Artikel 1. Grondwettelijke machtiging
Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Art. 2. Omzetting van richtlijn 2010/40/EU als gewijzigd door richtlijn 2023/2661/EU
Deze ordonnantie zet richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen, gewijzigd door richtlijn 2023/2661/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023, hierna “richtlijn ITS” genoemd, gedeeltelijk om.
Art. 3. Definities
Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt verstaan onder:
1° “gegevenstoegankelijkheid”: de mogelijkheid om gegevens op te vragen en te verkrijgen in een digitale en machineleesbare vorm;
2° “samenwerkingsovereenkomst ITS”: samenwerkingsovereenkomst van 15 juli 2014 tussen de Belgische Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot richtlijn 2010/40/EU betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen;
3° “prioritaire acties”: acties gedefinieerd door het Europees Parlement en opgenomen in artikel 3 en in bijlage I van richtlijn 2010/40, die prioritair moeten worden uitgevoerd in de prioritaire gebieden door de Europese Commissie in de vorm van specificaties;
4° “ITS-toepassing”: een operationeel instrument waarmee, in het kader van een ITS, een ITS-dienst kan worden uitgerold;
5° “architectuur”: de conceptuele definitie van de structuur, het gedrag en de integratie van een bepaald systeem in zijn omgeving;
6° “ITS-stuurgroep”: samenwerkingsinstantie tussen de gewesten en de federale staat, opgericht in het kader van de ITS-samenwerkingsovereenkomst, bedoeld om de informatieuitwisseling tussen deze entiteiten en de contacten met de Europese Commissie te coördineren;
7° “compatibiliteit”: de algemene capaciteit van een toestel of een systeem om zonder wijzigingen samen te werken met een ander toestel of een ander systeem;
8° “continuïteit van de dienstverlening”: de capaciteit om in de hele Europese Unie ononderbroken diensten te verlenen op de vervoersnetwerken;
9° “gegevensbeschikbaarheid”: het bestaan van gegevens in een digitale en machineleesbare vorm;
10° “prioritaire gebieden”: gebieden gedefinieerd door het Europees Parlement en opgenomen in artikel 2 en in bijlage I van richtlijn 2010/40, als gewijzigd door richtlijn 2023/2661/EU, waarin de acties van de Europese Commissie moeten worden uitgevoerd in de vorm van specificaties;
11° “weggegevens”: gegevens met betrekking tot de kenmerken van de weginfrastructuur, met inbegrip van de vaste verkeersborden en hun reglementaire toebehoren met betrekking tot de veiligheid, alsook de infrastructuur voor het opladen en tanken met alternatieve brandstoffen;
12° “verkeersgegevens”: historische en realtimegegevens betreffende de kenmerken van het werkverkeer;
13° “reisgegevens”: basisgegevens zoals dienstregelingen en tarieven van het openbaar vervoer die nodig zijn om mee te delen voor en tijdens het traject van een multimodale verplaatsing om de planning, de boeking en de aanpassing van de verplaatsing te vergemakkelijken;
14° “regering”: de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
15° “onderliggende informatie”: informatie die onder het toepassingsgebied van deze ordonnantie valt en waarvan is vastgesteld dat ze relevant is om weggebruikers en ITS-gebruikers te informeren, in het bijzonder door de wegbeheerders wanneer zij verantwoordelijk zijn voor dergelijke informatie;
16° “wegvervoersinfrastructuur”: de weginfrastructuur zoals beschreven in artikelen 17 tot 19 van de verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013;
17° “interface”: een koppelingsmechanisme tussen systemen, waardoor ze kunnen communiceren en interageren;
18° “interoperabiliteit”: de capaciteit van systemen en hun onderliggende industriële processen om gegevens uit te wisselen en informatie en kennis te delen zodat de continuïteit van de ITS-diensten mogelijk wordt;
19° “norm”: een norm in de zin van artikel 2, punt 1) van de verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober betreffende Europese normalisatie;
20° “Nationaal toegangspunt” of “NAP” (“national access point”): een digitale interface die een uniek toegangspunt tot gegevens vormt via metagegevens die geregistreerd zijn door publieke of private betrokken partijen;
