Hoofdstuk I. Definities

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° « voorlopig rijbewijs B » : het voorlopig rijbewijs voor een motorvoertuig van categorie B zoals omschreven in artikel 2, § 1, 5°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;

2° « theoretisch examen » : het examen bepaald in artikel 23, § 1, 4°, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer;

3° « praktisch examen » : het examen bepaald in artikel 23, § 1, 2°, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer;

4° « rijschool » : een rijschool erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;

5° « gebrevetteerd rij-instructeur » : een instructeur met een brevet van beroepsbekwaamheid dat toegang geeft tot de functie van instructeur die met het praktisch onderricht voor het besturen van voertuigen van categorie B belast wordt, zoals bepaald in artikel 24 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.

Hoofdstuk II. Het voorlopig rijbewijs B

Artikel 2 Brussels Hoofdstedelijk Gewest

(Opgeheven)

Artikel 2 Vlaams Gewest

De kandidaat voor het rijbewijs B mag deelnemen aan het theoretisch examen vanaf de leeftijd van 17 jaar.

Artikel 2 Waals Gewest

§ 1. De kandidaat voor het rijbewijs van categorie B mag deelnemen aan het theoretisch examen vanaf de leeftijd van 17 jaar.

§ 2. De kandidaat die twee maal na elkaar niet slaagt voor het praktisch examen moet twaalf uren praktisch rijonderricht volgen bij een rijschool vooraleer hij terug toegelaten wordt tot het praktisch examen.

De woorden "praktisch examen" en "praktisch rijonderricht" dienen telkens gelezen te worden als "theoretisch examen" en "theoretisch rijonderricht". Het betreft een vertaalfout. Aangezien deze paragraaf is ingevoegd door een Besluit van de Waalse Regering, is de Nederlandstalige tekst (een vertaling) ondergeschikt aan de Franstalige tekst.
Artikel 3

§ 1. De kandidaat voor het rijbewijs van de categorie B die geslaagd is voor het theoretisch examen ontvangt een voorlopig rijbewijs B dat hem toelaat om te rijden met de bijstand van een begeleider die beantwoordt aan de voorwaarden voorzien in § 2. Dit voorlopig rijbewijs is geldig voor zesendertig maanden.

Het voorlopig rijbewijs B stemt overeen met het model in bijlage 1.

§ 2. De houder van het voorlopig rijbewijs B moet vergezeld zijn van een begeleider die aan de volgende voorwaarden voldoet :

a) hij moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;

b) hij moet sedert ten minste 8 jaar houder en drager zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om een voertuig van de categorie B te besturen. De bestuurder die, overeenkomstig artikel 44, § 5 of artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden, behalve indien de kandidaat aan dezelfde handicap lijdt en eveneens een speciaal aan deze handicap aangepast voertuig bestuurt;

c) hij mag niet vervallen zijn of mag gedurende de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen en moet voldaan hebben aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer werden opgelegd;

d) de begeleider mag, behalve voor dezelfde kandidaat, niet op een ander voorlopig rijbewijs als begeleider vermeld geweest zijn binnen het jaar vóór de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs. Dit verbod is niet van toepassing voor de begeleiding van:

1° zijn echtgenoot of de persoon waarmee hij wettelijk samenwoont of een feitelijk gezin vormt;
2° zijn kinderen, kleinkinderen, zussen, broers en pleegkinderen;
3° de kinderen, kleinkinderen, zussen, broers en pleegkinderen van zijn echtgenoot of van de persoon waarmee hij wettelijke samenwoont of een feitelijk gezin vormt.

Het samenwonen van de begeleider en de persoon waarmee hij verklaart een feitelijk gezin te vormen, vloeit voort uit de informatie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;

e) hij moet op het voorlopig rijbewijs vermeld worden en vooraan in het voertuig plaatsnemen.

§ 3. Een tweede begeleider, die voldoet aan de voorwaarden bepaald in § 2 mag, door de overheid bedoeld in artikel 10, op het voorlopig rijbewijs vermeld worden hetzij op het ogenblik van de afgifte hetzij tijdens de scholing. In geval van verandering van begeleider tijdens de scholing wordt een nieuw voorlopig rijbewijs afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 10; dit nieuw document heeft dezelfde uiterste geldigheidsdatum als het oorspronkelijk voorlopig rijbewijs. Als een van de op het voorlopig rijbewijs vermelde begeleiders niet langer één van de in § 2 vermelde voorwaarden vervult, moet de kandidaat van begeleider veranderen overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid. Het voorlopig rijbewijs verliest zijn geldigheid niet.

§ 4. De houder van een voorlopig rijbewijs B mag enkel begeleid worden door de ene of de andere of door de twee begeleiders bedoeld in §§ 2 en 3, en/of door een gebrevetteerde rij-instructeur, met uitsluiting van alle andere passagiers.

