Artikel 1 (Brussels Hoofdstedelijk Gewest)

Voor het toepassen van de procedure die in dit besluit wordt geregeld, kunnen enkel de controlebeambten belast met een mandaat van gerechtelijke politie en behorende tot de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer en de personeelsleden van het operationeel kader van de federale en lokale politie, alsook personeelsleden en ambtenaren bedoeld in artikel 3, 14° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en de controlebeambten van de Administratie der Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën bij de uitvoering van hun dienst, door de procureur-generaal bij het hof van beroep gemachtigd worden.

Artikel 1 (Vlaams Gewest)

Voor het toepassen van de procedure die in dit besluit wordt geregeld, kunnen enkel de controlebeambten belast met een mandaat van gerechtelijke politie en behorende tot de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer en de personeelsleden van het operationeel kader van de federale en lokale politie, alsook de controlebeambten van de Administratie der Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën bij de uitvoering van hun dienst, door de procureur-generaal bij het hof van beroep gemachtigd worden.

Voor de toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, zijn ook de wegeninspecteurs, vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport, bevoegd.

Artikel 1 (Waals Gewest)

Voor het toepassen van de procedure die in dit besluit wordt geregeld, kunnen enkel de controlebeambten belast met een mandaat van gerechtelijke politie en behorende tot de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer en de personeelsleden van het operationeel kader van de federale en lokale politie, alsook de controlebeambten van de Administratie der Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën bij de uitvoering van hun dienst, door de procureur-generaal bij het hof van beroep gemachtigd worden.

Artikel 2

Onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 38 tot 40 van de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg, in de artikelen 27 tot 29 van de wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 Van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006, in artikel 65 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 en in artikel 2bis van de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over de zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg kunnen de in bijlage 1 bij dit besluit opgenomen inbreuken vastgesteld op een openbare plaats zoals bepaald in artikel 28 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, aanleiding geven tot de inning per inbreuk van de in dezelfde bijlage vermelde sommen.

Artikel 3

Opgeheven (art. 3, KB 27-04-2007, BS 07-05-2007)

Artikel 4

Het totaal van de te innen sommen, zoals vastgesteld in artikel 2, mag ten laste van een zelfde overtreder 2.750 EUR niet overschrijden. Dit totaal bedraagt 5.500 EUR voor de inbreuken vermeld in de punten a11, a12, a14, a15, a16, a17, d4, d20, d21, e11, e14, f10, f11, g6, g7, h7, h8, i4 en i5 van bijlage 1.

Artikel 5

§1. In geval van inning wordt gebruik gemaakt van genummerde formulieren, die samengevoegd zijn in genummerde boekjes en die overeenstemmen met het model opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit. Indien tegelijkertijd meerdere inbreuken ten laste van een zelfde overtreder worden vastgesteld, moeten deze op een zelfde formulier worden vermeld.

Voor het toepassen van de procedure van inning mag het formulier worden vervangen door een proces-verbaal indien de som niet werd geïnd op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding.

§2. De betaling kan op de volgende manier geschieden :

1. Betaling in geld

1.1. De betaling in geld is slechts van toepassing op personen die geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben. Voor die betaling vult de bevoegde agent de stroken A, B en C van het formulier in, waarvan :

  • strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie bij de bevoegde politierechtbank;
  • strook B aan het boekje gehecht blijft;
  • strook C aan de overtreder wordt overhandigd.

1.2. De som wordt betaald in euro met bankbiljetten en, in voorkomend geval, met munten van 1 of 2 euro.

2. Betaling met bank- of kredietkaart

2.1. De betaling met een bank- of kredietkaart is van toepassing op personen die al dan niet een woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben.

Voor die betaling vult de bevoegde agent de stroken A, B en C van het formulier in, waarvan :

  • strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie bij de bevoegde politierechtbank;
  • strook B aan het boekje gehecht blijft;
  • strook C aan de overtreder wordt overhandigd met een bewijs van de uitvoering van de betaling.

2.2. De te innen som wordt steeds uitgedrukt in euro.

3. Betaling met overschrijving

3.1. De betaling met overschrijving is slechts van toepassing op personen die een woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben.

Voor die betaling vult de bevoegde agent de stroken A, B en C van het formulier in, waarvan :

  • strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie bij de bevoegde politierechtbank;
  • strook B aan het boekje gehecht blijft;
  • strook C aan de overtreder wordt overhandigd met een bewijs van de uitvoering van de betaling.

3.2. Een document met de betalingsmodaliteiten wordt aan de overtreder overhandigd of gestuurd. In het geval voorzien in 3.1, wordt de gestructureerde mededeling op het overschrijvingsformulier hernomen op het formulier.

3.3. De betaling met overschrijving wordt uitgevoerd binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de in 3.2 bedoelde afgifte of de verzending van het document.

3.4. De gestructureerde mededeling wordt vermeld in de mededeling van de overschrijving. De datum van betaling door de bankinstelling dient als bewijs van de datum van betaling.

3.5. (opgeheven)

3.6. De te innen som wordt steeds uitgedrukt in euro.

§3. De overtreder mag slechts van één betalingswijze toepassing maken.

Artikel 6

§1. Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft en de voorgestelde som niet onmiddellijk betaalt, is de per inbreuk in consignatie te geven som dezelfde als de te innen som.

Het totaal van de ter plaatse te consigneren sommen mag ten laste van een zelfde overtreder 2.750 EUR niet overschrijden. Dit totaal bedraagt 5.500 EUR voor de inbreuken vermeld in de punten a11, a12, a14, a15, a16, a17, d4, d20, d21, e11, e14, f10, f11, g6, g7, h7, h8, i4 en i5 van bijlage 1.

