HOOFDSTUK I. — Delegaties van bevoegdheden

Artikel 1. Voor de uitvoering van artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen wordt machtiging verleend aan de directeur-generaal van het bestuur van wegverkeer.

HOOFDSTUK II. — Het kentekenbewijs

Art. 2. §1. Het kentekenbewijs bestaat uit twee delen, zijnde een Deel I en Deel II. Beide delen zijn overwegend zandkleurig en bevatten onder andere een watermerk, fluorescerende vezels en een fluorescerende opdruk als beveiliging tegen vervalsing. Het mag voorzien zijn van een bijkomende perforatiestrook aan de laterale uiteinden. Naast de gewone zwarte opdruk vertonen beide delen een specifiek achtergrondschriftbeeld.

Dit achtergrondschriftbeeld is in irisbedrukking.

§ 2. Het kentekenbewijs Deel I bestaat uit twee bladzijden op A5-formaat waarvan de gewone zwarte opdruk de volgende vermeldingen bevat :

1° op de eerste bladzijde :

a) de aanduiding alsook het onderscheidingsteken van het Koninkrijk België;

b) de aanduiding van de overheid die bevoegd is voor de afgifte van het kentekenbewijs;

c) de vermelding ″kentekenbewijs Deel I″ in grote letters; deze vermelding wordt eveneens na een passende tussenruimte in kleine letters aangebracht in de overige talen van de Europese Unie;

d) de vermelding ″Europese Unie″;

e) de specifieke voertuig- of inschrijvingsgegevens waarop het kentekenbewijs betrekking heeft, met name de gegevens bedoeld in artikel 7, 1°, 2°, 2° /1, 7° en 11°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen; deze gegevens worden voorafgegaan door bijbehorende geharmoniseerde communautaire codes, gedefinieerd in punten II-5 en II-6 van bijlage I van Richtlijn 1999/37/EG van de Raad inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen, gewijzigd bij Richtlijn 2003/127/EG van de Commissie van 23 december 2003;

f) een veiligheidsnummer;

g) het inventarisnummer van het document;

h) algemene inlichtingen bestemd voor de tenaamgestelde van het kentekenbewijs, alsook voor de douaneoverheid;

i) een vermelding dat de tenaamgestelde van het kentekenbewijs niet door middel van dit bewijs wordt aangeduid als de eigenaar van het voertuig; die vermelding wordt voorafgegaan door de bijbehorende geharmoniseerde communautaire code;

j) een vermelding dat het kentekenbewijs Deel I steeds aanwezig dient te zijn in het voertuig;

k) in het geval van een kentekenbewijs dat wordt afgegeven bij een inschrijving in transit, een specifieke vermelding betreffende de aard en de duur van de vrijstelling van fiscale lasten;

l) de naam en het adres van de afzender;

m) de persoonsgegevens waarop dit kentekenbewijs betrekking heeft, voorafgegaan door de bijhorende geharmoniseerde communautaire codes :

  • als de tenaamgestelde van het kentekenbewijs een natuurlijke persoon is, de gegevens van artikel 8, 1° van hetzelfde koninklijk besluit, met uitsluiting evenwel van de geboortedatum, en de gegevens van artikel 8, 2° of 3° van hetzelfde koninklijk besluit op de datum van afgifte van het kentekenbewijs;
  • als de tenaamgestelde een rechtspersoon is, de gegevens van artikel 9, 1°, 2° en 4°, van hetzelfde koninklijk besluit, evenals de gegevens van artikel 9, 3° van hetzelfde koninklijk besluit op de datum van afgifte van het kentekenbewijs;

n) voor een tijdelijke inschrijving kan zowel het voorlopige of tijdelijke verblijfsadres in België als de buitenlandse hoofdverblijfplaats worden vermeld;

2° op de tweede bladzijde :

a) de datum van afgifte van het kentekenbewijs;

b) enkele specifieke codes of refertenummers eigen aan de overheid die bevoegd is voor de afgifte van het kentekenbewijs;

c) de specifieke voertuig- of inschrijvingsgegevens waarop het kentekenbewijs betrekking heeft, met name de nationale aard en de gegevens bedoeld in artikel 7, 4° tot 6°, 8° tot 10°, 12° tot 14°, 19° tot 22°, 24° tot 26°, 30° en 38°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen; deze gegevens worden voorafgegaan door bijbehorende geharmoniseerde communautaire codes, gedefinieerd in punten II-5 en II-6 van Bijlage I van Richtlijn 2003/127/EG van de Commissie van 23 december 2003 tot wijziging van Richtlijn 1999/37/EG van de Raad inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen; de gegevens van artikel 7, 13° en 38° van hetzelfde koninklijk besluit daarentegen worden enkel voorafgegaan door een toegevoegde nationale code die tussen haakjes wordt geplaatst;

§ 3. Het kentekenbewijs Deel II bestaat uit twee bladzijden op A5-formaat waarvan de gewone zwarte opdruk de volgende vermeldingen bevat :

1° op de eerste bladzijde :

a) dezelfde vermeldingen als bedoeld in § 2, 1°, a), b), d) tot g), i) en m) van dit besluit;

b) een vermelding dat het kentekenbewijs Deel II apart dient te worden bewaard van Deel I, niet in het voertuig;

c) de vermelding ″kentekenbewijs Deel II″ in grote letters; deze vermelding wordt eveneens in kleine letters aangebracht in de officiële talen van de Europese Unie;

d) algemene inlichtingen bestemd voor de tenaamgestelde van het kentekenbewijs.

2° op de tweede bladzijde : dezelfde vermeldingen als bedoeld in § 2, 2°, a), b) en c).

§ 4. Het kentekenbewijs dat wordt afgegeven bij een inschrijving ″proefritten″, ″handelaar″ of “beroep” heeft dezelfde kenmerken als het kentekenbewijs vermeld in § 1 van dit artikel.