Artikel 4

De kandidaat voor het rijbewijs B die geslaagd is voor het theoretisch examen, minstens 18 jaar is en die, na 20 uur praktisch rijonderricht gevolgd te hebben of na geslaagd te zijn voor een test over de technische rijvaardigheden, een bekwaamheidsgetuigschrift heeft bekomen, heeft recht op een voorlopig rijbewijs B dat hem toelaat zonder begeleider te rijden. Dit voorlopig rijbewijs is 18 maanden geldig.

Het voorlopig rijbewijs B stemt overeen met het model in bijlage 2 bij dit besluit.

De houder van het voorlopig rijbewijs B zonder begeleider mag vergezeld zijn van ten hoogste twee personen die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 2, a), b) en c).

Artikel 5

Het in artikel 3, 4 of 5/1 bedoelde voorlopig rijbewijs moet worden aangevraagd binnen de drie jaar na het slagen voor het theoretisch examen. Na het verstrijken van deze termijn kan de kandidaat pas terug een voorlopig rijbewijs aanvragen na opnieuw het theoretisch examen met goed gevolg te hebben afgelegd.

Artikel 5/1

§ 1. Na het verstrijken van de geldigheid van het voorlopig rijbewijs B, moet de kandidaat de scholing in een rijschool voortzetten en moet hij, om zich aan te bieden voor het praktisch examen, zes uur praktische lessen in een rijschool volgen.

§ 1/1. De kandidaat bedoeld in § 1 kan echter, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een nieuw voorlopig rijbewijs B met begeleider aanvragen indien hij met een getuigschrift van onderricht aantoont dat hij het in § 1 bedoelde onderricht heeft genoten.

Dit voorlopig rijbewijs is 12 maanden geldig en stemt overeen met het model in bijlage 3.

De kandidaat mag dit voorlopig rijbewijs slechts één keer aanvragen tijdens de periode van 3 jaar bedoeld in § 1/2, te rekenen vanaf het verstrijken van de geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs B bedoeld in artikel 3 of 4 waarvan hij laatst houder is geweest en waarmee hij de in artikel 8 bedoelde scholing heeft doorlopen.

Artikel 3, §§ 2, 3 en 4 en artikel 5 zijn van toepassing op dit voorlopig rijbewijs.

§ 1/2. De kandidaat kan, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een nieuw voorlopig rijbewijs B, bedoeld in artikel 3 of 4, aanvragen indien de geldigheid van het voorlopig rijbewijs B bedoeld in artikel 3 of 4 waarvan hij laatst houder is geweest meer dan drie jaar verstreken is.

§ 2. De houder van een geldig voorlopig rijbewijs B met begeleider kan, een enkele keer, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een voorlopig rijbewijs B zonder begeleider bedoeld in artikel 3 aanvragen en omgekeerd. De scholing die gevolgd wordt onder dekking van het vorig voorlopig rijbewijs B wordt in aanmerking genomen voor het berekenen van de termijn voorgeschreven in artikel 8, eerste lid.

§ 2 Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De houder van een geldig voorlopig rijbewijs B met begeleider kan, een enkele keer, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een voorlopig rijbewijs B zonder begeleider bedoeld in artikel 3 aanvragen en omgekeerd.

Artikel 6

De kandidaat mag niet rijden van 22u. tot 6u. 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen.

Artikel 7

Met uitzondering van gebrevetteerde rij-instructeurs mag niemand de houder van een voorlopig rijbewijs B tegen betaling begeleiden.

De gebrevetteerde rij-instructeur moet niet op het voorlopig rijbewijs als begeleider vermeld worden.

Artikel 3, § 2, d) is niet van toepassing op de gebrevetteerde rij-instructeur.

Hoofdstuk II/1. Theoretisch examen en scholing (enkel Waals Gewest)

Art. 7/1. § 1. De kandidaat voor het rijbewijs van de categorie B die geslaagd is voor het theoretisch examen ontvangt zijn slaagattest waarvan het model door de Waalse Minister wordt bepaald.

§ 2. De kandidaat voor het rijbewijs van de categorie B die vanaf 1 juli 2018 geslaagd is voor het theoretisch examen en die in het kader van de in artikel 8, § 1, 3o, bedoelde stage, wenst zijn scholing met een begeleider voor te zetten, volgt met zijn begeleider(s) een pedagogische afspraak volgens de modaliteiten bepaald door de Waalse Minister.

Deze pedagogische afspraak duurt drie uur en kan online georganiseerd worden. De kosten gbonden aan de pedagogische afspraak zijn ten laste van de kandidaat.

Het woord “gbonden” dient gelezen te worden als “gebonden”.

De pedagogische afspraak wordt georganiseerd door erkende rijscholen, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, in uitvoering van het programma goedgekeurd door de Waalse Minister of zijn gemachtigde.

De pedagogische afspraak kan evenwel door andere instellingen aangewezen door de Waalse Minister georganiseerd worden.

Aan het einde van deze pegagogische afspraak wordt een attest, dat voor vijf jaar geldig is en waarvan het model door de Waalse Minister wordt goedgekeurd, afgegeven aan de kandidaat en zijn begeleider(s). De kandidaat ontvangt ook een logboek.