§2. In geval van consignatie van een som wordt gebruik gemaakt van genummerde formulieren die samengevoegd zijn in genummerde boekjes en die overeenstemmen met het model van bijlage 2 bij dit besluit. Indien tegelijkertijd meerdere overtredingen ten laste van een zelfde overtreder worden vastgesteld, moeten deze op een zelfde formulier worden vermeld.

§3. De procedure voorzien in artikel 5, § 2, 1 en 2, is van toepassing in geval van consignatie van een som.

Artikel 7

Wanneer een formulier voor inning of consignatie van een som ongeldig moet worden gemaakt, constateert de ambtenaar, die er houder van is, het ongeldig maken door middel van een gedagtekende en ondertekende vermelding op alle stroken van het formulier.

Artikel 8

De overeenkomstig de artikelen 2, 3 en 6 in geld geïnde of geconsigneerde sommen worden minstens eenmaal om de twee weken gestort op de postrekening van een rekenplichtige van de administratie die bevoegd is voor de belasting over de toegevoegde waarde.

Artikel 9

Alle bescheiden betreffende de inning of de consignatie van een som worden gedurende vijf jaar bewaard in de kantoren waartoe het in artikel 1 bedoelde personeel behoort.

Artikel 10

In het koninklijk besluit van 10 juni 1985 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van de overtredingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 oktober 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

een artikel 2bis wordt ingevoegd, luidend als volgt :

" Art. 2bis Voor de inning en de consignatie van een som wordt gebruik gemaakt van genummerde formulieren, die samengevoegd zijn in genummerde boekjes en die overeenstemmen met het model van bijlage 2 tot het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg. Indien tegelijkertijd verschillende overtredingen ten laste van een weggebruiker worden vastgesteld, noteert de bevoegde agent alle overtredingen op een zelfde formulier. ";

in artikel 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : " § 1. Voor de betaling met zegels wordt het bedrag dat op strook C1 van het formulier is vermeld, voldaan door op de voorziene plaats op strook C2/C3 van het formulier zegels te plakken die hiervoor uitgegeven worden door het Ministerie van Financiën, inzonderheid door de administratie die bevoegd is voor de belasting over de toegevoegde waarde. Deze zegels worden verkocht in de ontvangkantoren van genoemde administratie en in de postkantoren. De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan eveneens toelating geven aan andere openbare of private instellingen deze zegels te verkopen onder de voorwaarden die hij bepaalt. ";

b) in § 2 worden in het eerste lid de woorden " de stroken A en B van het bericht van vaststelling " vervangen door de woorden " stroken C1 en C2/C3 van het formulier " en in het tweede lid worden de woorden " strook A van het bericht van vaststelling " vervangen door de woorden " strook C2 van het formulier ";

c) in § 3 worden in het eerste en tweede lid de woorden " de stroken A en B van het bericht van vaststelling " vervangen door de woorden " stroken C1 en C2/C3 van het formulier " en in het derde lid worden de woorden " strook A van het bericht van vaststelling " vervangen door de woorden " strook C2 van het formulier ";

d) in § 4 worden de woorden " het bericht van vaststelling " vervangen door de woorden " stroken C1 en C2/C3 van het formulier ";

e) in § 5 worden in het eerste lid de woorden " strook B van de stam en strook A van het bericht van vaststelling " vervangen door de woorden " strook A en strook C2 van het formulier " en in het tweede lid worden de woorden " strook B van de stam " vervangen door de woorden " strook A van het formulier ";

artikel 6 wordt vervangen door de volgende bepalingen :

" Art. 6. § 1. Voor de betaling in geld vult de bevoegde agent de stroken A, B en C1 van het formulier in, waarvan:

- strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie van de politierechtbank;
- strook B aan het boekje gehecht blijft;
- strook C1 onmiddellijk aan de overtreder wordt afgegeven.

§ 2. Indien de overtreder de som niet kan betalen met een specie die gangbaar is in Belgie¨, kan als volgt worden betaald:

  • met bankbiljetten in één enkel van volgende munteenheden : Luxemburgse frank, Franse frank, Nederlandse gulden, Duitse mark, pond sterling of US dollar;
  • met eurocheques uitgedrukt in BEF of in EUR en gewaarborgd door een geldige bankkaart;
  • door middel van kredietkaarten die worden erkend door de Minister van Financiën volgens voorwaarden die hij vaststelt. Overwegende dat de betaling in bankbiljetten moet kunnen gebeuren, stelt de Minister van Financiën op geregelde tijdstippen, voor iedere som, de bedragen vast in deviezen andere dan die van de EURO-zone. " ;

in artikel 7 worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :

" § 2. Artikel 6 is van toepassing in geval van consignatie van een som. ";

b) de §§ 3 en 4 worden geschrapt;

artikel 8 wordt vervangen door de volgende bepaling :

" Art. 8. Wanneer een formulier voor inning of consignatie van een som ongeldig moet worden gemaakt, constateert de agent, die er houder van is, het ongeldig maken door middel van een gedagtekende en ondertekende vermelding op alle stroken van het formulier. ";

artikel 9 wordt aangevuld met het volgende lid : "De Minister van Financiën bepaalt de modaliteiten voor de betaling door middel van kredietkaarten. ";

de bijlagen worden opgeheven.