§ 5. Het kentekenbewijs Deel I dat wordt afgegeven bij een inschrijving ″proefritten″, ″handelaar″ of “beroep” bestaat uit twee bladzijden op A5-formaat waarvan de gewone zwarte opdruk de volgende vermeldingen bevat :

1° op de eerste bladzijde :

dezelfde vermeldingen als bedoeld in § 2, 1°, a) tot d), f) tot h), j), l) en m) van dit besluit, met uitsluiting evenwel van deze gegevens vermeld onder m) die zijn bedoeld in artikel 9, 3° en 5°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen. Bovendien vermelden ze de specifieke inschrijvingsgegevens waarop het kentekenbewijs betrekking heeft, met name de gegevens bedoeld in artikel 7, 1° en 11°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.

2° op de tweede bladzijde :

dezelfde vermeldingen als bedoeld in § 2, 2°, a) en b) van dit besluit.

Bovendien vermelden ze :

a) de cilinderinhoud of, naargelang het geval, de technische toelaatbare maximummassa, en dit enkel voor de inschrijving ″handelaar″ en de inschrijving “beroep”;

b) de aard en de datum van toekenning van de kentekenplaat;

c) de uiterste geldigheidsdatum van de inschrijving ″proefritten″, ″handelaar″ of “beroep”.

§ 6. Het kentekenbewijs Deel II dat wordt afgegeven bij een inschrijving ″proefritten″, ″handelaar″ of “beroep” bestaat uit twee bladzijden op A5-formaat waarvan de gewone zwarte opdruk de volgende vermeldingen bevat :

1° op de eerste bladzijde : dezelfde vermeldingen als bedoeld in § 2, 1° a), b), d), f) en g), van dit besluit.

Bovendien vermelden ze :

a) de woorden “kentekenbewijs Deel II” in grote letters; deze vermelding wordt tevens in kleine letters aangebracht in de officiële talen van de Europese Unie;

b) de zin “het kentekenbewijs Deel II dient apart te worden bewaard, buiten het voertuig”;

c) de specifieke inschrijvingsgegevens waarop het kentekenbewijs betrekking heeft, met name de gegevens bedoeld in artikel 7, 1° en 11°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen;

d) algemene inlichtingen bestemd voor de tenaamgestelde van het kentekenbewijs.

2° dezelfde vermeldingen als bedoeld in § 2, 2°, a) en b) van dit besluit.

Bovendien vermelden ze :

a) de cilinderinhoud of, naargelang het geval, de technische toelaatbare maximummassa, en dit enkel voor de inschrijving ″handelaar″en inschrijving “beroep”;

b) de aard en de datum van toekenning van de kentekenplaat;

c) de uiterste geldigheidsdatum voor de inschrijving “proefritten”, “handelaar” of “beroep”.

§ 7. Het kentekenbewijs dat wordt afgegeven bij een inschrijving “nationaal” heeft dezelfde kenmerken als het kentekenbewijs vermeld in § 1 van dit artikel. Dit kentekenbewijs bestaat uit één bladzijde op A5-formaat waarvan de gewone zwarte opdruk de volgende vermeldingen bevat :

a) het inschrijvingsnummer;

b) het voertuigidentificatienummer;

c) het merk of als het merk onbekend is, de naam van de constructeur;

d) de datum van afgifte van het kentekenbewijs;

e) de geldigheidsdatum van twintig opeenvolgende kalenderdagen;

f) de persoonsgegevens waarop dit kentekenbewijs betrekking heeft, voorafgegaan door de bijhorende geharmoniseerde communautaire codes :

  • als de tenaamgestelde van het kentekenbewijs een natuurlijke persoon is, de gegevens van artikel 8, 1° van het voornoemde koninklijk besluit van 20 juli 2001, met uitsluiting evenwel van de geboortedatum, en de gegevens van artikel 8, 2° of 3° van hetzelfde koninklijk besluit op de datum van afgifte van het kentekenbewijs;
  • als de tenaamgestelde een rechtspersoon is, de gegevens van artikel 9, 1°, 2° en 4°, van hetzelfde koninklijk besluit, evenals de gegevens van artikel 9, 3° van hetzelfde koninklijk besluit op de datum van afgifte van het kentekenbewijs;

g) “Dit bewijs heeft betrekking op een tijdelijke inschrijving van korte duur. Bijgevolg kan het niet worden gebruikt om een gewone inschrijving uit te voeren. Een voertuig met dit bewijs mag enkel op Belgisch grondgebied rijden.

This certificate is linked to a temporary short-term registration.

Therefore, it cannot be used to carry out an ordinary registration. A vehicle carrying this certificate can only be driven on Belgian territory”.

HOOFDSTUK III. — Kentekenplaten voor auto’s en aanhangwagens

Afdeling 1. — Algemene bepalingen

Art. 3. §1. De kentekenplaten van de auto’s en de aanhangwagens bestaan uit een metalen plaat met een opschrift, het Europese symbool, een reliëfstempel en verschillende veiligheidselementen.

De hoeken van de plaat zijn afgerond. Over gans de omtrek van de kentekenplaat loopt een afgeronde boord.

De achtergrond van de kentekenplaat is retroreflecterend.

§ 2. De kentekenplaten hebben de volgende afmetingen :

  • 520 millimeter breed en 110 millimeter hoog, hierna ″rechthoekige kentekenplaat″ genoemd;
  • 340 millimeter breed en 210 millimeter hoog, hierna ″vierkante kentekenplaat″ genoemd.

De keuze tussen beide formaten van kentekenplaten met voormelde afmetingen dient overeen te komen met de plaats voor de montage van de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig. De boord is 5 millimeter breed. Het opschrift, de stempel en de boord zijn in een reliëf van minimaal 1 millimeter ten opzichte van de achtergrond van de kentekenplaat. Het opschrift bestaat uit rechte, genormeerde schrifttekens waarvan de vorm en de afmetingen in bijlage 1 worden bepaald.

Voor wat betreft de rechthoekige kentekenplaat, staat een scheidingsstreepje tussen de combinatie van drie letters en drie cijfers of van drie cijfers en drie letters.