Het woord “pegagogische” dient gelezen te worden als “pedagogische”.

§ 3. De kandidaat en zijn begeleider(s) nemen deel aan de pegagogische afspraak alsvorens de in artikel 8, § 1, 3o, bedoelde stage te beginnen. Tijdens de stage bevindt het logboek zich aan boord van het voertuig bestuurd door de kandidaat en wordt behoorhijk aangevuld door laatstgenoemde en zijn begeleider.

De woorden “pegagogische”, “alsvorens” en “behoorhijk” dienen gelezen te worden als respectievelijk “pedagogische”, “alvorens” en “behoorlijk”.

Het logboek bevat de vooruitgangen van de kandidaat voor het besturen van een voertuig alsook het aantal kilometers die tijdens die periode zijn afgelegd. Alleen de kilometers afgelegd vanaf de datum afgifte van het attest van deelneming aan de pedagogische afspraak worden in aanmerking genomen voor de berekening van de kilometers vereist in artikel 8, § 1, 4o.

Art. 7/2. Met uitzondering van de gebrevetteerde rij-instructeurs die over een geldige instructietoestemming beschikken, vervult (vervullen) de begeleider(s) die de kandidaat begeleidt(en) de voorwaarden van artikel 7/1, § 2, alvorens plaats te nemen in het voertuig en de scholing bedoeld in artikel 8, § 1, 3o, te beginnen.

Art. 7/3. § 1. De in artikel 3, § 1, bedoelde kandidaat kan tijdens de in artikel 8, § 1, 3o, bedoelde scholing slechts begeleid worden door de begeleider(s) die de voorwaarden van artikel 7/1, § 2 vervult(vervullen) of door een gebrevetteerde rij-instructeur die beschikt over een geldige instructietoestemming overeenstemmend met de bepalingen van het koninklijk besluit van betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.

§ 2. Indien de begeleider een gebrevetteerde rij-instructeur is die over een geldige instructietoestemming beschikt, maakt hij een inschrijvingskaart op voor elke kandidaat en wordt het voertuig voorzien van een dekking van verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, die overeenstemmen met de voorschriften van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen. Hij vergewist er zich ook van dat het logboek zich aan boord van het voertuig bestuurd door de kandidaat tijdens de scholing bevindt en dat het zoals bepaald in artikel 7/1, § 2, vijfde lid, behoorlijk aangevuld wordt.

In geval van niet-naleving van deze bepalingen kan de Waalse Minister of zijn gemachtigde na de gebrevetteerde instructeur gehoord te hebben over zijn toelichting en verdedigingsmiddelen m.b.t. de onregelmatigheid die hem verweten is, de instructietoestemming voor een periode van vijftien dagen of meer schorsen.

Indien de Minister of zijn gemachtigde ondanks een voorafgaandelijke schorsingsmaatregel vaststelt dat de bepalingen nog altijd niet nageleefd worden, trekt hij de instructietoestemming in na de gebrevetteerde instructeur gehoord te hebben over zijn toelichting en verdedigingsmiddelen m.b.t. de onregelmatigheid die hem verweten is.

Tijdens de schorsingsperiode of na de beslissing tot intrekking van de instructietoestemming mag de gebrevetteerde instructeur geen cyclus van praktisch rijonderricht beginnen of voortzetten.

Het onderricht verstrekt door een gebrevetteerde instructeur die niet over een instructietoestemming beschikt of wiens instructietoestemming wordt geschorst, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in artikel 8, 1, 4o, bedoelde voorwaarde.

De verwijzing naar “artikel 8, 1, 4o” dient gelezen te worden als “artikel 8, § 1, 4o”.

Hoofdstuk III. Het praktisch examen

Artikel 8 Brussels Hoofdstedelijk Gewest

(Opgeheven)

Artikel 8 Vlaams Gewest

De kandidaat voor het rijbewijs B mag deelnemen aan het praktisch examen vanaf de leeftijd van 18 jaar. De kandidaat moet sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretisch examen of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.

De kandidaat legt een geldig voorlopig rijbewijs B waarvan hij sinds minstens drie maanden houder is of een getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool voor ten bewijs dat de lessen bedoeld in het artikel 5/1, § 1 werden gevolgd; in dat laatste geval, legt hij een attest voor, afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 10 waaruit blijkt dat hij een scholing van ten minste drie maanden heeft gevolgd onder dekking van een voorlopig rijbewijs B.

Het examen wordt afgelegd met een voertuig van de categorie of subcategorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd. Het voertuig voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.

Wanneer de kandidaat zich aanbiedt met een instructeur van een rijschool dan legt hij het examen af met een scholingsvoertuig van de rijschool dat voldoet aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.

De kandidaat die geen houder is van een voorlopig rijbewijs B legt het praktisch examen af onder de voorwaarden bedoeld in het vierde lid.

