34, 37, 38, 43 en 44 van dit reglement, kunnen de autobusdiensten welke de spoorwegmaatschappijen en de vergunninghoudende tramweg- of trolleybusmaatschappijen gemachtigd zijn te exploiteren, aan de op de spoorweg- of trolleybuslijnen vigerende prijzen en vervoersvoorwaarden geheel of gedeeltelijk onderworpen worden.

De bijzondere voorwaarden regelen, in voorkomend geval, de wijze waarop van dit recht gebruik wordt gemaakt.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Artikel 32

De vervoerondernemer is er toe gehouden de vervoerprijzen te innen welke op het bij de bijzondere voorwaarden van zijn onderneming bepaald grondslagbedrag werden berekend. Elke lijn wordt verdeeld in genummerde secties van 1 km, met dien verstande dat de lijn begint met het cijfer 0 en dat het laatste kilometergedeelte wordt weggelaten indien het kleiner is dan 500 m, of voor een volle sectie gerekend wordt indien het gelijk is aan of groter is dan 500 m.

Elke halte draagt het nummer van het sectiepunt waar zij het dichtsbij gelegen is.

De voor elk traject toe te passen prijzen worden verkregen door het grondslagbedrag met het rekenkundig verschil tussen het respectief nummer der betrokken halten te vermenigvuldigen en de bekomen producten naar boven tot de volle frank af te ronden.

In de bijzondere voorwaarden die bestemd zijn om voor de onderneming te gelden, kan de bevoegde overheid een afwijking van voorgaande regel voorzien, hetzij om de reizigers vrij te stellen van de betaling van de prijs voor sommige omwegen, hetzij om eenheid te brengen in de prijzen voor tussen twee dezelfde punten over verschillende reiswegen gereden trajecten.

Zij kan eveneens bijzondere prijzen vaststellen voor trajecten die gemeen zijn met andere vervoerdiensten.

Het te innen minimumbedrag wordt vastgesteld door de Minister van Verkeerswezen die het bij algemene maatregel zal kunnen wijzigen.

Het omstandig tarief, door de ondernemer opgemaakt, overeenkomstig bijgaande tabel (bijlage 1) en rekening gehouden met voorgaande bepalingen, moet de bevoegde overheid ter goedkeuring voorgelegd worden.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

II. VERMINDERDE TARIEVEN

Artikel 32bis

De vervoerondernemer moet op zijn gewoon tarief de volgende verminderingen toestaan aan de hierna vermelde categorieën van reizigers :

A. 50 t.h. :

a) militaire oorlogsinvaliden en daarmee gelijkgestelde invaliden van beide oorlogen, houders van een erkenningskaart die recht geeft op 75 t.h. vermindering voor het vervoer op de spoorwegen;

b) vuurkruisen (1);

c) oudstrijders van de oorlog 1914-1918 (1);

d) begeleiders van de onder a) bedoelde invaliden die niet alleen kunnen reizen (2);

e) leden van de kroostrijke gezinnen met ten minste 4 kinderen beneden de 21 jaar en ongehuwd (1); ouders van deze gezinnen, levenslang (1);

f) blinden (1);

g) begeleiders van de blinden (2);

h) militairen of rijkswachters in uniform, houders van een bewijs van verlof of van een orderbrief;

i) kinderen van 4 tot 10 jaar.

B. 25 t.h. :

a) burgerlijke oorlogsinvaliden met ten minste 25 t.h. invaliditeit (1);

b) begeleiders van de burgerlijke oorlogsinvaliden die niet alleen kunnen reizen;

Deze categorieën en de verminderingsbedragen kunnen door de Minister van Verkeerswezen worden gewijzigd na raadpleging van het Comité van advies voor de personenvervoerdiensten over de weg.

Het is de vervoerondernemer verboden andere tariefverminderingen toe te staan zonder toelating van de bevoegde overheid, die eerst de Minister van Verkeerswezen raadpleegt.

De verminderde prijzen worden eventueel naar boven tot de volle frank afgerond.

Het te innen minimumbedrag wordt vastgesteld door de Minister van Verkeerswezen die het bij algemene maatregel zal kunnen wijzigen.