§ 3. Voor wat betreft de rechthoekige kentekenplaat, bevat het Europese symbool een blauwe rechthoekige zone die tegen de linker en de onderste boord van de kentekenplaat ligt. Die blauwe zone is minimaal van 98 tot 100 millimeter hoog en van 40 tot 50 millimeter breed en vertoont onderaan een witte letter ″B″ als onderscheidingsteken van het land, met daarboven een cirkel van twaalf vijfpuntige, gele sterren. De achtergrond, de sterren en het onderscheidingsteken van het land zijn retroreflecterend.

Voor wat betreft de vierkante kentekenplaat, bevat het Europese symbool een blauwe rechthoekige zone die op een afstand van 2 tot 5 millimeter van de linker en de onderste boord van de kentekenplaat ligt. Die blauwe zone is 100 millimeter hoog en van 40 tot 50 millimeter breed en vertoont onderaan een witte letter ″B″ als onderscheidingsteken van het land, met daarboven een cirkel van twaalf vijfpuntige, gele sterren. De achtergrond, de sterren en het onderscheidingsteken van het land zijn retroreflecterend.

§ 4. De reliëfstempel is ovaal van vorm, bevat de gestileerde letters ″C″ en ″V″ en heeft dezelfde kleur als de boord van de kentekenplaat.

Hij is van 21 tot 22 millimeter hoog en van 13 tot 14 millimeter breed.

§ 5. Mits voorafgaande goedkeuring door de directie verantwoordelijk voor de inschrijving van voertuigen bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, mag een kentekenplaat met de afmetingen van een motorfietskentekenplaat op het voertuig worden aangebracht, op voorwaarde dat de door de constructeur van het voertuig oorspronkelijk voorziene plaats voor het aanbrengen van een kentekenplaat te klein is voor een rechthoekige of vierkante kentekenplaat. De regels inzake de aanvraag en de keuringsvereisten van een dergelijke kentekenplaat worden bepaald door de leidend ambtenaar of diens gemachtigde. Met betrekking tot het opschrift, het Europese symbool en de reliëfstempel van de kentekenplaat met de afmetingen van een motorfietskentekenplaat, zijn de voorschriften van hoofdstuk IV van toepassing.

§ 6. De minimale retroreflectiecoëfficiënten, de kleurcoördinaten van de retroreflecterende film, de chromatische waarden van de kleuren van de karakters en de boord moeten overeenstemmen met de tabellen 1, 2 en 3 van bijlage 3 van dit besluit.

Afdeling II. — Gewone en bijkomende kentekenplaten

Art. 4. §1. De gewone kentekenplaat heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn robijnrood (RAL 3003).

Het opschrift bestaat uit:

1° voor wat betreft de rechthoekige kentekenplaat, een (index)letter of -cijfer, gevolgd door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn van de kentekenplaat en een combinatie van hetzij drie letters gevolgd door drie cijfers, hetzij drie cijfers gevolgd door drie letters. De letters worden eveneens van de cijfers gescheiden door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn.

In geval van uitputting van deze reeksen wordt de (index)letter of het (index)cijfer achteraan geplaatst, voorafgegaan door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn van de kentekenplaat en een combinatie van hetzij drie letters gevolgd door drie cijfers, hetzij drie cijfers gevolgd door drie letters. De letters worden eveneens van de cijfers gescheiden door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn.

2° voor wat betreft de vierkante kentekenplaat, een (index)letter of -cijfer, gevolgd door een scheidingsstreepje en een groep van maximaal drie letters of cijfers boven een groep van maximaal vier letters of cijfers; de groepen tezamen genomen bestaan uitsluitend uit combinaties zoals voorzien in 1°, zonder scheidingsstreepje.

§ 1er/1. In afwijking van voorgaande paragraaf voldoet het opschrift van de kentekenplaten waarvan het inschrijvingsnummer is gereserveerd overeenkomstig artikel 23 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen aan de volgende voorwaarden:

1° de letters en de cijfers worden gescheiden door een scheidingsstreepje. Een scheidingsstreepje kan eveneens letters of groepen van letters scheiden, alsook cijfers of groepen van cijfers;

2° het opschrift bestaat uit maximaal 8 schrifttekens, waarbij het scheidingsstreepje eveneens als een schriftteken wordt beschouwd;

3° het opschrift mag niet uitsluitend uit cijfers bestaan;

4° het opschrift mag geen verwarring veroorzaken met het opschrift van andere kentekenplaten, in het bijzonder van de kentekenplaten bedoeld in de artikelen 4, § 2, eerste lid, §§ 4 en 5, 5, 6, 7, 9, 12, 13, 14, 16 en 19;

5° het opschrift mag niet beginnen of eindigen met een scheidingsstreepje;

6° de reliëfstempel gaat het opschrift vooraf.

§ 2. Behalve wanneer de kentekenplaat is gereserveerd overeenkomstig artikel 23 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, kunnen kentekenplaten met (index)letter “O” worden afgegeven bij de inschrijving of herinschrijving van de voertuigen die sedert meer dan dertig jaar in gebruik zijn genomen. De voertuigen die sedert meer dan vijfentwintig jaar, maar minder dan dertig jaar in gebruik zijn genomen en die al ingeschreven zijn onder de in dit lid bedoelde kentekenplaat met (index)letter “O”, mogen evenwel onder deze kentekenplaat met (index)letter “O” ingeschreven blijven of worden heringeschreven, op voorwaarde dat deze voertuigen op naam van dezelfde titularis ingeschreven blijven of worden heringeschreven.

Als de kentekenplaat is gereserveerd overeenkomstig artikel 23 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen wordt, bij de inschrijving of herinschrijving van de voertuigen bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf, een rood vignet dat 26 millimeter breed en 26 millimeter hoog is, voorafgaand aan het inschrijvingsnummer aangebracht onder de reliëfstempel. Dit vignet bevat de vermelding ″Oldtimer″ en moet aan de eisen, vermeld in bijlage 4 van dit besluit, voldoen.

§ 3. Behalve wanneer de kentekenplaat is gereserveerd overeenkomstig artikel 23 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, worden de kentekenplaten met (index)letter ″Q″ afgegeven bij de inschrijving of herinschrijving van aanhangwagens.