Artikel 8 Waals Gewest

§ 1. Om het praktisch examen te mogen afleggen moet de kandidaat voor het rijbewijs van categorie B :

1o minstens 18 jaar oud zijn;

2o sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretisch examen of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;

3o behoudens die bedoeld in paragraaf 2, een scholing van ten minste drie maanden hebben gevolgd, onder dekking van een voorlopig rijbewijs van categorie B;

4o behoudens die bedoeld in paragraaf 2, minstens 1 500 kilometer hebben afgelegd.

5o geslaagd zijn voor de risicoperceptietest zoals bepaald in artikel 1, 14o, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs

Wat betreft het punt 4o, bepaalt de Waalse Minister of zijn afgevaardige de modaliteiten voor de verificatie van deze voorwaarde.

Het woord “afgevaardige” dient gelezen te worden als “afgevaardigde”.

De houder van een voorlopig rijbewijs met begeleider die niet is geslaagd voor de test over de technische rijvaardigheden, wordt vanaf de dag van de tweede opeenvolgende mislukking voor een duur van drie maanden uitgesloten van het praktisch examen ten einde zijn rijbewijs B te bekomen.

§ 2. De kandidaat voor het rijbewijs van categorie B die sinds minder dan drie jaar geslaagd is voor het theoretisch examen of ervan vrijgesteld is krachtens artikel 28 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, die minstens 18 jaar oud is, en die 30 uur praktisch rijonderricht heeft gevolgd in een erkende rijschool, die geslaagd is voor de risicoperceptietest en die voldoet aan de door de Waalse Minister bepaalde voorwaarden kan het praktisch examen rechtstreeks afleggen.

§ 3. De kandidaat, behoudens die bedoeld in paragraaf 2, legt een geldig voorlopig rijbewijs B waarvan hij sinds minstens drie maanden houder is of een getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool voor ten bewijs dat de lessen bedoeld in het artikel 5/1, § 1 werden gevolgd; in dat laatste geval, legt hij een attest voor, afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 10 waaruit blijkt dat hij een scholing van ten minste drie maanden heeft gevolgd onder dekking van een voorlopig rijbewijs B.

Het examen wordt afgelegd met een voertuig van de categorie of subcategorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd. Het voertuig voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2o, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.

Wanneer de kandidaat zich aanbiedt met een instructeur van een rijschool dan legt hij het examen af met een scholingsvoertuig van de rijschool dat voldoet aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.

De kandidaat die geen houder is van een voorlopig rijbewijs B legt het praktisch examen af onder de voorwaarden bedoeld in het derde lid.

Artikel 9 Brussels Hoofdstedelijk Gewest

(Opgeheven)

Artikel 9 Vlaams Gewest

De kandidaat die twee maal na elkaar niet slaagt voor het praktisch examen moet zes uren praktisch rijonderricht volgen bij een rijschool vooraleer hij terug toegelaten wordt tot het praktisch examen.

Artikel 9 Waals Gewest

De kandidaat die twee maal na elkaar niet slaagt voor het praktisch examen moet zes uren praktisch rijonderricht volgen bij een rijschool vooraleer hij terug toegelaten wordt tot het praktisch examen.

Niettemin worden de mislukkingen voor het praktisch examen die vóór de afgifte van het voorlopig rijbewijs bedoeld in artikel 5/1, § 1, tweede lid werden afgelegd, niet meegerekend.

Hoofdstuk IV. Uitreiking

Artikel 10

Het voorlopige rijbewijs en het rijbewijs wordt uitgereikt door de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.

Het voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 kan pas uitgereikt worden na vertoon van het bekwaamheidsgetuigschrift uitgereikt overeenkomstig de regels bepaald door de gewesten.

Artikel 10 Waals Gewest

Het voorlopige rijbewijs en het rijbewijs wordt uitgereikt door de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.

Het voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 kan pas uitgereikt worden na vertoon van het bekwaamheidsgetuigschrift bedoeld in artikel 23, § 6, van het koninklijk besluit van 11 mei 2304 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen uitgereikt overeenkomstig de regels bepaald door de gewesten.

“11 mei 2304” dient gelezen te worden als “11 mei 2004”.

Hoofdstuk V. Wijzigings- en opheffingsbepalingen

Artikel 11

De bepalingen van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs zijn van toepassing op de voorlopige rijbewijzen B en op de theoretisch en praktisch examens, bedoeld in dit besluit, met uitzondering van artikel 6, 1°, b), f), h) en j) en 2°, b) en 3°, artikel 8, § 6, 1°, § 7, artikel 9 en artikel 34.

Artikel 12

In artikel 4, 1°, eerste lid worden de woorden « overeenkomstig de bepalingen van dit besluit » vervangen door de woorden « overeenkomstig de bepalingen van dit besluit of van het besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B ».