Artikel 11

In het koninklijk besluit van 24 maart 1997 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

in artikel 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling :

" § 1. Voor de inning van een som wordt gebruik gemaakt van genummerde formulieren, die samengevoegd zijn in genummerde boekjes en die overeenstemmen met het model van bijlage 2 tot het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg. Indien tegelijkertijd verschillende overtredingen ten laste van een zelfde overtreder worden vastgesteld, noteert de bevoegde agent alle overtredingen op een zelfde formulier. ";

b) § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :

" § 2. De bevoegde ambtenaar vult de stroken A, B en C1 van het formulier in, waarvan :

- strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie van de bevoegde politierechtbank;
- strook B aan het boekje gehecht blijft;
- strook C1 onmiddellijk aan de overtreder wordt afgegeven. ";

c) § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling :

" § 3. Indien de overtreder de som niet kan betalen met een specie die gangbaar is in België, kan als volgt worden betaald:

  • met bankbiljetten in één enkel van volgende munteenheden : Luxemburgse frank, Franse frank, Nederlandse gulden, Duitse mark, pond sterling of US dollar;
  • met eurocheques uitgedrukt in BEF of in EUR en gewaarborgd door een geldige bankkaart;
  • door middel van kredietkaarten die worden erkend door de Minister van Financiën volgens voorwaarden die hij vaststelt. Overwegende dat de betaling in bankbiljetten moet kunnen gebeuren, stelt de Minister van Financiën op geregelde tijdstippen, voor iedere som, de bedragen vast in deviezen andere dan die van de EURO-zone. " ;

in artikel 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling :

" § 1. Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft en de voorgestelde som niet onmiddellijk betaalt, is de per overtreding in consignatie te geven som dezelfde als de te innen som.

Het totaal van de ter plaatse te consigneren sommen ten laste van een zelfde overtreder mag 100.000 BEF (2.478,94 EUR) niet overschrijden.

De totaal ter plaatse te consigneren som wordt met een forfaitaire som van 3.000 BEF (74,37 EUR) verhoogd als waarborg voor de eventueel te betalen gerechtskosten. ";

b) § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :

" § 2. Voor de consignatie van een som wordt gebruik gemaakt van genummerde formulieren die samengevoegd zijn in genummerde boekjes en die overeenstemmen met het model van bijlage 2 tot het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg. Indien tegelijkertijd verschillende overtredingen ten laste van een zelfde overtreder worden vastgesteld, noteert de bevoegde agent alle overtredingen op een zelfde formulier. ";

c) § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling :

" § 3. De bevoegde ambtenaar vult de stroken A, B en C1 van het formulier in, waarvan :

- strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie van de bevoegde politierechtbank;
- strook B aan het boekje gehecht blijft;
- strook C1 onmiddellijk aan de overtreder wordt afgegeven. ".

Artikel 12

De in dit besluit in euro uitgedrukte bedragen worden rechtstreeks van toepassing op 1 januari 2002.

Artikel 13

Het koninklijk besluit van 12 juli 1989 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 november 1992, wordt opgeheven.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2000.

Artikel 15

Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer, Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage 1. Lijst van de te innen sommen

a) Goederenvervoer over de weg – vergunningen

Inbreuk Reglementering Te innen som
1.a. Er is geen vergunning (1) aanwezig in het voertuig en het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van Wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3 en 8, eerste lid.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 31 en 32.
1.500 €
1.b. Er is geen vergunning (1) aanwezig in het voertuig maar het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondememingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 31 en 32.
55 €
2. De voorgelegde vergunning (5) wordt gebruikt voor een voertuig waarvan de kentekenplaat niet is opgenomen in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16 en 18.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 4°.
990 €
3. De voorgelegde vergunning (1) wordt gebruikt voor een in huur of financieringshuur genomen voertuig zonder dat de vereiste bewijsstukken kunnen worden vertoond. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 33, § 4, 2°, b.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 6°.
55 €
4. De voorgelegde vergunning (5) bevat onvolledige of onjuiste vermeldingen, maar het bestaan van een geldige vergunning voor het gecontroleerde voertuig wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16 en 18.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 3°.
55 €
5.a. De voorgelegde vergunning (1) bevat onleesbare vermeldingen waardoor identificatie/controle onmogelijk is, of is oncontroleerbaar t.g.v. plastificering, en het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 3°, 35, 2° en 42, 2°.
990 €
5.b. De voorgelegde vergunning (1) bevat onleesbare vermeldingen waardoor identificatie/controle onmogelijk is, of is oncontroleerbaar t.g.v. plastificering, maar het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 3°, 35, 2° en 42, 2°.
55 €
6. De voorgelegde vergunning (1) bevindt zich in handen van een andere onderneming dan de erop vermelde. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25 en 27.
- K.B. van 22 mei 2014 4), art. 21, eerste lid, 1° en 35, 1°.
990 €
7. De voorgelegde vergunning (1) is ongeldig wegens overlading of overschrijding van de afmetingen. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 27 en 35, § 2.
- K.B. van 22 mei 2014 (4). art. 21, eerste lid, 5° en 35, 4°.
(6)
8. De voorgelegde vergunning internationaal vervoer of de cabotagevergunning, en/of het bijgevoegde vervoersverslag werd niet of onvolledig ingevuld. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 27.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 35, 3° en 42, 3°.
990 €
9. De voorgelegde ECMT - vergunning wordt gebruikt voor meer dan het toegelaten aantal beladen ritten. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 25 en 27.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 31.
1.980 €
10. Het gecontroleerde voertuig voert een onwettig cabotagevervoer uit. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 8, tweede en derde lid. 1.980 € per onwettig verrichte cabotagerit
11.a. Er is geen bestuurdersattest aanwezig in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondememingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
990 €
11.b. Er is geen bestuurdersattest aanwezig in het voertuig, maar het bestaan ervan kan onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
55 €
12. De voorgelegde vergunning (1) is nagemaakt of de erop voorkomende gegevens werden vervalst. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25. 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
3.960 €
13. Het voorgelegde bestuurdersattest is nagemaakt of de erop voorkomende gegevens werden vervalst, of het bevindt zich onrechtmatig in handen van de bestuurder. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
3.960 €
14. De bestuurder weigert de vergunning (1) voor controle over te leggen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
3.960 €
15. De bestuurder weigert het bestuurdersattest voor controle over te leggen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
3.960 €

(1) Al naargelang het geval wordt in deze rubriek onder “vergunning” verstaan: het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de nationale (Belgische) vergunning, het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, het origineel van de vergunning internationaal vervoer (of een daarmee gelijkgesteld document) of het origineel van de cabotagevergunning (of een daarmee gelijkgesteld document).