§ 4. De kentekenplaten met (index)letter ″T″ worden afgegeven bij de inschrijving of herinschrijving van personenvoertuigen die worden aangewend hetzij voor een vergunde taxidienst, hetzij uitsluitend voor de verhuring met bestuurder overeenkomstig artikel 15, § 2, 2°, van het koninklijk besluit van 8 juli 1970 houdende algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen. Voor de categorie “vergunde taxidienst” begint de groep letters met een ″X″ en voor de categorie “verhuring met bestuurder” begint de groep letters met een ″L″.

Zodra het personenvoertuig niet langer voldoet aan de in het voorgaande lid bepaalde voorwaarden, dient de kentekenplaat te worden ingeleverd bij de directie verantwoordelijk voor de inschrijving van voertuigen bij het directoraat-generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid.

§ 5. Voor de bijkomende kentekenplaten met een bijzonder opschrift worden de letters en de cijfers als volgt gecombineerd:

1° de ″Hof″-kentekenplaten: uitsluitend één tot drie cijfers;

2° de ″A″- ″E″- of ″P″-kentekenplaten: de letter ″A″, ″E″ of ″P″ wordt gevolgd door een scheidingsstreepje en één tot drie cijfers”.

Afdeling III. — Tijdelijke kentekenplaten

Onderafdeling 1. — Tijdelijke kentekenplaten van korte duur

Art. 5. §1. De tijdelijke kentekenplaten van korte duur bedoeld in artikel 20, § 1, 3° en 3/1°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen hebben een verkeersrode achtergrond (RAL 3020). Het opschrift en de boord zijn wit.

Het opschrift bestaat uit :

1° voor wat betreft de ″rechthoekige kentekenplaat″, een groep van twee letters gevolgd door de laatste twee cijfers van het jaartal, gevolgd door drie letters. De cijfers worden gescheiden van de letters door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn van de kentekenplaat;

2° voor wat betreft de ″vierkante kentekenplaat″, een groep van twee letters gevolgd door een scheidingsstreepje en de laatste twee cijfers van het jaartal, boven een groep van drie letters.

§ 2. Twee vignetten worden op de kentekenplaat aangebracht en moeten aan de eisen, vermeld in bijlage 4 van dit besluit, voldoen. Deze vignetten vermelden de maand op het onderste vignet en de dag op het bovenste vignet. Deze vignetten, in combinatie met het jaartal vermeld op de kentekenplaat, geven de uiterste geldigheidsdatum van de inschrijving weer.

§ 3. De transit-kentekenplaten zijn voorzien van een rood vignet; de voorlopige kentekenplaten hebben een blauw vignet.

§ 4. De verschillende tijdelijke kentekenplaten van korte duur vertonen de volgende bijzondere kenmerken :

1° de kentekenplaat van korte duur voor tijdelijk verblijf ″auto″ : de eerste letter ″W″ wordt gevolgd door een tweede letter met uitsluiting van de letters ″M″, ″Q″ en ″S″;

2° de kentekenplaat van korte duur voor tijdelijk verblijf ″aanhangwagen″ : de eerste letter ″W″ wordt gevolgd door de letter ″Q″;

3° de kentekenplaat van korte duur voor export ″auto″ : de eerste letter ″X″ wordt gevolgd door een tweede letter met uitsluiting van de letters ″M″, ″Q″ en ″S″;

4° de kentekenplaat van korte duur voor export ″aanhangwagen″ : de eerste letter ″X″ wordt gevolgd door de letter ″Q″.

Onderafdeling 2. — Tijdelijke kentekenplaten van lange duur

Art. 6. §1. De tijdelijke kentekenplaat van lange duur, ″internationale kentekenplaat″ genoemd, die bedoeld wordt in artikel 20, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn robijnrood (RAL 3003).

Wat het opschrift betreft, zijn de bepalingen van artikel 4, § 1, punten 1° en 2°, van dit besluit van toepassing.

§ 2. Bij het verstrijken van de geldigheid van de tijdelijke kentekenplaat van lange duur mag het opschrift niet worden behouden voor de inschrijving onder een gewone kentekenplaat.

Afdeling IV. — Diplomatieke kentekenplaten

Art. 7. De ″CD″-kentekenplaat heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn robijnrood (RAL 3003).

Het opschrift bestaat uit :

1° voor wat betreft de rechthoekige kentekenplaat, een combinatie van de letters ″CD″, gevolgd door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn van de kentekenplaat, twee letters gevolgd door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn van de kentekenplaat en drie cijfers;

2° voor wat betreft de vierkante kentekenplaat, een combinatie van de letters ″CD″, gevolgd door een scheidingsstreepje en een groep van twee letters boven een groep van drie cijfers.

Afdeling V. — Commerciële kentekenplaten

Art. 8. §1. De achtergrond van de proefrittenplaat, de handelaarsplaat en de beroepsplaat is een witte achtergrond.

De proefrittenplaat, de handelaarsplaat en de beroepsplaat beschikken over een mosgroene boord en een mosgroen opschrift (RAL 6005).

Het opschrift bestaat uit :

1° voor wat betreft de rechthoekige kentekenplaat, een letter, gevolgd door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn van de kentekenplaat en een combinatie van drie letters gevolgd door drie cijfers;

2° voor wat betreft de vierkante kentekenplaat, een letter, gevolgd door een scheidingsstreepje en een groep van drie letters boven een groep van drie cijfers; de groepen tezamen genomen bestaan uitsluitend uit combinaties zoals voorzien in 1°, zonder scheidingsstreepje.

§ 2. Tussen de groep van drie letters en drie cijfers wordt een vignet aangebracht. Dit vignet moet aan de eisen, vermeld in bijlage 5 van dit besluit, voldoen.

§ 3. De verschillende soorten commerciële kentekenplaten vertonen de volgende bijzondere kenmerken :

1° de proefrittenplaat : de eerste letter, bedoeld in punten 1° en 2° van lid 3 van paragraaf 1 van dit artikel, is de letter “Y”, gevolgd door een combinatie van drie letters waarvan de eerste letter niet de letter “M” of “S” mag zijn;

2° de handelaarsplaat : de eerste letter Z wordt gevolgd door een combinatie van drie letters waarvan de eerste letter niet de letter “M” of “S” mag zijn;

3° de beroepsplaat : de eerste letter “V” wordt gevolgd door een combinatie van drie letters waarvan de eerste letter niet de letter “M” of “S” mag zijn.