Artikel 13

Artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 maart 2003 en 15 juli 2004 wordt vervangen als volgt :

« § 1 Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A3, A, B+E, C, C+E, D of D+E of voor de subcatégorie C1, C1+E, D1 ou D1+E of elke houder van een rijbewijs met de vermelding « automatisch » die een rijbewijs waarop deze vermelding niet voorkomt wil behalen moet een scholing doorlopen :

hetzij door, in een rijschool het praktisch onderricht bedoeld in artikel 15 te volgen;

hetzij op basis van een voorlopige rijbewijs model 3, overeenkomstig de regels voorgeschreven in afdeling II.

Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B moet een scholing doorlopen overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van de categorie B. ».

Artikel 14

In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 2002 en 15 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

onderdeel 1°, f), wordt vervangen als volgt :

« f)mag geen houder geweest zijn van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie of subcategorie van voertuigen.

Dit verbod is evenwel niet van toepassing :

op de kandidaat die houder geweest is van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie of subcategorie van voertuigen waarvan de geldigheid sinds meer dan drie jaar verstreken is. In dit geval, worden de mislukkingen voor de praktische examens die voor de afgifte van het nieuwe voorlopige rijbewijs werden afgelegd niet meegerekend voor de toepassing van artikelen 15, 1°, en 38, § 14;

op de houder van een rijbewijs met de vermelding « automatisch » die een voorlopig rijbewijs model 3 wil behalen voor het aanleren van het besturen van voertuigen van dezelfde categorie of subcategorie, uitgerust met een handschakeling :

op de houder van een rijbewijs of van een voorlopig rijbewijs A dat de vermelding « A < 25kW en < 0,16kW/kg » draagt, voor het behalen van een voorlopig rijbewijs voor het aanleren van het besturen van motorfietsen met een vermogen van meer dan 25 kW of met een vermogen/gewichtsverhouding van meer dan 0,16 kW/kg; »;

2° onderdeel 1°, g) wordt vervangen als volgt :

« g) moet, in een rijschool, het praktisch onderricht bedoeld in artikel 15, 3°, a), gevolgd hebben als het gaat om een kandidaat voor een voorlopig rijbewijs voor het besturen van motorfietsen, tenzij hij houder is van een rijbewijs met de vermelding « A <= 25kW en <= 0,16kW/kg »;

in onderdeel 1°, h), worden de woorden « categorieën A, B, B+E, C en C+E » vervangen door de woorden « categorieën A, B+E, C en C+E »;

in onderdeel 1°, j), vervallen de woorden « of van een voorlopig rijbewijs model 2 »;

in onderdeel 2°, f), worden de woorden « moet, tenzij de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs model 2, voorzien zijn » vervangen door de woorden « moet, tenzij de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, voorzien zijn »;

in onderdeel 3°, b), worden de woorden « categorie B, B+E, C of C+E » vervangen door de woorden « categorie B+E, C of C+E ».

Artikel 15

Artikel 7, eerste lid van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :

« Het voorlopige rijbewijs model 3 stemt overeen met het model van bijlage 2. ».

Artikel 16

In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

§ 1, eerste lid wordt vervangen als volgt :

« Het voorlopig rijbewijs model 3 is twaalf maanden geldig. »;

§ 2, eerste lid wordt vervangen als volgt :

« De overheid bedoeld in artikel 7 maakt het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie A3, A, B, B+E, C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E. »;

in § 6, 2°, vervallen de woorden « Bij teruggave van het document, overeenkomstig artikel 68, verlengt de overheid, bedoeld in artikel 7, de geldigheid van het voorlopige rijbewijs met een termijn die gelijk is aan de periode gedurende dewelke de geldigheid van het document opgeschort is geweest ».

Artikel 17

Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :

« Art.9. De kandidaat van minder dan 24 jaar mag niet rijden van tweeëntwintig uur tot zes uur 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen

De houder van een voorlopige rijbewijs mag, naast de begeleider, vergezeld zijn van één andere persoon. ».

Artikel 18

In hetzelfde besluit wordt afdeling III « leervergunning » opgeheven :

Artikel 19

In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

in onderdeel 1°, wordt g) en j) opgeheven;

in onderdeel 2°, a), worden de woorden « categorie B, B+E, C, C+E, D of D+E » vervangen door de woorden « categorie B+E, C, C+E, D of D+E »;

onderdeel 2°, b), wordt opgeheven;

in onderdeel 4°, b), worden de woorden « categorie B, B+E, C, C+E, D of D+E » vervangen door de woorden « categorie B+E, C, C+E, D of D+E »;

5° in onderdeel 4°, worden c) en d) opgeheven;

onderdeel 6° en 7° worden opgeheven.

Artikel 20

In artikel 16, eerste lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

in het eerste lid worden de woorden « of van een leervergunning » opgeheven;

in het derde lid wordt de laatste zin opgeheven.

Artikel 21

Artikel 29, 2°, tweede lid van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :

« De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B volgt daarenboven een scholing van ten minste drie maanden op basis van een voorlopige rijbewijs, bedoeld in het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van de categorie B. ».

Artikel 22

In artikel 30 van hetzelfde besluit vervallen de woorden « of op de aanvraag om een leervergunning ».