21° “betrokken belanghebbenden”: publieke of private ITS-dienstverleners, ITS-gebruikersverenigingen, vervoeroperatoren en exploitanten van installaties, vertegenwoordigers van de productiesector, sociale partners, beroepsverenigingen en lokale collectiviteiten evenals de representatieve verenigingen van de burgermaatschappij die personen met een handicap vertegenwoordigen of strijden tegen armoede en digitale ongelijkheid;
22° “platform”: een eenheid, al dan niet ingebouwd op een voertuig, waarmee de ITS-toepassingen en -diensten kunnen worden uitgerold, geleverd, geëxploiteerd en geïntegreerd;
23° “ITS-dienstverlening”: de implementatie van een ITS-toepassing binnen een duidelijk omschreven organisatorisch en operationeel kader om de veiligheid van de gebruiker, de doeltreffendheid, duurzame mobiliteit of het comfort te verbeteren, of om de vervoers- en reisactiviteiten te vergemakkelijken of te ondersteunen;
24° “specificatie”: een door de Europese Commissie aangenomen dwingende maatregel met bepalingen die vereisten, procedures of andere relevante regels bevatten; deze specificaties kunnen de vorm aannemen van Europese gedelegeerde verordeningen die rechtstreeks uitwerking hebben in intern recht;
25° “GOB”: de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, waarvan melding wordt gemaakt in artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 maart 2015 tot regeling van de naamswijziging van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
26° “ITS” of “intelligente vervoerssystemen”: systemen waarin informatie- en communicatietechnologieën worden toegepast op het gebied van het wegvervoer, met inbegrip van infrastructuur, voertuigen en gebruikers, en in het beheer van het verkeer en de mobiliteit, alsook voor de interfaces met andere vervoerswijzen, om het verkeersbeheer te verbeteren, het wegvervoer veiliger te maken, de doeltreffendheid ervan op het gebied van energiebesparing te verhogen en de effecten ervan op het milieu te verminderen zodat de vervoersnetten veiliger, gecoördineerder en rationeler kunnen worden gebruikt;
27° “C-ITS”: of “coöperatieve intelligente vervoerssystemen” zijn intelligente vervoerssystemen die het ITS-gebruikers mogelijk maken te interageren en samen te werken door beveiligde en betrouwbare berichten uit te wisselen zonder dat ze elkaar vooraf kennen en op een niet-discriminerende manier;
28° “ITS-gebruikers”: elke gebruiker van ITS-toepassingen of -diensten, met inbegrip van reizigers, kwetsbare verkeersdeelnemers, gebruikers en beheerders van weginfrastructuur, beheerders van wagenparken en noodhulpdiensten.
Art. 4. Invoering van ITS- en C-ITS- toepassingen en -diensten
Onverminderd aangelegenheden die raken aan de nationale veiligheid of nodig zijn in het belang van defensie neemt de regering de nodige maatregelen opdat de invoering van ITS- en C-ITS-toepassingen en -diensten overeenkomstig de specificaties en normen zijn die de compatibiliteit, de interoperabiliteit en de continuïteit van de ITS- en C-ITS-diensten garanderen.
Meer in het bijzonder doet de regering het volgende:
1° ze definieert, per geografische zone, de ITS- en C-ITS-diensten die verplicht verstrekt moeten worden;
2° ze regelt de operationele aspecten van de invoering van ITS- en C-ITS-toepassingen en diensten, zoals:
– de implementering van op het niveau van de Europese Unie geharmoniseerde normen en profielen alsook de gemeenschappelijke bepalingen als er specificaties bestaan;
– kwaliteitseisen en gemeenschappelijke kwalitatieve aspecten in verband met interoperabiliteit van de architectuur van NAP’s;
– de beveiligde toegang;
– gemeenschappelijke opleidings- en communicatie-activiteiten.
Art. 5. Samenwerking met de betrokken belanghebbenden
§ 1. De regering kan de in artikel 4 bedoelde ITS- en C-ITStoepassingen en -diensten pas kiezen en invoeren na consultatie van de betrokken belanghebbenden met het oog op een beoordeling van de behoeften overeenkomstig de principes die vermeld staan in bijlage II van richtlijn 2010/40/EU, als gewijzigd door richtlijn 2023/2661/EU.
De regering bepaalt de nadere regels van deze samenwerking.
§ 2. De praktijken die het mogelijk maken het naleven van de vereisten te beoordelen, van toepassing op gegevensverstrekkers, gegevensgebruikers en dienstenverstrekkers die in de specificaties zijn opgenomen, vormen het voorwerp van een samenwerking tussen de betrokken belanghebbenden.