Afdeling VI. — Kentekenplaten voor land- of bosbouwtrekkers

Art. 9. §1. De kentekenplaten ″G″ worden afgegeven bij de inschrijving of herinschrijving van de voertuigen, vermeld in artikel 1, § 2, 59°, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, aan personen die in het bijzonder voor deze voertuigen de vrijstelling van accijnzen op brandstof vragen krachtens artikel 429, § § 2, i en 3, b, van de programmawet van 27 december 2004.

§ 2. Voor wat betreft de rechthoekige kentekenplaat, wordt de letter ″G″ gevolgd door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn van de kentekenplaat, de letter ″L″ en een combinatie van twee letters gevolgd door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn van de kentekenplaat en een combinatie van drie cijfers;

Voor wat betreft de vierkante kentekenplaat, wordt de letter ″G″ gevolgd door een scheidingsstreepje, de letter ″L″ en een combinatie van twee letters, boven een groep van drie cijfers.

§ 3. De kentekenplaten bedoeld in § § 1 en 2 hebben een rode achtergrond (RAL 3020). Het opschrift en de boord zijn wit.

§ 4. Als de persoon niet langer beschikt over de vrijstelling bedoeld in § 1, dient de ″G″ kentekenplaat te worden ingeleverd bij de directie verantwoordelijk voor de inschrijving van voertuigen bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.

Afdeling VII. — Nationale kentekenplaten

Art. 10. §1. De nationale kentekenplaat heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn mosgroen (RAL 6005).

Het opschrift bestaat uit :

1° voor wat betreft de rechthoekige kentekenplaat, twee letters gevolgd door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn van de kentekenplaat, een combinatie van twee cijfers die overstemmen met het jaar van geldigheid, en een combinatie van drie letters;

2° voor wat betreft de vierkante kentekenplaat, twee letters gevolgd door een scheidingsstreepje en een groep van twee cijfers boven een groep van drie letters; de groepen tezamen genomen bestaan uitsluitend uit combinaties zoals voorzien in punt 1°, zonder scheidingsstreepje.

§ 2. Tussen de groep van twee cijfers en drie letters, worden twee vignetten aangebracht. De dag en de maand betreffende het einde van de geldigheidsperiode worden op deze vignetten vermeld. De maand wordt op het onderste vignet vermeld. De dag wordt op het bovenste vignet vermeld. Deze vignetten, in combinatie met het jaartal vermeld op de kentekenplaat, geven de uiterste geldigheidsdatum van de inschrijving weer.

Deze vignetten zijn groen en moeten aan de eisen, vermeld in bijlage 4 van dit besluit, voldoen.

§ 3. De verschillende soorten nationale kentekenplaten vertonen de volgende bijzondere kenmerken :

  • de nationale plaat “auto” 1° en de nationale plaat “aanhangwagen” : de eerste letter, bedoeld in punten 1° en 2° van lid 2 van paragraaf 1 van dit artikel, is de letter “U”, gevolgd door een tweede letter.

HOOFDSTUK IV. — Kentekenplaten voor motorfietsen, motordrie- en -vierwielers

Afdeling 1. — Algemene bepalingen

Art. 11. §1. De kentekenplaten van de motorfietsen, motordrie- en -vierwielers, ″motorfietskentekenplaten″ genoemd, bestaan uit een metalen plaat met een opschrift, het Europese symbool, een reliëfstempel en veiligheidselementen. De hoeken van de plaat zijn afgerond. Over gans de omtrek van de kentekenplaat loopt een boord. De achtergrond van de kentekenplaat is retroreflecterend.

§ 2. De kentekenplaten zijn 210 millimeter breed en 140 mm hoog. De boord is 5 millimeter breed.

Het opschrift, de stempel en de boord zijn in een reliëf van minimaal 1 millimeter ten opzichte van de achtergrond van de kentekenplaat.

Het opschrift bestaat uit rechte, genormeerde, schrifttekens waarvan de vorm en de afmetingen in bijlage 2 worden bepaald.

§ 3. De reliëfstempel is ovaal van vorm en bevat de gestileerde letters ″C″ en ″V″. Hij is 16 tot 17 millimeter hoog en 10 tot 11 millimeter breed.

§ 4. Het Europese symbool bevat een blauwe rechthoekige zone waarvan de onder- en de linkerzijde op 1 tot 3 millimeter van de linker en de onderste boord van de kentekenplaat liggen.

Die blauwe zone is 62 millimeter hoog en 31 millimeter breed en vertoont onderaan een witte letter ″B″ als onderscheidingsteken van het land, met daarboven een cirkel van twaalf vijfpuntige, gele sterren. De achtergrond, de sterren en het onderscheidingsteken van het land zijn retroreflecterend.

Afdeling II. — Gewone kentekenplaten

Art. 12. §1. De gewone kentekenplaat heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn robijnrood (RAL 3003).

§ 2. Behalve wanneer de kentekenplaat is gereserveerd overeenkomstig artikel 23 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, bestaat het opschrift uit (index) letter ″M″ gevolgd door een scheidingsstreepje en een groep van drie letters boven een groep van drie cijfers of een groep van drie cijfers boven een groep van drie letters § 3. Behalve wanneer de kentekenplaat is gereserveerd overeenkomstig artikel 23 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, worden de kentekenplaten met (index) letter ″O″ afgegeven bij de inschrijving of herinschrijving van de voertuigen vermeld in artikel 2, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen. De letterreeksen beginnen met een ″M″.

Als een kentekenplaat is gereserveerd overeenkomstig artikel 23 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen wordt, bij de inschrijving of herinschrijving van de voertuigen bedoeld in het eerste lid, een rood vignet van 26 millimeter breed en 26 millimeter hoog aangebracht voor het inschrijvingsnummer en onder de reliëfstempel. Dit vignet bevat de vermelding ″Oldtimer″ en moet aan de eisen, vermeld in bijlage 4 van dit besluit, voldoen.