Artikel 23

In artikel 32 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 2002 en 15 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

het tweede lid, eerste streepje, wordt vervangen als volgt :

« - 17 jaar voor het examen voor het verkrijgen van het voorlopige rijbewijs B, bedoeld in het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van de categorie B; »;

in § 2, wordt het tweede lid opgeheven;

in § 7, eerste lid, vervallen de woorden « of op de aanvraag om een leervergunning ».

Artikel 24

Artikel 34, tweede lid van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :

« Het praktisch examen kan op zijn vroegst één maand na de afgifte van het voorlopige rijbewijs model 3 plaatsvinden. »

Artikel 25

In artikel 35, onderdeel 2° van hetzelfde besluit, woorden de volgende wijzigingen aangebracht :

in a) wordt het vierde lid opgeheven;

b) wordt vervangen als volgt :

« b) het nog geldige voorlopige rijbewijs. Het voorlopige rijbewijs is, in voorkomend geval, vervolledigd met de vermelding dat de lesuren voorgeschreven na twee mislukkingen gevolgd zijn. »

c) worden opgeheven.

Artikel 26

In artikel 38 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

in § 3, eerste lid, wordt het woord « vier » vervangen door « drie », in § 3, tweede lid vervallen de woorden « voor- en achteraan »;

§ 14 wordt vervangen als volgt :

« § 14. De kandidaat die zich aanbiedt met een rijschool legt het praktisch examen af met de bijstand van een instructeur en met een scholingsvoertuig van de rijschool waar hij het praktisch onderricht volgde en dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.

De houder van een voorlopige rijbewijs model 3 legt het praktisch examen af :

hetzij met een voertuig dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2°. De begeleider moet aanwezig zijn;

hetzij onder de voorwaarden bedoeld in eerste lid.

Evenwel, de houder van een voorlopige rijbewijs model 3 die tweemaal niet geslaagd is voor het praktisch examen kan het praktisch examen alleen afleggen onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid. ».

Artikel 27

In artikel 39 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

§ 1, eerste lid wordt vervangen als volgt :

« Het praktisch examen bevat de volgende proeven :

1° categorie A3 : een proef op een terrein buiten het verkeer;

2° categorie B : een proef op de openbare weg in het verkeer;

3° categorie A, B+E, C, C+E, D of D+E of subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E : een proef op een terrein buiten het verkeer en een proef op de openbare weg in het verkeer. »;

in § 1, tweede lid, 1°, worden de woorden « categorieën A3, A, B en B+E » vervangen door de woorden « categorieën A3, A en B+E »;

§ 1, tweede lid wordt aangevuld als volgt :

« 5° categorie B : de duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten »;

in § 2, tweede lid, vervallen de woorden « op de leervergunning »;

in § 3, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd : « De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, is naast de examinator, vergezeld van een persoon van minstens 24 jaar die houder is en in het bezit van een rijbewijs dat ten minste geldig is voor voertuigen van categorie B. »

in § 7, tweede lid, vervallen de woorden « of op de leervergunning ».

Artikel 28

In artikel 41 van hetzelfde besluit, worden de woorden « op de aanvraag om een voorlopige rijbewijs of op de leervergunning » vervangen door de woorden « of op de aanvraag om een voorlopige rijbewijs ».

Artikel 29

In artikel 48 van hetzelfde besluit, vervallen de woorden « of van de leervergunning ».

Artikel 30

Het opschrift van hoofdstuk V van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :

« Hoofdstuk V. - Vervanging en duplicaten van het rijbewijs en van het voorlopige rijbewijs ».

Artikel 31

In artikel 50 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

in § 1, 5°, worden de woorden « de artikelen 69, §2 en 80, §2 » vervangen door de woorden « artikel 80, §2 »;

in § 3, vervallen de woorden « of de leervergunning »;

in § 4, worden de woorden « het voorlopige rijbewijs of de leervergunning » vervangen door de woorden « of het voorlopige rijbewijs ».

Artikel 32

In artikel 52 van hetzelfde besluit, worden de woorden « een voorlopige rijbewijs of een leervergunning » vervangen door de woorden « of een voorlopige rijbewijs ».

Artikel 33

In artikel 57, § 2, eerste lid van hetzelfde besluit, vervallen de woorden « en voor elke leervergunning ».

Artikel 34

In artikel 58, § 2, eerste lid van hetzelfde besluit, vervallen de woorden « de leervergunningen ».

Artikel 35

In artikel 61, eerste lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 vervallen de woorden Afgifte of vervanging van een leervergunning : 9,00 EUR » en de woorden « Afgifte van een duplicaat van een leervergunning : 7,50 EUR ».

Artikel 36

In artikel 62, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

in het eerste lid, vervallen de woorden « leervergunningen »;

in het tweede lid, worden de woorden « de voorlopige rijbewijzen en de leervergunningen » vervangen door de woorden « en de voorlopige rijbewijzen ».

