Wat verandert er voor bestuurders van speedpedelecs?
De invoering van de Code van de openbare weg (hierna COW genoemd) heeft gevolgen voor elk type weggebruiker. In dit document proberen we een zo volledig mogelijk overzicht te bieden van wat er allemaal verandert voor gebruikers van speedpedelecs. De nieuwe regels worden hieronder in vet weergegeven.
Definities
De speedpedelec, die tot de categorie ‘bromfietsen’ behoort, wordt ook wel "bromfiets klasse P" genoemd om een directer verband te leggen met de letter "P" die onder het bromfietssymbool op verkeersborden voor dit voertuig is aangebracht.
Voorbeeld:
In plaats van sporadisch gelijkgesteld te worden met fietsers, worden bestuurders van speedpedelecs nu duidelijker geïdentificeerd en krijgen ze hun eigen regels, al zijn die grotendeels identiek aan die voor fietsen. Het gebruik en de bediening van speedpedelecs (waarbij je dus moet trappen) komt overigens meer overeen met die van fietsen dan van bromfietsen.
Waar de benaming "bestuurders van tweewielige bromfietsen" wordt gebruikt, verwijst dit zowel naar speedpedelecs als bromfietsen, zowel van klasse A als van klasse B.
Plaats op de openbare weg
De plaats van bestuurders van speedpedelecs is afhankelijk van de geldende snelheidslimiet:
Waar de toegestane snelheid hoger is dan 50km/u, moeten bestuurders van speedpedelecs, indien mogelijk, gebruikmaken van de volgende delen van de openbare weg:
- het gemarkeerde fietspad rechts in de gevolgde richting;
- het fietspad aangeduid door het bord D7;
D7 - het deel van de openbare weg aangeduid met het bord D9;
D9 - de rechter zijdelingse strook in de gevolgde richting.
Waar de maximumsnelheid 50km/u of lager is, mogen bestuurders van speedpedelecs dezelfde delen van de openbare weg of de rijbaan volgen. Als het symbool voor een speedpedelec op het gemarkeerde fietspad staat, moeten bestuurders van speedpedelecs dit fietspad gebruiken.
Bij afwezigheid van deze voorzieningen moeten ze de rijbaan gebruiken en daarbij rechts houden in de gevolgde richting.
Bestuurders van speedpedelecs mogen het fietspad, het gedeelte van de openbare weg aangeduid met het borden D9 of de zijdelingse strook verlaten om van richting te veranderen of om in te halen.
Bestuurders van speedpedelecs hebben voortaan toegang tot voetgangerszones tenzij dit verboden is door borden.
In een fietszone, een speelstraat en een schoolstraat mogen bestuurders van speedpedelecs de volle breedte van de rijbaan gebruiken wanneer deze alleen voor hun rijrichting beschikbaar is en de halve breedte aan de rechterkant wanneer deze voor beide rijrichtingen beschikbaar is.
Op voorbehouden wegen, in voetgangerszones en erven mogen bestuurders van speedpedelecs de volledige breedte van de openbare weg gebruiken.
Het niet-verplichte fietspad is een nieuw concept. Het is een deel van de openbare weg, aangegeven met het bord R12. Bestuurders van speedpedelecs mogen er gebruik van maken.
R12
Speedpedelecs hebben toegang tot straten voorbehouden voor plaatselijk verkeer.
Voorrang
Daar waar de voorrang niet geregeld is, moet voortaan ook voorrang aan rechts verleend worden aan bestuurders die uit een verboden rijrichting komen.
Verkeer op rotondes
Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen rotondes zonder en met rijstroken.
Rotondes zonder rijstroken:
Zowel bij het naderen van dit type rotondes als op de rotonde zelf zijn bestuurders van speedpedelecs niet verplicht om zo dicht mogelijk langs de rechterkant van de rijbaan te rijden.
Rotondes met meer dan één rijstrook:
Wie de rotonde verlaat bij de eerste afrit, moet zowel bij het naderen van de rotonde als op de rotonde zelf de rechter rijstrook gebruiken. Wie de rotonde bij een verdere afrit verlaat, mag zowel bij het naderen van de rotonde als op de rotonde zelf een rijstrook kiezen. De bestuurder die op een andere dan de rechter rijstrook rijdt, mag pas na de eerste afrit naar de rechter rijstrook op de rotonde gaan.