§ 4. Voor de bijkomende kentekenplaten met een bijzonder opschrift worden de letters en cijfers als volgt gecombineerd :

1° de ″Hof″-kentekenplaten : uitsluitend één tot drie cijfers;

2° de ″A″-, ″E″- of ″P″-kentekenplaten : de letter ″A″, ″E″ of ″P″ wordt gevolgd door een scheidingsstreepje en één tot drie cijfers.

Afdeling III. — Tijdelijke kentekenplaten

Onderafdeling 1. — Tijdelijke kentekenplaten van korte duur

Art. 13. §1. De tijdelijke kentekenplaten van korte duur bedoeld in artikel 20, § 1, 3° en 3/1°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen hebben een verkeersrode achtergrond (RAL 3020). Het opschrift en de boord zijn wit.

Het opschrift bestaat uit een groep van twee letters gevolgd door een scheidingsstreepje en de laatste twee cijfers van het jaartal, boven een groep van drie letters.

§ 2. Twee vignetten worden op de kentekenplaat aangebracht en moeten aan de eisen, vermeld in bijlage 4 van dit besluit, voldoen. Deze vignetten vermelden de maand op het onderste vignet en de dag op het bovenste vignet. Deze vignetten, in combinatie met het jaartal vermeld op de kentekenplaat, geven de uiterste geldigheidsdatum van de inschrijving weer.

§ 3. De transit-kentekenplaten zijn voorzien van een rood vignet; de voorlopige kentekenplaten hebben een blauw vignet.

§ 4. De verschillende soorten tijdelijke kentekenplaten van korte duur vertonen de volgende bijzondere kenmerken :

1° de kentekenplaat van korte duur voor tijdelijk verblijf : de eerste letter ″W″ wordt gevolgd door de letter ″M″;

2° de kentekenplaat van korte duur voor export : de eerste letter ″X″ wordt gevolgd door de letter ″M″.

Onderafdeling 2. — Tijdelijke kentekenplaten van lange duur

Art. 14. §1. De tijdelijke kentekenplaat van lange duur, hierna de internationale kentekenplaat genoemd, heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn robijnrood (RAL 3003).

Wat het opschrift betreft, zijn de bepalingen van artikel 12, § 2, van dit besluit van toepassing.

§ 2. Bij het verstrijken van de geldigheid van de tijdelijke kentekenplaat van lange duur mag het opschrift niet worden behouden voor een inschrijving onder een gewone kentekenplaat.

Afdeling IV. — Diplomatieke kentekenplaten

Art. 15. De ″CD″-kentekenplaat heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn robijnrood (RAL 3003).

Het opschrift bestaat uit een combinatie van de letters ″CD″, gevolgd door een scheidingsstreepje en een groep van twee letters boven een groep van drie cijfers. De groep van letters begint met de letter ″M″.

Afdeling V. — Commerciële kentekenplaten

Art. 16. §1. De commerciële kentekenplaat, de handelaarsplaat, de proefrittenplaat en de beroepsplaat hebben een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn mosgroen (RAL 6005). Het opschrift bestaat uit een (index)letter gevolgd door een scheidingsstreepje en een groep van drie letters boven een groep van drie cijfers.

§ 2. Boven het Europese symbool wordt een vignet aangebracht zoals bedoeld in artikel 8, § 2.

§ 3. De verschillende soorten commerciële kentekenplaten vertonen de volgende bijzondere kenmerken :

1. de proefrittenplaat : de eerste letter “Y” wordt gevolgd door een groep van drie letters waarvan de eerste letter “M” is;

2. de handelaarsplaat : de eerste letter “Z” gevolgd door een groep van drie letters waarvan de eerste letter “M” is;

3. de beroepsplaat : de eerste letter is de letter “V” gevolgd door een groep van drie letters waarvan de eerste letter “M” is.

Afdeling VI. — Nationale kentekenplaten

Art. 17. §1. De nationale kentekenplaat heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn mosgroen (RAL 6005).

Het opschrift bestaat uit een groep van twee letters gevolgd door een scheidingsstreepje, gevolgd door de twee laatste cijfers van het jaartal boven een groep van drie letters.

§ 2. Rechts van het Europese symbool worden twee vignetten aangebracht. De dag en de maand betreffende het einde van de geldigheidsperiode worden op deze vignetten vermeld. De maand wordt op het onderste vignet vermeld. De dag wordt op het bovenste vignet vermeld. Deze vignetten, in combinatie met het jaartal vermeld op de kentekenplaat, geven de uiterste geldigheidsdatum van de inschrijving weer.

Deze vignetten zijn groen en moeten aan de eisen, vermeld in bijlage 4 van dit besluit, voldoen.

§ 3. De nationale kentekenplaat vertoont de volgende bijzondere kenmerken : de eerste letter “U” wordt gevolgd door een tweede letter.

HOOFDSTUK V. — Kentekenplaten voor bromfietsen en lichte vierwielers

Afdeling 1. — Algemene bepalingen

Art. 18. §1. De kentekenplaten van de bromfietsen en lichte vierwielers bestaan uit een metalen plaat met een opschrift, het Europese symbool, een reliëfstempel en verschillende veiligheidselementen.

De hoeken van de plaat zijn afgerond. Over gans de omtrek van de kentekenplaat loopt een boord.

De achtergrond van de kentekenplaat is retroreflecterend.

§ 2. De kentekenplaten voor bromfietsen en lichte vierwielers zijn 100 millimeter breed en 120 mm hoog. De boord is 5 millimeter breed.

Het opschrift, de stempel en de boord zijn in een reliëf van minimaal 1 millimeter ten opzichte van de achtergrond van de kentekenplaat.

Het opschrift bestaat uit rechte, genormeerde schrifttekens waarvan de vorm en de afmetingen in bijlage 2bis worden bepaald.

Het Europese symbool bevat een blauwe rechthoekige zone waarvan de linker- en de onderzijde respectievelijk op 4 tot 5 millimeter liggen van de linker boord en 7 tot 9 millimeter van de onderste boord van de kentekenplaat.