Nota:
(1) Belanghebbenden moeten de stukken bij zich hebben welke voor het verlenen van de verminderingen op de spoorwegprijzen vereist zijn.
(2) Een biljet tegen volle prijs wordt uitgereikt voor de begeleider en de persoon die hij vergezelt.
Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

III. KAARTEN VOOR 20 RITTEN. OVERSTAPBILJETTEN

Artikel 33

De vervoerondernemer is er insgelijks toe gehouden kaarten voor 20 enkele ritten, welke binnen een termijn van dertig dagen moeten gebezigd worden, met 20 pct. verminderd op het gewoon tarief af te leveren.

De prijzen van die kaarten worden eventueel naar boven tot de volle frank afgerond.

De overheid waarvan de machtiging uitgaat en de Minister van Verkeerswezen kunnen de vervoerondernemer opleggen biljetten voor aansluiting met andere openbare vervoerdiensten af te leveren.

De prijs van het overstapbiljet wordt vastgesteld door de Minister van Verkeerswezen.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

IV. ABONNEMENTEN

Artikel 34

De vervoerondernemer is er toe gehouden de volgende abonnementskaarten af te leveren met 50 pct. vermindering op het gewoon tarief <KB 1988-09-22/31, art. 2, Inwerkingtreding : 1988-10-01> :

Gewone abonnementen van verschillende duur, doch ten minste één maand;

Schoolabonnementen van verschillende duur, doch ten minste één maand;

Weekabonnementen voor werklieden;

Weekabonnementen voor bedienden wier bezoldiging een door de Minister van Verkeerswezen te bepalen bedrag niet overschrijdt. Dat bedrag is voorlopig vastgesteld op 48.000 frank per jaar.

School- en weekabonnementen worden slechts verleend tegen overlegging van een attest dat, volgens het geval, dient afgeleverd door de school- of bedrijfshoofden en gewaarmerkt door het gemeentebestuur der verblijfplaats van de aanvrager.

De prijzen der gewone abonnementen worden berekend op de basis van dertig dagen per maand; die abonnementen zijn geldig op Zon- en feestdagen.

De prijzen der schoolabonnementen worden berekend op de basis van vijf en twintig dagen per maand; die abonnementen zijn niet geldig op Zon- en feestdagen.

De minimumafstand, welke in aanmerking komt voor het vaststellen van de prijzen der abonnementen van de verschillende categorieën, bedraagt 5 km.

In principe moeten voormelde abonnementen voor werklieden en bedienden voor de duur van één week en voor één heen- en terugrit per dag, zegge voor zes heen- en terugritten per week, geldig zijn.

Voor gedeeltelijk werkloze werklieden dienen abonnementen afgeleverd die geldig zijn voor zes heen- en terugritten per halve maand.

Gewone en schoolabonnementen geven recht op één heen- en terugrit per dag; nochtans, wanneer de houders er van tot meer dan één heen- en terugrit per dag genoopt zijn, worden hun, op vertoon van de abonnementskaart, biljetten afgeleverd waarop dezelfde vermindering als op die kaart wordt toegestaan.

Het is verboden abonnementen met groter verminderingen af te leveren zonder toelating van de bevoegde overheid, die eerst de Minister van Verkeerswezen raadpleegt.

De abonnementskaarten moeten voorzien zijn van een stam en bij ten minste honderd stuks tot een blok gebrocheerd zijn. Zij moeten in 't zwart gedrukt zijn en het volgende moet er op voorkomen : naam van de vervoerder, naam van de drukker, prijs van de kaart, alsmede een in 't rood afgedrukte stempel met in 't midden de Belgische leeuw met daaromheen de woorden : "Taxe sur les transports. _ Taxe op het vervoer.". Die stempel wordt half op de kaart en half op de stam afgedrukt.

De kaarten moeten, voor elke prijs en voor iedere vervoerder, worden genummerd per reeks van 1 tot 100000. Elke reeks wordt gemerkt met een naar alphabetische volgorde genomen letter. Die letter, alsmede het volgnummer en de prijs, worden op de stam herhaald.

Op de voortaan af te leveren abonnementskaarten moeten insgelijks de volgende aanwijzingen gedrukt ofwel met inkt of anilinepotlood geschreven worden :

geldigheidstermijn;

naam van de houder;

traject waarvoor de kaart afgeleverd wordt;

getal per dag, per week of per maand toegelaten ritten.