(2) Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor de toegang tot de markt van het internationaal goederenvervoer over de weg.

(3) Wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondememer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96126/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg.

(4) Koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het goederenvervoer over de weg.

(5) In deze rubriek wordt onder “vergunning” verstaan: het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de Belgische nationale vergunning of van de Belgische communautaire vergunning.

(6) De boete wordt gemoduleerd in functie van het percentage van overschrijding van de afmetingen en massa’s (zie tabel in aanhangsel 1).

Aanhangsel 1 : Overschrijding van de maximaal toegelaten massa en de maximale afmetingen
Percentage waarmee het maximum wordt overschreden Overschrijding van de maximaal toegelaten massa en de maximale afmetingen t.g.v. de lading Overschrijding van de maximaal toegelaten massa t.g.v. wijzigingen aangebracht aan het voertuig Overschrijding van de maximale afmetingen t.g.v. wijzigingen aangebracht aan het voertuig
tot 5% 66 € 90 € 90 €
meer dan 5% tot 10% 330 € 453 € 453 €
meer dan 10% tot 15% 616 € 847 € 847 €
meer dan 15% tot 20% 880 € 1.210 € 1.210 €
meer dan 20% tot 30% 1.100 € 1.512 € 1.512 €
meer dan 30% tot 40% 1.232 € 1.694 € 1.694 €
meer dan 40% 1.364 € 1.875 € 1.875 €

b) Goederenvervoer over de weg – vrachtbrief

  Inbreuk Reglementering Te innen som
1. Er is geen voor de zending opgemaakte vrachtbrief aanwezig in het voertuig.
  • Wet van 15 juli 2013 (1), art. 29 en 33, § 4, 2°, c
1.500 EUR

(1) Wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg;

Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
Rijtijden    
1. De maximaal toegestane dagelijkse rijtijd werd overschreden.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 6, lid 1 (1);
  • AETR, art. 6, lid 1 (2).
(a)
2. De maximaal toegestane ononderbroken rijtijd werd overschreden.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 7;
  • AETR, art. 7.
(b)
3. De maximaal toegestane wekelijkse rijtijd werd overschreden.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 6, lid 2;
  • AETR, art. 6, lid 2.
110 (c)
4. De maximaal toegestane tweewekelijkse rijtijd werd overschreden.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 6, lid 3;
  • AETR, art. 6, lid 3.
110 (c)
  Rusttijden    
5. De minimale verplichte dagelijkse rusttijd werd niet in acht genomen.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 8 en 9;
  • AETR, art. 8.
55 (d)
6. De minimale verplichte wekelijkse rusttijd werd niet in acht genomen.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 8;
  • AETR, art. 8.
110 (e)
Diversen    
7. De minimumleeftijd van de bijrijder of conducteur werd niet gerespecteerd.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 5;
  • AETR, art. 5.
82
8. De op het ogenblik van de controle verplicht te nemen normale wekelijkse rusttijd, wordt genomen aan boord van het voertuig.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 8, leden 6 en 8;
  • AETR, art. 8, leden 6 en 8.
1.800
9. De toegestane wekelijkse arbeidstijd is overschreden.
  • KB van 17 oktober 2016, art. 43 (3).
44 (f)

(1) Verordening (EG) nr. 561/2006 van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad;

(2) Europese Overeenkomst van 1 juli 1970 nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationaal vervoer over de weg;

(3) Koninklijk besluit van 17 oktober 2016 inzake de tachograaf en de rij- en rusttijden;

(a) De boete wordt gemoduleerd in functie van het aantal uren overschrijding van de dagelijkse rijtijd en het grootste aantal uren achtereenvolgende rusttijd in de beschouwde periode (zie tabel in aanhangsel 2);

(b) De boete wordt gemoduleerd in functie van het aantal uren waarmee de maximaal toegestane ononderbroken rijtijd werd overschreden alvorens de bestuurder een onderbreking van in totaal 45 minuten heeft genomen en de duur van de langste aaneengesloten onderbreking tijdens de beschouwde rijtijd (zie tabel in aanhangsel 3);

(c) Per aangevat uur waarmee de toegelaten (twee)wekelijkse rijtijd wordt overschreden;

(d) Per aangevatte schijf van 30 minuten ontbrekende dagelijkse rusttijd;

(e) Per aangevat ontbrekend uur wekelijkse rusttijd;

(f) Per aangevat uur van de arbeidstijd die de toegelaten arbeidstijd overschrijdt (inbreuk geldt uitsluitend voor zelfstandige bestuurders).

Aanhangsel 2 : Overschrijding van de maximale dagelijkse rijtijd
  Minder dan 3 uren (1) (EUR) Van 3 uren tot minder
dan 5 uren (1) (EUR)
Van 5 uren tot minder
dan 7 uren (1) (EUR)
Van 7 uren tot minder
dan 9 uren (1) (EUR)
9 uren of meer
1 uur of minder (2) 132 110 88 66 44
meer dan 1 uur tot 2 uren (2) 198 170 143 115 88
meer dan 2 uren tot 3 uren (2) 330 286 242 198 154
meer dan 3 uren tot 5 uren (2) 495 418 341 264 187
meer dan 5 uren tot 8 uren (2) 968 825 682 550 418
meer dan 8 uren tot 12 uren (2) 1.452 1.243 1.034 825 616
meer dan 12 uren (2) 1.760 1.496 1.232 1.001 770

(1) De langste periode van ononderbroken rusttijd in de beschouwde periode van dagelijkse rijtijd;

(2) Het aantal uren dagelijkse rijtijd waarmee de toegelaten dagelijkse rijtijd (9 of 10 uren) wordt overschreden.