Die blauwe zone is 35 millimeter hoog en 18 millimeter breed en vertoont onderaan een witte letter ″B″ als onderscheidingsteken van het land, met daarboven een cirkel van twaalf vijfpuntige, gele sterren. De achtergrond, de sterren en het onderscheidingsteken van het land zijn retroreflecterend.

De reliëfstempel is ovaal van vorm en bevat de gestileerde letters ″C″ en ″V″. Hij is 16 tot 17 millimeter hoog en 10 tot 11 millimeter breed.

Afdeling II. — Gewone en bijkomende kentekenplaten

Art. 19. §1. De gewone kentekenplaat heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn robijnrood (RAL 3003).

§ 2. Voor de bromfietsen bestaat het opschrift uit de (index)letter ″S″ gevolgd door hetzij een groep van drie letters boven een groep van drie cijfers, hetzij een groep van drie cijfers boven een groep van drie letters. De letterreeksen beginnen met de letter ″A″ voor de bromfietsen van klasse A, met de letter ″B″ voor de bromfietsen van klasse B en met de letter ″P″ voor een ″speedpedelec″ als bedoeld in artikel 2.17, 3), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Voor de lichte vierwielers bestaat het opschrift uit de (index)letter ″S″ gevolgd door hetzij een groep van drie letters boven een groep van drie cijfers, hetzij een groep van drie cijfers boven een groep van drie letters. De letterreeksen beginnen met de letter ″U″.

§ 3. De kentekenplaten waarvan het opschrift begint met de (index) letter ″O″ gevolgd door een scheidingsstreepje, worden afgegeven bij de inschrijving of herinschrijving van de voertuigen vermeld in artikel 2, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen.

Voor de bromfietsen beginnen de letterreeksen met de letter “S” gevolgd door de letter ″A″ voor de bromfietsen van klasse A, met de letter ″B″ voor de bromfietsen van klasse B en met de letter ″P″ voor een ″speedpedelec″ als bedoeld in artikel 2.17, 3), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Voor de lichte vierwielers beginnen de letterreeksen met de letters ″SU″.

§ 4. Voor de bijkomende kentekenplaten met een bijzonder opschrift worden de letters en cijfers als volgt gecombineerd :

1° de ″Hof″-kentekenplaten : uitsluitend één tot drie cijfers;

2° de ″A″-, ″E″- of ″P″-kentekenplaten : de letter ″A″, ″E″ of ″P″ wordt gevolgd door een scheidingsstreepje en één tot drie cijfers.

Afdeling III. — Tijdelijke kentekenplaten

Onderafdeling 1. — Tijdelijke kentekenplaten van lange duur

Art. 20. §1. De tijdelijke kentekenplaat van lange duur, hierna de internationale kentekenplaat genoemd, heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn robijnrood (RAL 3003).

§ 2. Wat het opschrift betreft, zijn de bepalingen van artikel 19, § 2, van dit besluit van toepassing.

Onderafdeling 2. — Tijdelijke kentekenplaten van korte duur

Art. 21. §1. De tijdelijke kentekenplaten van korte duur hebben een verkeersrode achtergrond (RAL 3020). Het opschrift en de boord zijn wit.

Voor de bromfietsen bestaat het opschrift uit twee letters gevolgd door de laatste twee cijfers van het jaartal, boven een groep van drie letters. De tweede letterreeks begint met de letter ″A″ voor de bromfietsen van klasse A, met de letter ″B″ voor de bromfietsen van klasse B en met de letter ″P″ voor een ″speedpedelec″ als bedoeld in artikel 2.17, 3), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Voor de lichte vierwielers bestaat het opschrift uit een groep van twee letters gevolgd door de laatste twee cijfers van het jaartal, boven drie letters. De tweede letterreeks begint met de letter ″U″.

§ 2. Twee vierkante vignetten worden op de kentekenplaat aangebracht en moeten aan de eisen, vermeld in bijlage 4 van dit besluit, voldoen. Deze vignetten vermelden de maand op het rechter vignet en de dag op het linker vignet. Deze vignetten, in combinatie met het jaartal vermeld op de kentekenplaat, geven de uiterste geldigheidsdatum van de inschrijving weer.

§ 3. De transit-kentekenplaten zijn voorzien van een rood vignet; voorlopige kentekenplaten hebben een blauw vignet.

§ 4. De kentekenplaat van korte duur voor tijdelijk verblijf en voor export beginnen met de letter ″W″, gevolgd door de letter ″S″.

Afdeling IV. — Commerciële kentekenplaten

Art. 22. §1. De commerciële kentekenplaat heeft een witte achtergrond.

Het opschrift en de boord zijn mosgroen (RAL 6005). Het opschrift bestaat uit een letter gevolgd door hetzij een groep van drie letters boven een groep van drie cijfers, hetzij een groep van drie cijfers boven een groep van drie letters.

§ 2. Boven het Europese symbool wordt een vignet aangebracht zoals bedoeld in artikel 8, § 2.

§ 3. De verschillende soorten commerciële kentekenplaten vertonen de volgende bijzondere kenmerken :

1. de proefrittenplaat ″bromfiets″ : de eerste letter is de letter “Y” gevolgd door een groep van drie letters waarvan de eerste letter de letter “S” is;

2. de handelaarsplaat ″bromfiets″ : de eerste letter is de letter “Z” gevolgd door een groep van drie letters waarvan de eerste letter de letter “S” is;

3. de beroepsplaat “bromfiets” : de eerste letter is de letter “V” gevolgd door een groep van drie letters waarvan de eerste letter de letter “S” is.

Afdeling V. — Nationale kentekenplaten

Art. 23. §1. De nationale kentekenplaat heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn mosgroen (RAL 6005).

Het opschrift bestaat uit een groep van twee letters gevolgd door een scheidingsstreepje en de twee laatste cijfers van het jaartal, gevolgd door de twee laatste cijfers van het jaartal boven een groep van drie letters.