De abonnementen gaan in, de 1° en de 16e van de maand, behalve de weekabonnementen.

Op de weekabonnementen geldig voor één heen- en terugrit per dag, moeten het nummer der week (de eerste week is die waarin 1 januari valt), alsmede de verschillende dagen van die week vermeld worden.

De dag waarop het abonnement gebezigd wordt moet bij de heenrit met een horizontale streep en bij de terugrit met een verticale streep doorgehaald worden.

Op de voor één maand geldige abonnementen moet een reeks cijfers van 1 tot 31 voorkomen. Die cijfers worden bij de heen- en de terugrit doorgehaald, zoals voor de weekabonnementen gezegd is.

De prijzen der abonnementen evenals deze der biljetten met verminderd tarief, afgeleverd op vertoon van een abonnementskaart, worden eventueel naar boven op een frank afgerond. Het te innen minimumbedrag van de hierboven bedoelde biljetten is hetzelfde als dit vastgesteld voor de verminderde tarieven die het voorwerp uitmaken van artikel 32.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

V. STADSDIENSTEN

Artikel 35

In de agglomeraties waar tramweg- of trolleybusexploitaties bestaan, kunnen de tariefbepalingen van deze algemene voorwaarden geheel of ten dele worden vervangen door bijzondere bepalingen die overeenkomen met die welke worden toegepast op de tramweg- of trolleybusnetten van die agglomeraties.

De bijzondere voorwaarden regelen, in voorkomend geval de wijze waarop van dit recht gebruik wordt gemaakt.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

b) Niet begeleide goederen.

Artikel 36

Daar het vervoer van personen hoofdzaak is, kunnen de colli maar worden toegelaten voor zover daar generlei gevaar of hinder voor de reizigers uit voortvloeit en het laadvermogen van het chassis zulks mogelijk maakt.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

I. COLLI VAN TEN HOOGSTE 5 KG

Artikel 37

De vervoerondernemer kan verplicht worden kleine colli van ten hoogste 5 kg te vervoeren waarvoor generlei vervoerbescheid vereist wordt en die van een eenvoudige verpakking met het adres van de bestemmeling voorzien zijn. Een bijzondere bergruimte moet daartoe ingericht worden. Eventueel mag daartoe een aanhangwagen worden gebezigd.

De prijs voor het vervoer van die colli wordt bepaald in de bijzondere voorwaarden betreffende ieder onderneming.

De vervoerondernemer belast zich, onder dezelfde voorwaarden als voor het vervoer van brieven, met het vervoer van kleine pakken en postcolli (tot 5 kg) respectievelijk gefrankeerd met "spoorwegzegels" of bijzondere postzegels, verzonden van een spoorwegstation naar een postkantoor, of omgekeerd, of wel tussen twee postkantoren en zulks tegen een bezoldiging gelijk aan die welke voor het vervoer van die colli aan de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen betaald wordt behalve in geval van akkoord over een lager bedrag.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

II. COLLI VAN MEER DAN 5 KG

Artikel 38

Buiten de onder I hiervoren bedoelde colli en de handcolli waarvan sprake onder 4° van artikel 44 hierna, is het de vervoerondernemer verboden colli van meer dan 5 kg te vervoeren zonder bijzondere toelating door de bevoegde overheid verleend in overleg met de Minister van Verkeerswezen.

De Minister van Verkeerswezen kan het vervoer van colli van meer dan 5 kg opleggen tegen door hem te bepalen voorwaarden.

De bepalingen van artikelen 36, 37 en 38 zijn niet toepasselijk op de openbare stadsautobusdiensten.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

Innen van de vervoersprijs

Artikel 39

De vervoerprijs dient geïnd door middel van een stelsel van stambiljetten zoals voor het vervoer van reizigers voorzien is en aangevuld met een bijzondere reeks "Goederen-biljette.". De goederenbiljetten moeten volstrekt op de vervoerde colli worden geplakt zodra deze opgeladen worden.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

Verbodsbepaling

Artikel 40

Het is de vervoerondernemer streng verboden voor rekening van derden te vervoeren :

gesloten of open brieven en berichten;

postkaarten;

advertenties, omzendbrieven, prospectussen, prijs-couranten en mededelingen van welke aard ook als het adres van de bestemmeling er op voorkomt daar die prestaties krachtens de wet van 30 Mei 1879 tot het aan bpost verleend monopolie behoren.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

c) Ritbladen.