Aanhangsel 3 : Overschrijding van de maximaal toegestane ononderbroken rijtijd
  Geen onderbreking van minstens 15 minuten (1) (EUR) Van 15 minuten tot minder dan 30 minuten (1) (EUR) Van 30 minuten tot minder dan 45 minuten (1) (EUR)
15 minuten of minder (2) 44 33 22
meer dan 15 minuten tot 30 minuten (2) 88 66 44
meer dan 30 minuten tot 1 uur (2) 132 99 66
meer dan 1 uur tot 2 uren (2) 264 198 132
meer dan 2 uren tot 3 uren (2) 440 330 220
meer dan 3 uren tot 5 uren (2) 660 495 330
meer dan 5 uren tot 8 uren (2) 1.452 968 660
meer dan 8 uren (2) 2.200 1.606 1.100

(1) Duur van de langste aaneengesloten onderbreking tijdens de beschouwde rijtijd. Een onderbreking van minder dan 15 minuten wordt niet in aanmerking genomen;

(2) De rijtijd waarmee de toegelaten ononderbroken rijtijd (4u30) wordt overschreden.

d) Tachograaf

  Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
  Installatie en constructie van de tachograaf    
1. Er is geen tachograaf geïnstalleerd in het voertuig terwijl het voertuig of het vervoer niet is vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014 (1), art. 3;
  • AETR, art. 2 en 10;
  • KB van 17 oktober 2016, art. 3.
2.640
2. Er is een analoge tachograaf in het voertuig geïnstalleerd terwijl het voertuig uitgerust diende te zijn met een digitale tachograaf.
  • Verordening (EG) nr. 2135/98 (2), art. 2, lid 1;
  • AETR, art. 13, lid 1.
1.320
3. De tachograaf in het voertuig is niet conform de verplichtingen en voorschriften voorzien in de regelgeving met betrekking tot de constructie, de installatie, de werking of de herstelling, bijvoorbeeld:
  • Installatie of herstelling door een niet-erkende installateur of werkplaats;
  • Afwezige of onregelmatige verzegelingen;
  • Afwezig of ongeldig installatieplaatje;
  • Herstellingen niet gebeurd overeenkomstig de voorschriften;
  • De tachograaf is uitgevallen of werkt gebrekkig;
  • De tachograaf werd niet geijkt.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 1, 11, 22, 23 en 24.
  • AETR, art. 10 en art. 9 van de bijlage;
  • KB van 17 oktober 2016, art. 6, 18, 27 en 28.
1.320
4. De gegevens op het installatieplaatje komen niet overeen met de feitelijke gegevens.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 1, 21, 22 en 23;
  • AETR, art. 10.
  • KB van 17 oktober 2016, art. 27 en 28.
1.320
Gebruik van de tachograaf
5. De tachograaf in het voertuig wordt niet gebruikt terwijl het voertuig of het vervoer niet is vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 3;
  • AETR, art. 2 en 10;
  • KB van 17 oktober 2016, art. 3.
2.640
6. De schakelorganen worden niet of onjuist gebruikt.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 5;
  • AETR, art. 12, lid 3 van de bijlage.
550
7. De landcode werd niet ingevoerd in de digitale tachograaf.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, leden 5 en 7;
  • AETR, art. 12, leden 5 en 5bis van de bijlage.
55
8. De bestuurder heeft de tijdgroepen niet handmatig ingevoerd terwijl hij van het voertuig afwezig was en kan geen verklaring van activiteiten voorleggen.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 3;
  • AETR, art. 12, lid 2 van de bijlage;
  • KB van 17 oktober 2016, art. 38.
1.320
9. Bij meervoudige bemanning:
  • Gebeurden de registraties op het verkeerde registratieblad (analoge tachograaf);
  • Werden de bestuurderskaarten van elke chauffeur niet in de juiste lezer van de tachograaf gebracht (digitale tachograaf).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 4;
  • AETR, art. 12, lid 2 van de bijlage.
1.320
  Fraude    
10. De tachograaf werd frauduleus gemanipuleerd via het verhinderen van een correcte registratie, via het wijzigen of wissen van gegevens in het geheugen, via het ontoegankelijk maken of vernietigen van geregistreerde gegevens of via de aanwezigheid van een voorziening met de intentie tot bovengenoemde inbreuken.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 32, lid 3;
  • AETR, art. 12, lid 8 van de bijlage.
5.280
11. De bestuurder weigert de tachograaf te laten controleren.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 36 en 38;
  • AETR, art. 12, lid 7 van de bijlage.
5.280

(1) Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer;

(2) Verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van 24 september 1998 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Richtlijn 88/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van Verordening (EEG) nr. 3820/85 en Verordening (EEG) nr. 3821/85.