Artikel 37

In artikel 63 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

in § 1, eerste lid, in rubriek « Praktisch examen », worden de woorden « categorie A, B en B+E » vervangen door de woorden « categorieën A en B+E »;

in § 1, eerste lid, wordt de rubriek « Praktisch examen » aangevuld als volgt :

« Categorie B :

praktisch examen (36,00 EUR)

in § 2, 2°, b), vervallen de woorden « of voor de leervergunning ».

Artikel 38

In artikel 64, eerste lid van hetzelfde besluit, vervallen de woorden « de leervergunningen ».

Artikel 39

In artikel 67, eerste lid, 2° van hetzelfde besluit, vervallen de woorden « of de leervergunning ».

Artikel 40

Artikel 69, § 7, derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 maart 2006, wordt vervangen als volgt :

« Wanneer het verval betrekking heeft op een voorlopig rijbewijs, verlengt de overheid bedoeld in artikel 7 de geldigheid van het voorlopig rijbewijs met een termijn die gelijk is aan de duur van het verval. ».

Artikel 41

In bijlage 2 van hetzelfde besluit worden de I en II opgeheven.

Bijlage 3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Artikel 42

In bijlage 5 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

in III, A, worden de bepalingen betreffende de manoeuvres van de categorie B opgeheven;

III, B wordt aangevuld als volgt :

"17. Categorie B : de volgende manoeuvres worden op de openbare weg uitgevoerd :

1. Voorafgaande controles.

a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;

b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;

c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;

d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;

e) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig;

2. Keren in een smalle straat;

3. Parkeren achter een voertuig."

VI, B wordt aangevuld als volgt :

"11° manoeuvres (alleen categorie B)."

Artikel 43

Artikel 8.2, 3°, b), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wordt vervangen als volgt :

« b) 17 jaar voor de bestuurders die praktisch rijonderricht volgen met het oog op het behalen van een rijbewijs categorie B of die rijden met een voorlopig rijbewijs categorie B zoals voorzien in artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen categorie B. »

In artikel 8.2, 3°, c), van hetzelfde besluit worden de woorden « of die rijden met een leervergunning » geschrapt.

In artikel 8.2, 3°, d), van hetzelfde besluit worden de worden « of B » geschrapt.

Artikel 44

In afdeling V van hoofdstuk IV van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen wordt een artikel 22bis toegevoegd dat luidt als volgt :

« 22bis De rijschool biedt binnen haar opleidingsaanbod minstens één opleidingspakket aan dat uit hoogstens 6 uren praktisch rijonderricht bestaat. »

In hetzelfde besluit wordt in artikel 23, § 6, eerste lid de woorden « de in artikel 14 en 15 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalde aantal lesuren » vervangen door : « de in artikel 14 en 15 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs of de in artikel 9 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B bepaalde aantal lesuren »

In hetzelfde besluit wordt artikel 23, § 6, tweede lid vervangen door :

« In afwijking van het eerste lid wordt aan de leerling, die het in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B bepaalde aantal lesuren gevolgd heeft en die bewezen heeft bekwaam te zijn alleen te sturen, met het oog op het verkrijgen van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider een bekwaamheidsgetuigschrift afgegeven, waarvan het model door de Minister bepaald wordt. »

Artikel 23, § 6, derde lid van het zelfde besluit wordt opgeheven.

In hetzelfde besluit wordt in artikel 47, § 1, laatste lid de volgende zin toegevoegd :

« Artikel 22bis en 23, § 6 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen zijn evenwel onmiddellijk van toepassing. ».

Hoofdstuk VI. Overgangsbepalingen en inwerkingtreden

Artikel 45

(Opgeheven)

Artikel 46

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2006, met uitzondering van artikel 27, 1° tot en met 3°, artikel 37, 1° en 2° en artikel 42 die in werking treden op 1 december 2006.

Artikel 47

Onze Minister van Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage 1. Voorschriften betreffende het kaartmodel van het voorlopig rijbewijs model 36

1. De fysieke kenmerken van de kaart van het voorlopig rijbewijs zijn in overeenstemming met ISO-norm 7810.

De kaart is gemaakt van polycarbonaat.

De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.

2. Het voor voorlopige rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd :

  • de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;
  • beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;
  • optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;
  • lasergravure;
  • in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon);
  • inkt met kleuromslag;
  • aangepaste hologrammen;
  • variabele laserbeelden;
  • ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;
  • voelbare karakters, symbolen of patronen.

3. Het voorlopig rijbewijs heeft twee zijden :

Bladzijde 1 bevat :

a) de vermelding " voorlopig rijbewijs ", in hoofdletters;
b) de tekst " Enkel geldig in België ";
c) het onderscheidingsteken " B " van België;
d) het onderscheidingsteken " M36 " van model 36;
e) de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven voorlopig rijbewijs, met de volgende nummers :

1. de naam van de houder;
2. de voornaam van de houder;
3. geboortedatum en -plaats van de houder;
4.

a. de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs;
b. de datum waarop de geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs afloopt;
c. de naam van de bevoegde instantie die het voorlopig rijbewijs afgeeft;
5. nummer van het voorlopig rijbewijs;

6. de foto van de houder;
7. de handtekening van de houder;
8. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen;

f) referentiekleur : licht lila.