Artikel 41

De vervoerondernemer is gehouden aan de met de inning van de vervoerprijzen belaste ontvangers ritbladen ter hand te stellen welke deze steeds bij zich moeten hebben gedurende de ritten.

Op de ritbladen van bijgaand model (bijlage II), moet na iedere enkele rit, het nummer van het eerste voor de daaropvolgende rit af te leveren biljet ingeschreven worden.

De inschrijvingen moeten met onuitwisbare lettertekens gedaan worden.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

d) Wijzigingen van de tarieven.

Artikel 42

De Minister van Verkeerswezen mag de vastgestelde tarieven wijzigen op voorstel van of na overleg met de bevoegde overheid, de betrokken gemeenten en de vervoerondernemer gehoord.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

e) Kosteloos vervoer.

I. Personen.

Artikel 43

Buiten en behalve de verplichtingen welke de vervoerondernemer te dier zake zijn opgelegd bij artikelen 52 en 57 der Grondwet en bij het Regentsbesluit van 31 Maart 1947 houdende politiereglement op de openbare autobus- en autocardiensten, moet hij insgelijks kosteloos vervoeren :

ten hoogste twee personen per rijtuig en tijdens hun dienst :

a) de ambtenaars en bedienden, aangesteld voor het toezicht op bpost, de BELGACOM, drager van een door hun overheid afgeleverd bewijs;

b) de ambtenaars en bedienden, aangesteld voor de uitvoering van bpost, de BELGACOM, drager van een door hun overheid afgeleverd bewijs of van een vrijkaart op de spoorweg die hun dienstkring vermeldt;

c) de telegrambestellers van de BELGACOM met dienstpet en diensttas;

d) de berichtbestellers van de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen en van de geconcessioneerde spoorwegen als zij belast zijn met het aan huis bestellen van kennisgevingen van aankomst.

De onder a, b, c, en d hiervoren bedoelde ambtenaars en bedienden hebben geen recht op kosteloos vervoer voor hun verplaatsingen van hun woonplaats naar de zetel van hun werk, en omgekeerd;

de kinderen beneden de vier jaar die op de schoot worden gehouden;

de ambtenaars en bedienden waarvan sprake in het derde lid van artikel 8 van deze algemene voorwaarden.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

II. Goederen, colli en allerhande voorwerpen.

Artikel 44

De vervoerondernemer vervoert ook nog kosteloos :

op verzoek van de Minister van Verkeerswezen :

de postpakketten, waarvoor aftekening dient gegeven door de bedienden van de vervoerondernemer; zij moeten geborgen worden in een ijzeren of houten koffer, voorzien van een onopensteekbaar slot en derwijze geplaatst dat de zendingen gevrijwaard zijn tegen diefstal, verlies of beschadiging.

De koffer moet groot genoeg zijn om al de te vervoeren postzakken te bevatten;

de losse bussen waarin telegrammen en allerlei briefwisseling kunnen gestoken worden. Deze bussen mogen, in voorkomend geval, op de rijtuigen bevestigd worden;

de hondjes en andere kleine dieren die de reizigers vergezellen voor zover zij niet gevaarlijk zijn en op de schoot kunnen gehouden worden;

3° bis de geleidehonden der blinden;

de handcolli met buitenafmetingen van ten hoogste 55 cm lengte, 30 cm breedte en 30 cm hoogte, voor zover die colli onder de banken of zitplaatsen kunnen geplaatst, in de netten gelegd of op de schoot van de vervoerde reiziger kunnen gehouden worden zonder een gedeelte van de plaats der andere reizigers in te nemen.