Veilige afstand bewaren
De zijdelingse afstand tussen een bestuurder van een speedpedelec en een voetganger moet binnen de bebouwde kom ten minste 1m en buiten de bebouwde kom ten minste 1,5m bedragen, ongeacht of men ze voorbijsteekt of kruist, zelfs wanneer de voetganger zich niet op de rijbaan bevindt, zoals op een smal voetpad.Als deze minimumafstand niet kan worden aangehouden, moet de bestuurder van de speedpedelec vertragen om de voetganger te passeren en zo nodig stoppen. In het Vlaams Gewest mag de voetganger slechts stapvoets voorbijgereden worden.
De bestuurder van een speedpedelec moet bovendien een zijdelingse afstand van minstens 1 meter binnen de bebouwde kom en minstens 1,5 meter buiten de bebouwde kom bewaren ten opzichte van een fietser, een bestuurder van een tweewielige bromfiets of een trek-, last- of rijdier. Indien deze minimumafstand niet kan worden gerespecteerd, moet de bestuurder van de speedpedelec bij het kruisen of inhalen zijn snelheid verminderen en, indien nodig, stoppen.
Snelheid
In het Vlaams Gewest zal er nog maar stapvoets gereden mogen worden in erven. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest blijft de snelheidslimiet er 20 km/u.
In het Waals Gewest geldt een snelheidslimiet van 30 km/u op de delen van de openbare weg aangeduid door de verkeersborden D9, D11 of R12. Gebruikers van speedpedelecs die sneller wensen te rijden mogen dat doen op de rijbaan, tenzij de snelheid daar ook beperkt is tot 30 km/u of tenzij ze verplicht worden de genoemde delen van de openbare weg te gebruiken.
Inhalen
Als bestuurders van speedpedelecs zich op een gedeelte van de openbare weg bevinden dat voor hen bestemd is of dat zij verplicht zijn te volgen, en daarop sneller rijden dan voertuigen die zich op een ander gedeelte van de openbare weg bevinden, dan wordt dat niet als inhalen beschouwd.
Ook het voorbijrijden van voertuigen die stoppen of traag rijden wordt niet als inhalen beschouwd.
Filevorming
Op de rijbaan mogen bestuurders van speedpedelecs – tussen rijstroken – auto’s die stilstaan of langzaam rijden voorbijrijden. Net als motorrijders moeten ze daarbij goed opletten en voorrang verlenen aan voertuigen die wisselen van rijstrook.
Dit wordt niet beschouwd als inhalen.
De rijbaan diagonaal oversteken
Op kruispunten waar het verkeer wordt geregeld door verkeerslichten met het silhouet van een fiets omgeven door pijlen, mogen ook bestuurders van speedpedelecs het kruispunt diagonaal oversteken.
Inhaalverbod
Het inhaalverbod geldt ook wanneer het in te halen voertuig een tweewielig voertuig inhaalt.
In groep rijden
In de Code van de openbare weg zijn de regels voor groepen van weggebruikers gebundeld en geharmoniseerd, en dit geldt ook voor bestuurders van speedpedelecs.
- Groepen zijn beperkt tot honderd deelnemers. We spreken van een groep vanaf 10 deelnemers.
Wanneer er meer dan honderd deelnemers zijn, moet men zich opsplitsen in groepen met telkens maximaal honderd deelnemers.
Groepen van meer dan vijftig deelnemers moeten worden begeleid door ten minste twee signaalgevers.
Groepen tussen tien en vijftig deelnemers mogen worden begeleid door ten minste één signaalgever.
Wie een groep speedelecbestuurders of andere groepen weggebruikers begeleidt, heet voortaan ‘signaalgever’.
Plaats op de rijbaan van groepen bromfietsers bestuurders van speedpedelecs:
Bestuurders van speedpedelecs die in groepen rijden, hoeven geen gebruik te maken van fietspaden, de gedeelten van de openbare weg die zijn aangegeven met het bord D9 of zijdelinsgse stroken, en mogen altijd met z'n tweeën naast elkaar op de rijbaan rijden als ze bij elkaar blijven.
Speedpedelec-rijders die met z'n tweeën naast elkaar rijden, mogen alleen de rechterrijstrook gebruiken. Als de rijbaan niet in rijstroken is verdeeld, mogen zij niet meer plaats innemen dan een rijstrook en in geen geval meer dan de helft van de rijbaan.
De busbaan
De status van de busstrook en de bijzondere overrijdbare bedding zijn samengevoegd in de ‘busbaan’. Standaard mogen alleen voertuigen van het openbaar vervoer dit deel van de openbare weg gebruiken. Andere voertuigcategorieën (inclusief speedpedelecs) mogen alleen op deze rijstrook rijden als een bord dit toestaat (het speedpedelecsymbool staat dan op het bord of onderbord).