Bladzijde 2 bevat :

a) de datum van afgifte van het eerste voorlopig rijbewijs van categorie B;
a/1) de datum waarop de houder geslaagd is voor het theoretisch examen en het gewest waar dit theoretisch examen heeft plaatsgevonden;
b) naam en voornaam van de eerste en de tweede begeleider;
c) de tekst “De houder mag niet sturen van tweeëntwintig uur tot zes uur ’s anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen.”;
d) (opgeheven)
e) de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code, overeenkomstig bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
f) een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het voorlopig rijbewijs (ten minste voor de rubrieken 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5 en 8).

M36NL1

M36NL2

Bijlage 2. Voorschriften betreffende het kaartmodel van het voorlopig rijbewijs model 18

1. De fysieke kenmerken van de kaart van het voorlopig rijbewijs zijn in overeenstemming met ISO-norm 7810.

De kaart is gemaakt van polycarbonaat.

De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.

2. Het voor voorlopige rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd :

  • de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;
  • beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;
  • optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;
  • lasergravure;
  • in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon);
  • inkt met kleuromslag;
  • aangepaste hologrammen;
  • variabele laserbeelden;
  • ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;
  • voelbare karakters, symbolen of patronen.

3. Het voorlopig rijbewijs heeft twee zijden :

Bladzijde 1 bevat :

a) de vermelding " voorlopig rijbewijs ", in hoofdletters;
b) de tekst " Enkel geldig in België ";
c) het onderscheidingsteken " B " van België;
d) het onderscheidingsteken " M18 " van model 18;
e) de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven voorlopig rijbewijs, met de volgende nummers :

1. de naam van de houder;
2. de voornaam van de houder;
3. geboortedatum en -plaats van de houder;
4.

a. de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs;
b. de datum waarop de geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs afloopt;
c. de naam van de bevoegde instantie die het voorlopig rijbewijs afgeeft;

5. nummer van het voorlopig rijbewijs;
6. de foto van de houder;
7. de handtekening van de houder;
8. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen;

f) referentiekleur : licht lila.

Bladzijde 2 bevat :

a) de datum van afgifte van het eerste voorlopig rijbewijs van categorie B;
a/1) de datum waarop de houder geslaagd is voor het theoretisch examen en het gewest waar dit theoretisch examen heeft plaatsgevonden;
b) de tekst “De houder mag vergezeld zijn van één of twee personen die sinds ten minste 8 jaar houder zijn van een rijbewijs categorie B, dat zij bij zich hebben.”;
c) de tekst “De houder mag niet sturen van tweeëntwintig uur tot zes uur ’s anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen.”;
d) (opgeheven)
e) de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code, overeenkomstig bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
f) een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het voorlopig rijbewijs (ten minste voor de rubrieken 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5 en 8).

M18NL1

M18NL2

Bijlage 3. Voorschriften betreffende het kaartmodel van het voorlopig rijbewijs model 12

1. De fysieke kenmerken van de kaart van het voorlopig rijbewijs zijn in overeenstemming met ISO-norm 7810.

De kaart is gemaakt van polycarbonaat.

De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.

2. Het voor voorlopige rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd :

  • de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;
  • beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;
  • optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;
  • lasergravure;
  • in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon);
  • inkt met kleuromslag;
  • aangepaste hologrammen;
  • variabele laserbeelden;
  • ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;
  • voelbare karakters, symbolen of patronen.

3. Het voorlopig rijbewijs heeft twee zijden :

Bladzijde 1 bevat :

a) de vermelding " voorlopig rijbewijs ", in hoofdletters;
b) de tekst " Enkel geldig in België ";
c) het onderscheidingsteken " B " van België;
d) het onderscheidingsteken " M12 " van model 12;
e) de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven voorlopig rijbewijs, met de volgende nummers :

1. de naam van de houder;
2. de voornaam van de houder;
3. geboortedatum en -plaats van de houder;
4.

a. de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs;
b. de datum waarop de geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs afloopt;
c. de naam van de bevoegde instantie die het voorlopig rijbewijs afgeeft;

5. nummer van het voorlopig rijbewijs;
6. de foto van de houder;
7. de handtekening van de houder;
8. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen;

f) referentiekleur : Pantone hushed violet.

Bladzijde 2 bevat :

a) de datum van afgifte van het eerste voorlopig rijbewijs van categorie B;
b) de datum waarop de houder geslaagd is voor het theoretisch examen en het gewest waar dit theoretisch examen heeft plaatsgevonden;
c) naam en voornaam van de eerste en de tweede begeleider;
d) de tekst “De houder mag niet sturen van tweeëntwintig uur tot zes uur ’s anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen.”;
e) de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code, overeenkomstig bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
f) een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het voorlopig rijbewijs (ten minste voor de rubrieken 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5 en 8).

M12NL1

M12NL2