Colli van grotere omvang worden in de rijtuigen niet toegelaten of zijn eventueel aan het voor de niet vergezelde goederen voorzien tarief onderworpen.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

Vergoedingen te betalen aan de nationale maatschappijen van spoorwegen en aan de maatschappijen en verenigingen die concessiehouder zijn van tramlijnen waarbij de staat belangen heeft

Artikel 45

De vergoedingen voorzien ten bate van de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen, van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen en van de maatschappijen en verenigingen, die concessiehouder zijn van tramlijnen, waarbij de Staat belangen heeft, worden berekend op het totaal bruto-bedrag van de ontvangsten van de dienst, na aftrek van de belasting op het vervoer.

Die vergoedingen zijn vanaf de datum van inbedrijfstelling van de dienst verschuldigd en per vervallen kwartaal betaalbaar binnen dertig dagen na de laatste dag van het kwartaal, volgens de door de rechthebbende maatschappijen of verenigingen bepaalde modaliteiten.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

Beheersrekening

Artikel 46

De vervoerondernemer is gehouden ieder jaar de jaarlijkse exploitatierekening van zijn diensten te zenden aan de overheid die de machtiging verleend heeft. Die rekening, welke dient opgemaakt volgens een door de Minister van Verkeerswezen vast te stellen model, moet de bevoegde overheid in twee exemplaren geworden binnen drie maanden na de afsluiting van het dienstjaar. Een van die exemplaren dient door de betrokken bestendige deputaties en gemeenteraden aan de Minister van Verkeerswezen overgezonden.

Voor de diensten welke toelagen ten laste van de openbare besturen aanvragen, moet die rekening worden ingediend in de loop van het eerste kwartaal van het kalenderjaar na dat waarop bedoelde rekening betrekking heeft.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

C. Aanvullende algemene voorwaarden betreffende het geregeld tijdelijk vervoer

Artikel 47

Worden als geregeld tijdelijk vervoer beschouwd, de diensten die het karakter van (geregeld vervoer) hebben, doch waarvan de duur zes maanden niet overschrijdt (artikel 8 van de besluitwet van 30 December 1946).

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Artikel 48

Op het geregeld tijdelijk vervoer waarvan de duur meer dan één maand bedraagt, zijn de algemene voorwaarden toepasselijk welke voor het geregeld vervoer bepaald zijn.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Artikel 49

Op het geregeld tijdelijk vervoer waarvan de duur ten hoogste één maand bedraagt, zijn de in de akte van machtiging te bepalen exploitatievoorwaarden toepasselijk, inzonderheid wat betreft de reisweg, de uurregeling, de tarieven, de vergoedingen, enz.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

D. Aanvullende algemene voorwaarden betreffende de bijzondere vormen van geregeld vervoer

Artikel 50

Opgeheven

Artikel 51

Iedere dienst omvat de ritten voorzien in de bijzondere voorwaarden betreffende die dienst.

Het getal ritten mag, zonder toelating van de Minister van Verkeerswezen, noch verminderd noch vermeerderd worden.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Artikel 52

De uren van vertrek en van aankomst, alsmede de staanplaatsen worden bepaald door de Minister van Verkeerswezen.

De Minister van Verkeerswezen kan na de gebruikers en de exploitant gehoord te hebben, de reiswegen, de uurregelingen en de staanplaatsen zodanig wijzigen als door de ervaring of door bijzondere omstandigheden noodzakelijk blijkt.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Artikel 53

Behoudens machtiging te verlenen door de Minister van Verkeerswezen, is het de vervoerondernemer verboden ritten in te richten over slechts een gedeelte van het in de bijzondere voorwaarden vermeld traject.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Artikel 54

De prijzen, de voorwaarden van vervoer en de vergoedingen worden in de bijzondere voorwaarden bepaald.

De Minister van Verkeerswezen kan de bedragen wijzigen na de vervoerondernemer gehoord te hebben.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Artikel 55

De Minister van Verkeerswezen kan aan de exploitanten van de bijzondere vormen van geregeld vervoer de op het geregeld vervoer toepasselijke algemene voorwaarden geheel of gedeeltelijk opleggen.

Opgeheven voor wat betreft het geregeld vervoer en het geregeld tijdelijk vervoer, dat door de VVM wordt georganiseerd, en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.

E. Aanvullende algemene voorwaarden betreffende het ongeregeld vervoer

Opgeheven bij artikel 48 van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het reizigersvervoer over de weg.

Bijlage I. Tabel van de verdeling in secties en prijstabellen

Bijlage II. Ritblad