Wat verandert er voor motorrijders?

De invoering van de Code van de openbare weg (hierna COW genoemd) heeft gevolgen voor elk type weggebruiker. In dit document proberen we een zo volledig mogelijk overzicht te bieden van wat er allemaal verandert voor motorrijders. De nieuwe regels worden hieronder in vet weergegeven.

Het dragen van een helm

Helmen moeten zodanig worden gedragen dat hun beschermende werking niet wordt belemmerd. Dat betekent bijvoorbeeld dat het niet vastmaken van de kinriem als een gelijkaardige overtreding wordt beschouwd als het niet dragen van de helm.

 

Gebruik van fluorescerende hesjes

Op autosnelwegen en autowegen, evenals in tunnels, moet de bestuurder van een motorfiets die pech heeft, betrokken is geweest bij een ongeval of een lading heeft verloren, een fluorescerend veiligheidsvest dragen wanneer de motorfiets zich op een plaats bevindt waar stoppen of parkeren verboden is.

 

Gebruik van de lichten

Motorfietsen moeten op de openbare weg altijd een dimlicht en rood achterlicht voeren. Als het voertuig is uitgerust met dagrijverlichting, kan deze – overdag en bij goed zicht – het dimlicht vervangen.

 

Zijspan

Het is verboden om een kind jonger dan 8 jaar te vervoeren in het zijspan van een motor met een cilinderinhoud van meer dan 125 cm³.

 

Plaats op de openbare weg

Motorrijders die op een rijbaan rijden die niet is onderverdeeld in rijstroken mogen de volledige rechterhelft van de rijbaan gebruiken. Hetzelfde geldt voortaan ook in éénrichtingstraten.

Indien er een middenberm is, mogen zij de hele breedte van de rijbaan rechts daarvan benutten.

 

Filefilteren

Motorrijders mogen nog steeds tussen files van traag rijdende of gestopte voertuigen rijden, maar er zijn enkele wijzigingen in de voorwaarden.

  • Bij het filefilteren mag de motorfietser niet sneller rijden dan 50 km/u en mag het snelheidsverschil tussen de motorfietser en de voertuigen die zich in die rijstroken of files bevinden niet meer dan 20 km/u bedragen.
  • De COW laat expliciet toe de reddingsstrook te gebruiken voor het filefilteren, maar ook motorrijders moeten deze strook vrijmaken wanneer er een prioritair voertuig met blauwe zwaailichten en sirene nadert.
  • Bij het filefilteren mogen alle richtingaanwijzers gelijktijdig ingeschakeld worden.

 

Gedrag ten aanzien van voetgangers

De zijdelingse afstand tussen een rijdend voertuig en een voetganger moet binnen de bebouwde kom ten minste 1m en buiten de bebouwde kom ten minste 1,5m bedragen, ongeacht of men ze voorbijrijdt of kruist, zelfs wanneer de voetgangers zich niet op de rijbaan bevinden, zoals op een smal voetpad.

Indien deze minimumafstand niet kan worden nageleefd, moet de bestuurder vertragen om de voetganger voorbij te rijden en zo nodig moet hij stoppen. In het Vlaams Gewest mag de voetganger slechts stapvoets voorbijgereden worden.

 

Volgafstand

Iedere bestuurder moet op openbare wegen waar de maximumsnelheid hoger is dan 50 km/u een volgafstand houden die overeenkomt met de afstand die het voertuig heeft afgelegd gedurende een periode van ten minste twee seconden.

 

Snelheid

In het Vlaams Gewest zal er nog maar stapvoets gereden mogen worden in erven. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest blijft de snelheidslimiet er 20 km/u.

 

In groep rijden

Eén enkel artikel behandelt alle gedragsregels voor weggebruikers in georganiseerde groepen.

  • Een groep motorrijders is beperkt tot 100 deelnemers.
  • Wanneer er meer dan 100 deelnemers zijn, moeten ze zich opsplitsen in groepen van maximaal 100.
  • Omgekeerd is de minimumgrootte voor het vormen van een groep 10 motorrijders, in plaats van 15.
  • Wie een groep motorrijders of andere groepen weggebruikers begeleidt, heet voortaan ‘signaalgever’.
  • Groepen worden vergezeld door : 
    • ten minste 2 signaalgevers voor groepen met meer dan 50 deelnemers (verplicht);
    • één of meerdere signaalgever voor groepen tussen 10 en 50 deelnemers (optioneel). 
  •  

 

Parkeren 

Wanneer een motor op de rijbaan wordt geparkeerd, moet deze evenwijdig aan de rand van de rijbaan worden geparkeerd, tenzij er speciale voorzieningen aanwezig zijn. Deze voorzieningen (bijv. parkeervakken met beugels of wegmarkeringen met het symbool van een motor) kunnen parkeerplaatsen aanduiden die voorbehouden zijn voor motoren met een maximale breedte van 1m. 

Naast de rijbaan mogen motoren met een maximale breedte van 1m worden geparkeerd op een trottoir of berm die door voetgangers moet worden gebruikt, mits er een begaanbare strook van minimaal 1,50m breed beschikbaar blijft voor voetgangers. 
Op bermen en parkeerstroken – die geen deel uitmaken van de rijbaan – hoeven motoren niet evenwijdig met de rand van de rijbaan worden geparkeerd. 

Het parkeren van motoren op het trottoir (of de berm) kan worden verboden door middel van het bord E1, aangevuld met het nieuwe onderbord M20. Dit betekent dat motoren op de rijbaan moeten geparkeerd worden, evenwijdig aan de rand van de rijbaan. 
E1.png E1 - parkeerverbod 
M20.png M20 - Parkeren verboden op het trottoir of de verhoogde berm voor motorfietsen 

 

Inhaalverbod

Dit verbod wordt aangegeven met bord C35, waarvan de legende aangeeft dat het verboden is om een motorfiets links in te halen.
C35.png C35 - Vanaf dit bord tot en met het volgend kruispunt is het verboden om een voertuig met meer dan twee wielen, een motorfiets of een gespan links in te halen

Het is verboden een bestuurder in te halen wanneer deze een andere bestuurder inhaalt: het verbod geldt ook voor bestuurders van tweewielige motorfietsen. Voertuigen die een motorfiets inhalen mogen dus op hun beurt niet langer worden ingehaald. Dit verbod geldt niet op rijbanen met drie of meer rijstroken in de gevolgde richting.

 

Verkeersborden

De volgende borden zijn gemoderniseerd:

C5.pngC5 - Toegang verboden voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen en motorfietsen met zijspan

C7.png C7 - Toegang verboden voor motorfietsen

Borden waarvan de reikwijdte is gewijzigd:

C35.png C35 - Vanaf dit bord tot en met het volgend kruispunt, verbod een voertuig met meer dan twee wielen, een motorfiets of een gespan links in te halen

C39.png C39 - Vanaf dit bord tot en met het volgend kruispunt is het verboden voor bestuurders van voertuigen of slepen bestemd voor het vervoer van goederen, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3,5 ton, een voertuig met meer dan twee wielen, een motorfiets of een gespan links in te halen

Een nieuw onderbord wordt ingevoerd (in combinatie met borden E1 en E3):

M20.png M20 - Parkeren verboden op het trottoir of de verhoogde berm voor motorfietsen 

 

Duwen van een motorfiets 

Wie een motorfiets duwt wordt voortaan beschouwd als voetganger, en niet als bestuurder zoals voorheen. Hierdoor is het niet langer verplicht om een helm en beschermende kledij te dragen bij het duwen van een motorfiets.