De regering bepaalt de nadere regels van deze samenwerking.
§ 3. De uitwerking van mechanismen voor het controleren van de naleving van de in paragraaf 2 bepaalde vereisten, die zijn opgenomen in de specificaties, vormt het voorwerp van een samenwerking tussen de betrokken belanghebbenden.
De regering bepaalt de nadere regels van deze samenwerking.
Art. 6. Terbeschikkingstelling en toegankelijkheid van gegevens
§ 1. Na consultatie van de betrokken partijen en vanuit een multimodaal perspectief neemt de regering maatregelen om de beschikbaarheid en het delen van weg-, verkeers- en reisgegevens te rationaliseren.
§ 2. De regering bepaalt de geografische zones voor de soorten gegevens die krachtens de specificaties of normen moeten worden verstrekt.
§ 3. De regering houdt rekening met de volgende termijnen voor de wegvervoersinfrastructuur die al bestaat op de datum van inwerkingtreding van deze ordonnantie:
1° de gegevens onmiddellijk ter beschikking stellen wanneer de onderliggende informatie reeds bestaat, en dit voor de geografische dekking met betrekking tot elk type van gegevens bedoeld in bijlage III van richtlijn 2010/40/EU, als gewijzigd door richtlijn 2023/2661/EU;
2° de gegevens meteen beschikbaar stellen wanneer deze gegevens overeenstemmen met de onderliggende informatie die aangemaakt of bijgewerkt zijn op de datum die vermeld is in de derde kolom van bijlage III van de ITS-richtlijn;
3° behoudens andersluidende bepaling voorzien in bijlage III van richtlijn 2010/40/EU, als gewijzigd door richtlijn 2023/2661/EU, worden de andere gegevens met betrekking tot de bestaande onderliggende informatie die aangemaakt of bijgewerkt zijn vóór de datum die vermeld is in de vierde kolom van voornoemde bijlage meteen ter beschikking gesteld na deze datum;
4° de gegevens beschikbaar stellen op de datums die bepaald zijn in de gedelegeerde verordeningen van de Europese Commissie wanneer er geen enkele datum is vermeld in de vierde kolom van bijlage III van richtlijn 2010/40/EU, als gewijzigd door richtlijn 2023/2661/EU.
Voor wegvervoersinfrastructuur die op een latere datum wordt voltooid, neemt de regering als termijn de voltooiingsdatum van die infrastructuur aan.
§ 4. De regering garandeert de toegankelijkheid van deze gegevens via een nationaal toegangspunt (NAP) op de datums die bepaald zijn in de vorige paragraaf.
Art. 7. Bescherming van persoonsgegevens
§ 1. Persoonsgegevens worden alleen verwerkt voor zover de verwerking noodzakelijk is voor het goed functioneren van de toepassingen, diensten en acties van ITS- en C-ITS- met het oog op het waarborgen van de verkeersveiligheid of -zekerheid en het verbeteren van het beheer van verkeer, mobiliteit of incidenten.
§ 2. Bij de invoering en het gebruik van ITS- en C-ITS-toepassingen en -diensten houdt de regering rekening met persoonsgegevens zoals ze zijn gedefinieerd in de specificaties, en voorziet zij in de passende waarborgen waarin die specificaties voorzien.
§ 3. Binnen de GOB bepaalt de regering de natuurlijke personen of de dienst(en) die verantwoordelijk zijn voor de verwerking van persoonsgegevens, afhankelijk van het type gegevens en de bijbehorende doeleinden.
§ 4. De gegevens, worden geanonimiseerd als dat technisch mogelijk is en als de doeleinden van de gegevensverwerking kunnen worden bereikt met geanonimiseerde gegevens.
Wanneer anonimisering technisch niet mogelijk is, of als de verwerkingsdoeleinden niet kunnen worden bereikt via geanonimiseerde gegevens, worden de gegevens gepseudonimiseerd, als dat technisch mogelijk is en als de doeleinden van de gegevensverwerking kunnen worden bereikt met gepseudonimiseerde gegevens.
Art. 8. Opheffing van de ordonnantie van 28 maart 2013
De ordonnantie van 28 maart 2013 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en interfaces met andere vervoerswijzen wordt opgeheven.
Art. 9. Inwerkingtreding
Deze ordonnantie treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.