e) Bestuurderskaart

Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
  Geldigheid    
1. De bestuurderskaart is niet geldig omdat de geldigheidsduur ervan verstreken is (*).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 26 en 27;
  • AETR, art. 11, lid 4 en 12, lid 2 van de bijlage.
1.320
2. De bestuurderskaart is niet geldig wegens defect of beschadiging en de vaststelling door controle gebeurt meer dan 15 kalenderdagen (of later als dit noodzakelijk is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden) na het begin van de beschadiging of het defect.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 27 en 29;
  • AETR, art. 13, lid 3 van de bijlage.
1.320
3. De bestuurder is houder van een bestuurderskaart maar kan deze niet voorleggen wegens verlies of diefstal en de vaststelling door controle gebeurt meer dan 15 kalenderdagen (of later als dit noodzakelijk is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden) na het verlies of diefstal.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 29;
  • AETR, art. 13, lid 3 van de bijlage.
1.320
4. De bestuurder is houder van een bestuurderskaart maar kan deze niet voorleggen en kan tevens geen bewijs voorleggen van aangifte van diefstal of verlies van deze kaart.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 29;
  • AETR, art. 13, lid 3 van de bijlage.
2.640
5. De bestuurder is geen houder van een bestuurderskaart terwijl het voertuig of het vervoer niet is vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf (*).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 3, 32, 33 en 34;
  • AETR, art. 2 en 10;
  • KB van 17 oktober 2016, art. 3.
2.640
Gebruik
6. De bestuurderskaart werd niet in de tachograaf ingebracht, terwijl het voertuig of het vervoer niet vrijgesteld is van het gebruik van de tachograaf (*).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR; art. 12, lid 2 van de bijlage.
2.640
7. De bestuurderskaart werd zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit de tachograaf gehaald, terwijl het voertuig werd gebruikt (*).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR; art. 12, lid 2 van de bijlage.
1.320
8. De bestuurderskaart werd zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit de tachograaf gehaald, terwijl het voertuig niet in beweging was (*)
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR; art. 12, lid 2 van de bijlage.
55
Fraude
9. De bestuurder heeft de bestuurderskaart frauduleus gebruikt, bijvoorbeeld door:
  • het gebruik of het bezit van een kaart waarvan een andere persoon houder is;
  • het beurtelings gebruik van twee of meerdere kaarten toegekend aan verschillende bestuurders, waarvan hij al dan niet houder is;
  • het gebruik van een als verloren of gestolen gemelde kaart;
  • het beurtelings gebruik van meerdere kaarten waarvan hij houder is;
  • het gebruik van een vervalste of valse kaart of van een kaart waarvan de geregistreerde gegevens ontoegankelijk gemaakt of vernietigd werden.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 27, 29, 32, 33, 34, 35, 36 en 37;
  • AETR, art. 11, lid 4 en art. 12, lid 8 van de bijlage.
5.280
10. De bestuurder weigert de bestuurderskaart voor te leggen.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 36 en 38;
  • AETR, art. 12, lid 7 van de bijlage.
5.280

(*) De inbreuken zijn uitsluitend van toepassing in het geval de bestuurder op dat moment een voertuig bestuurt dat is uitgerust met een digitale tachograaf.

f) Afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens

  Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
Algemeen    
1. In de gevallen dat de bestuurderskaart beschadigd is, gebrekkig werkt of niet in het bezit van de bestuurder is/was (wegens verlies of diefstal) kan de bestuurder geen afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens voorleggen en/of heeft de bestuurder nagelaten om op de afdruk de niet-geregistreerde gegevens, zijn naam en het nummer van zijn rijbewijs of bestuurderskaart te vermelden (voor zover de identificatie van de bestuurder onmogelijk is).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 29 en 35;
  • AETR, art. 13, leden 2 en 3.
1.320
2. De door de digitale tachograaf afgedrukte gegevens zijn onleesbaar geworden ten gevolge van een onzorgvuldigheid of nalatigheid van de bestuurder.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, 29 en 35;
  • AETR, art. 13, leden 2 en 3.
1.320
3. Er is onvoldoende papier aanwezig om de te controleren gegevens van de lopende dag en van de voorgaande 28 dagen af te drukken.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 33, lid 1;
  • AETR, art. 11, lid 1.
55
Fraude    
4. De door de digitale tachograaf afgedrukte gegevens werden vervalst, gewist of vernietigd.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 32, lid 3;
  • AETR, art. 12, lid 8 van de bijlage.
5.280
5. De bestuurder weigert de afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens voor controle over te leggen.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 36;
  • AETR, art. 12, lid 7 van de bijlage.
5.280