§ 2. Twee vignetten worden aangebracht aan weerszijden van de reliëfstempel. De dag en de maand betreffende het einde van de geldigheidsperiode worden op deze vignetten vermeld. De maand wordt op het rechter vignet vermeld. De dag wordt op het linker vignet vermeld. Deze vignetten, in combinatie met het jaartal vermeld op de kentekenplaat, geven de uiterste geldigheidsdatum van de inschrijving weer.

Deze vignetten zijn groen en moeten aan de eisen, vermeld in bijlage 4 van dit besluit, voldoen.

§ 3. De nationale kentekenplaat vertoont de volgende bijzondere kenmerken : de eerste letter is de letter “U” gevolgd door een tweede letter.

HOOFDSTUK VI. — Reproductie van kentekenplaten

Art. 24. §1. De afmetingen, de vorm, de kleur, het opschrift en het schriftbeeld van de reproductie zijn nagenoeg identiek aan de kenmerken van de overeenstemmende kentekenplaat met hetzelfde nummer.

De reproductie mag geen ander opschrift bevatten dan het kenteken van de overeenstemmende kentekenplaat.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 bestaat er wat betreft de reproductie van de kentekenplaat met afmetingen zoals bepaald in artikel 3, § 2 die voldoet aan de bepalingen van dit besluit, de keuze tussen de afmetingen zoals bepaald in voornoemd artikel. Wat betreft de reproductie van de kentekenplaat met afmetingen zoals bepaald in artikel 3, § 5, bestaat de keuze tussen de afmetingen bepaald in de artikelen 3, § 2 en 3, § 5 op voorwaarde dat de door de constructeur van het voertuig oorspronkelijk voorziene plaats voor het aanbrengen van een reproductie te klein is voor een reproductie met de afmetingen bepaald in artikel 3, § 2.

§ 3. In afwijking van paragraaf 1 mag de kentekenplaat die niet voldoet aan de bepalingen van dit besluit eveneens worden gereproduceerd met de afmetingen en de vorm zoals bepaald in artikel 3, § 2, eerste punt, en het schriftbeeld en het Europese symbool zoals bepaald in artikel 3, paragrafen 2 en 3.

§ 4. De reproductie van de kentekenplaat die voldoet aan de bepalingen van dit besluit dient eveneens te voldoen aan de volgende vereisten :

1° de reproductie is vervaardigd uit één enkele aluminiumplaat van het type EN 1050A of 1200/H42, conform de norm EN-485 en met een dikte tussen 0,95 en 1,25 millimeter, of uit een acrylaatplaat van minimum 3 millimeter. De hoeken van de platen zijn afgerond : de straal van deze afrondingen bedraagt 10 + 2 millimeter.

Elke hoek van de plaat bevat een gat met een diameter van 6 mm en met het middelpunt op 12 mm van de buitenranden van de plaat voor de reproducties van de kentekenplaten bedoeld in hoofdstuk III, en met een diameter van 5 mm en met het middelpunt op 9 mm van de buitenranden van de plaat voor de reproducties van de kentekenplaten bedoeld in hoofdstuk IV;

2° de dragende plaat dient achteraan voorzien te zijn van een identificatieteken van de plaatfabrikant;

3° de reproductie is voorzien van een retroreflecterende film van klasse 1, rechtstreeks gelamineerd of vastgehecht op de totale oppervlakte van de dragende plaat, waarvan de minimale retroreflectiecoëfficiënt moet overeenstemmen met de gegevens in tabel 1 van bijlage 3 van dit besluit. De trichromatische coördinaten van de witte, blauwe en gele kleur zijn begrepen binnen de grenzen van de zone bepaald door de coördinaten aangeduid in tabel 2 van bijlage 3 van dit besluit. De kleuren hebben minstens de vermelde minimale luminantiefactor en de RAL-code die identiek is aan de officiële kentekenplaat;

4° de retroreflecterende film dient voorzien te zijn van een kleurloos identificatieteken van de filmfabrikant evenals de referentie van de afkondigingsdatum van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen;

5° de tekens van het opschrift hebben de vorm en afmetingen zoals bepaald in bijlage 1, voor de reproducties van de kentekenplaten bedoeld in hoofdstuk III. De horizontale afstand tussen het middelpunt van elk teken bedraagt 50 millimeter. De tekens van het opschrift hebben de vorm en afmetingen zoals bepaald in bijlage 2 voor de reproducties van de kentekenplaten bedoeld in hoofdstuk IV. De horizontale afstand tussen het middelpunt van elk teken bedraagt 39,2 millimeter. De verticale afstand tot de boven- en onderrand van de plaat dient gelijk te zijn;

6° in het geval van een aluminiumplaat hebben het opschrift en de boorden een reliëf van minimaal 1,15 mm ten opzichte van de achtergrond van de dragende plaat gestanst te zijn;

7° de fabrikant van de reproductie dient ISO 9001—2008 gecertificeerd te zijn.

8° De chromatische waarden van de kleuren van de karakters en de boord moeten overeenstemmen met de chromatische waarden vermeld in tabel 3 van bijlage 3 van dit besluit.

§ 5. Het vignet voor tijdelijke, commerciële, oldtimer en nationale kentekenplaten dient niet op de reproductie te worden weergegeven.

HOOFDSTUK VII. — Slotbepalingen

Art. 25. De kentekenbewijzen evenals de kentekenplaten afgegeven krachtens het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen en het koninklijk besluit van 8 januari 1996 tot regeling van de inschrijving van de commerciële platen en de nationale platen voor motorvoertuigen en aanhangwagens, evenals de bestaande reproducties die niet langer voldoen aan de bepalingen van dit besluit, blijven geldig tot op het ogenblik van de eerstvolgende inschrijving, herinschrijving of vernieuwing.

BIJLAGE 1. — Vorm en afmetingen karakters

Toleranties: karakters hoogte en breedte - 0 mm, + 2 mm

BIJLAGE 2. — Vorm en afmetingen karakters

Toleranties: karakters hoogte en breedte - 0 mm, + 2 mm

BIJLAGE 2bis. — Vorm en afmetingen karakters

Toleranties: karakters hoogte en breedte +/- 0.5 mm

BIJLAGE 3

PDF

BIJLAGE 4

PDF

BIJLAGE 5

PDF