g) Registratiebladen

Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
Voorleggen van registratiebladen    
1. De bestuurder is niet in staat één of meer van de registratiebladen (of tijdelijke bladen) voor te leggen voor controle.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1 en art. 36, leden 1 en 2;
  • AETR, art. 12, leden 1 en 7 van de bijlage.
1.320
  Gebruik    
2. Eén of meer van de gebruikte registratiebladen hebben niet het goedgekeurde model en/of zijn niet geschikt voor gebruik in de in het voertuig geïnstalleerde tachograaf, waardoor er geen relevante gegevens werden geregistreerd.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR, art. 11, lid 1.
1.320
3. Eén of meer van de registratiebladen zijn ten gevolge van bevuiling en/of beschadiging onleesbaar en/of oncontroleerbaar en zijn niet vergezeld van een reserveblad.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 2;
  • AETR, art. 12, lid 1.
1.320
4. Eén of meer van de registratiebladen werden zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit de tachograaf gehaald en/of deze laatste werd vóór het einde van de werkdag geopend (uitgezonderd geval g5).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR, art. 12, lid 2.
1.320
5. Eén of meer van de registratiebladen werden zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit tachograaf gehaald en/of dit laatste werd vóór het einde van de werkdag geopend, maar de controle op de rij- en rusttijden komt niet in het gedrang.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR, art. 12, lid 2.
55
6. De bestuurder ziet niet toe op de juiste toepassing van de reglementering.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 32, lid 1;
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 10, lid 2.
  • AETR, art. 10 van de bijlage.
55
7. De bestuurder heeft meer dan één registratieblad per werkdag gebruikt tenzij dit bij wisseling van voertuig noodzakelijk is opdat het registratieblad het goedgekeurde model heeft dat geschikt is voor gebruik in de in het voertuig geïnstalleerde tachograaf.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR, art. 12, lid 2 van de bijlage.
1.320
8. De bestuurder heeft één of meer van de registratiebladen langer dan 24 uren in de tachograaf gelaten waardoor de rijtijdlijn overschreven is met als gevolg dat de controle onmogelijk wordt.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR, art. 12, lid 2 van de bijlage.
1.320
9. De bestuurder heeft de tijdgroepen niet op één of meer van de registratiebladen geregistreerd terwijl hij van het voertuig verwijderd was en kan geen verklaring van activiteiten voorleggen.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 3;
  • AETR, art. 12, lid 2 van de bijage.
1.320
10. De tijdsaanduiding op het registratieblad is niet in overeenstemming met de wettelijke tijd van het land waar het voertuig is ingeschreven.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 5, a);
  • AETR, art. 12, lid 3 van de bijlage.
1.320
11. De bestuurder heeft nagelaten één of meerdere van de volgende gegevens op één of meer van de registratiebladen aan te brengen:
  • naam en voornaam van de bestuurder (voor zover identificatie van de bestuurder op basis van het registratieblad in samenlezing met het rijbewijs en het identiteitsbewijs onmogelijk is);
  • datum bij begin van gebruik van het registratieblad;
  • het nummer van de kentekenplaat van het voertuig.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 6;
  • AETR, art. 12, lid 5 van de bijlage.
1.320
12. De bestuurder heeft nagelaten één of meerdere van de volgende gegevens op één of meer van de registratiebladen aan te brengen:
  • datum bij einde van gebruik van het registratieblad;
  • de kilometerstanden bij het begin van de eerste rit, aan het einde van de laatste rit en bij een eventuele wisseling van voertuig;
  • het tijdstip van eventuele wisseling van voertuig;
  • de plaats bij begin en einde van gebruik van het registratieblad.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 6;
  • AETR, art. 12, lid 5 van de bijlage.
55
13. De bestuurder heeft de aantekeningen op de registratiebladen of op het tijdelijke blad (te gebruiken gedurende de tijd dat de tachograaf niet of gebrekkig werkt) niet overeenkomstig de voorschriften opgemaakt: de gegevens betreffende de tijdgroepen en/of de naam en/of het nummer van het rijbewijs van de bestuurder werden niet vermeld zodat zijn identificatie niet mogelijk is (uitgezonderd geval g14).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 37, lid 2;
  • AETR, art. 13, lid 2 van de bijlage.
1.320
14. De bestuurder heeft de aantekeningen op de registratiebladen of op het tijdelijk blad (te gebruiken gedurende de tijd dat de tachograaf niet of gebrekkig werkt) niet overeenkomstig de voorschriften opgemaakt: de naam en/of het nummer van het rijbewijs van de bestuurder werden niet of onvolledig vermeld maar identificatie van de bestuurder blijft mogelijk.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 37, lid 2;
  • AETR, art. 13, lid 2 van de bijlage.
55
Fraude    
15. De bestuurder legt een valse verklaring van activiteiten voor.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 36;
  • AETR, art. 12, lid 7 van de bijlage.
5.280
16. Gegevens op één of meer van de registratiebladen werden vervalst, gewist of vernietigd.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 32, lid 2;
  • AETR, art. 12, lid 8 van de bijlage.
5.280
17. De bestuurder weigert één of meer van de registratiebladen (of tijdelijke bladen) voor te leggen voor controle.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1 en art. 36, leden 1 en 2;
  • AETR, art. 12, lid 7 van de bijlage.
5.280

i) Reizigersvervoer over de weg – controle- en vergunningsdocumenten

1. Voertuigen aangewend door een in België gevestigde onderneming
Inbreuk Reglementering Te innen som
1.1 Tijdens het verrichten van een ongeregeld vervoer of van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
990 €
1.2 Tijdens het verrichten van een ongeregeld vervoer of van een internationaal geregeld vervoer is het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de Belgische communautaire vergunning ongeldig omdat de kentekenplaat van het voertuig niet is opgenomen in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 12, § 1, 4°.
990 €
1.3 Tijdens het verrichten van een ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldig reisblad (noch het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer) in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
990 €
1.4 Tijdens het verrichten van ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop niet de in artikel 12.3 van verordening nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens worden vermeld. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
990 €
1.5 Tijdens het verrichten van ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop andere dan de in artikel 12.3 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens ontbreken (kentekenplaat voertuig, naam bestuurder(s), aantal passagiers). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
55 €
1.6 Tijdens het verrichten van een internationaal geregeld vervoer bevindt zich geen vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4 en 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
990 €
1.7 Tijdens het verrichten van de onder de punten 1.1 tot 1.4 en 1.6 vermelde vervoerdiensten bevindt er zich geen voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, reisblad (of het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer) of vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig maar het bestaan van het document wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 5, 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6, 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4 en 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2, 5 en 9.
55 € (5)
2. In een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland gevestigde ondernemingen
Inbreuk Reglementering Te innen som
2.1 Tijdens het verrichten van een internationaal ongeregeld vervoer of van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen geldig gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning of soortgelijke Zwitserse vergunning in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 14 en 19.
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
990 €
2.2 Tijdens het verrichten van een internationaal ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.3 Tijdens het verrichten van internationaal ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop niet de in artikel 12.3 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens worden vermeld. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.4 Tijdens het verrichten van internationaal ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop andere dan de in artikel 12.3 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens ontbreken (kentekenplaat voertuig, naam bestuurder(s), aantal passagiers). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
55 €
2.5 Tijdens het verrichten van ongeregeld cabotagevervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009(1), art. 17;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.6 Tijdens het verrichten van ongeregeld cabotagevervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop niet de in artikel 17.2 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde gegevens werden vermeld. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 17;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.7 Tijdens het verrichten van ongeregeld cabotagevervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop andere dan de in artikel 17.2 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde gegevens ontbreken (kentekenplaat voertuig, naam bestuurder(s), aantal passagiers). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 17;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
55 €
2.8 Tijdens het verrichten van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen geldige vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
990 €
2.9. Tijdens het verrichten van internationaal vervoer voor eigen rekening bevindt er zich geen geldig attest in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 7 en 9.
990 €
2.10 Tijdens het verrichten van de onder de punten 2.1, 2.2, 2.3, 2.5., 2.6., 2.8 en 2.9 vermelde vervoerdiensten bevindt er zich geen geldig voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, soortgelijke Zwitserse vergunning, vergunning internationaal geregeld vervoer, reisblad of attest in het voertuig, maar het bestaan van het geldig document wordt onmiddellijk aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 5, 12, 14, 15, 17 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6, 8, 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3, 5, 7 en 9.
55 € (5)
3. Buiten de EER of Zwitserland gevestigde ondernemingen
Inbreuk Reglementering Te innen som
3.1 Tijdens het verrichten van een internationaal niet-vrijgesteld ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldige vergunning voor internationaal ongeregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4 en 9.
990 €
3.2 Tijdens het verrichten van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen geldige vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
990 €
3.3 Tijdens het verrichten van een aan vergunning onderworpen internationaal pendelvervoer bevindt er zich geen geldige pendelvervoervergunning in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 8 en 9.
990 €
3.4 Tijdens het verrichten van een internationaal vervoer ontbreekt een geldige bilaterale vervoervergunning in het voertuig (in geval dat het betrokken bilateraal akkoord in deze vergunning voorziet). - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 8 en 9.
990 €
3.5 Het voertuig verricht niet toegelaten cabotagevervoer op Belgisch grondgebied. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 8.
990 €
3.6 Tijdens het verrichten van ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 8 en 9.
990 €
3.7 Tijdens het verrichten van een niet aan vergunning onderworpen internationaal pendelvervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 8 en 9.
990 €
3.8 Tijdens het verrichten van de onder de punten 3.1 tot en met 3.4, 3.6 en 3.7 vermelde vervoerdiensten bevindt er zich geen vergunning of reisblad in het voertuig, maar het bestaan van het document wordt onmiddellijk aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 5, 8 en 9.
55 € (5)
4. De voorgelegde vergunning, het voorgelegde attest of reisblad
  • is vervalst of voor controledoeleinden onbruikbaar gemaakt;
  • de erop voorkomende gegevens werden vervalst of voor controledoeleinden onbruikbaar gemaakt;
  • wordt op een frauduleuze wijze gebruikt.
Inbreuk Reglementering Te innen som
4.1 Voertuigen aangewend door een in België gevestigde onderneming    
4.1.1. Voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
4.1.2. Reisblad bij ongeregeld vervoer (of het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
3.960 €
4.1.3. Vergunning voor internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
3.960 €
4.2 In een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland gevestigde ondernemingen.    
4.2.1. Voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning of soortgelijke Zwitserse vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 14 en 19.
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
4.2.2. Vergunning bij internationaal geregeld vervoer of reisblad bij ongeregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 12, 17 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014, art. 1, 2, 6, 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3, 5 en 9.
3.960 €
4.2.3. Attest in geval van vervoer voor eigen rekening, zoals bedoeld in punt 2.9. - Verordening (EG) nr. 1073/2009, art. 5 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 7 en 9.
3.960 €
4.3 Buiten de EER of Zwitserland gevestigde ondernemingen    
4.3.1. Vergunning of reisblad naargelang de aard van de uitgevoerde diensten, zoals bedoeld in punt 3. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 5, 8 en 9.
3.960 €
5. De bestuurder weigert de vergunning, het attest of het reisblad over te leggen voor controle
Inbreuk Reglementering Te innen som
5.1 Voertuigen aangewend door een in België gevestigde onderneming    
5.1.1. Gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
5.1.2. Reisblad bij ongeregeld vervoer (of het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
3.960 €
5.1.3. Vergunning bij internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
3.960 €
5.2 In een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland gevestigde ondernemingen    
5.2.1. Voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning of soortgelijke Zwitserse vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 14 en 19.
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
5.2.2. Vergunning bij internationaal geregeld vervoer of reisblad bij ongeregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 12, 17 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6, 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3, 5 en 9.
3.960 €
5.2.3. Attest in geval van vervoer voor eigen rekening, zoals bedoeld in punt 2.9. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 7 en 9.
3.960 €
5.3 Buiten de EER of Zwitserland gevestigde ondernemingen    
5.3.1. Vergunning of reisblad naargelang de aard van de uitgevoerde diensten, zoals bedoeld in punt 3. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 5, 8 en 9.
3.960 €

(1) Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006.

(2) Wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de verordening (EG) nr. 1071/2009 van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van verordening (EG) nr. 561/2006.

(3) Koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het reizigersvervoer over de weg.

(4) Verordening (EU) nr. 361/2014 van de Commissie van 9 april 2014 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad aangaande de documenten voor het internationale personenvervoer met touringcars en autobussen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2121/98 van de Commissie.

(5) Per afwezig document.

j) internationaal vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen en het gebruik van speciale vervoermiddelen bij dit vervoer

Zie paginas 8 en 9 van de PDF

Bijlage 2. Formulieren

Strook A bestemd voor het parket
Formaat A5

bijlage2a

 

Strook B afschrift te bewaren in het boekje van de bevoegde agent
Formaat A5

bijlage2b

 

Strook C afschrift voor de overtreder
Formaat A5

bijlage2c

Bijlage 3. Betaling met overschrijving

bijlage3