F17 - Busbaan
Wanneer bestuurders van speedpedelecs op de busbaan mogen rijden, hoeven ze zich daar niet zo ver mogelijk rechts te houden en mogen ze naast elkaar rijden, behalve wanneer er een voertuig van achteren nadert.
Stilstaan en parkeren
Op trottoirs en bermen moeten speedpedelecs met een maximale breedte van één meter zo worden geplaatst dat er een begaanbare doorgang van minstens 1,50 meter overblijft, zodat het voetgangersverkeer niet wordt gehinderd.
Speedpedelecs mogen niet stilstaan of parkeren op podotactiele tegels (tegels die gebruikt worden om slechtzienden te geleiden, bijvoorbeeld naar een zebrapad).
Het parkeren van speedpedelecs op de stoep (of berm) kan worden verboden door middel van het E1-bord aangevuld met het nieuwe M20-onderbord.
E1 - parkeerverbod
M20 - parkeren verboden op het trottoir of op de verhoogde berm
Het symbool op het onderbord kan aangepast worden naar het beoogde voertuigtype.
Het dragen van een helm
De helm moet zodanig worden gedragen dat de beschermende werking niet wordt belemmerd (de helm moet bijvoorbeeld goed vastgegespt zijn). Ter herinnering: bij het rijden op een speedpedelec moet de helm bescherming bieden aan de slapen en de achterkant van het hoofd.
Gebruik van verlichting
Speedpedelecs moeten op de openbare weg altijd een dimlicht en een rood achterlicht voeren. Als het voertuig is uitgerust met dagrijverlichting, kunnen deze overdag en bij goede weersomstandigheden het dimlicht vervangen.
Verkeerslichten
Een aanvullend geel-oranje knipperlicht met het silhouet van een fiets en een knipperende geel-oranje pijl, bij een rood of oranje-geel verkeerslicht, betekent dat fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen (en dus ook speedpedelecs) verder mogen rijden in de richting(en) aangegeven door de pijl(en). Voortaan kan dit verkeerslicht meerdere richtingen aangeven.
Verkeersborden
Zichtbaarheid en contrast
De rode randen en rode diagonale balken zijn omgeven door een witte rand om het bord beter zichtbaar en leesbaar te maken.
Symbolen
Symbolen die gebruikers en voertuigen voorstellen zijn eenvoudiger en moderner.
Er is een symbool voor tweewielige deelbromfietsen (inclusief speedpedelecs).
Voorrangsborden
Er is voortaan maar één bord (B22) meer dat fietsers en speedpedelecs toestaat door rood of oranje licht te rijden, om rechtsaf of linksaf te slaan of rechtdoor te rijden. De pijl(en) geeft (geven) de richting(en) aan waarin het rode of oranje-gele licht mag worden voorbijgereden).
B22
Verkeersborden met bijzondere voorschriften
Verschillende aanwijzingsborden worden verkeersborden met bijzondere voorschriften. Deze borden begrenzen een gebied waar één of meer specifieke regels gelden (inzake snelheid, parkeren, inhalen, enz.):
R9 - Begin van een weg of van wegen voorbehouden voor het verkeer van de aangeduide weggebruikers
De borden F99 (weg of deel van de openbare weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en speedpedelecs) zijn samengevoegd in een nieuw bord R9.
R12 - Begin van een niet-verplicht fietspad
R17 - Begin van een fietszone
Op de borden "Voorbehouden weg", "Voetgangerszone", "Fietszone" en "Erf" kan de wegbeheerder ervoor kiezen om de maximumsnelheid in de zone aan te geven, wat des te nuttiger is omdat deze van gewest tot gewest kan verschillen.
Aangezien deze borden een gereglementeerd gebied bestrijken waar verschillende specifieke regels van toepassing kunnen zijn (snelheidsovertredingen, parkeren, inhalen, ruimte op de openbare weg, etc.), zal er altijd een bord worden voorzien om het einde van de zone aan te geven.
Wegmarkeringen
Tijdelijke gele markeringen vervangen witte wegmarkeringen tijdens wegwerkzaamheden. De gele kleur kan worden gebruikt voor alle soorten tijdelijke markeringen (rijstroken, zebrapaden, fietspaden, enz.) tijdens wegwerkzaamheden.
Met eventuele witte wegmarkeringen in de buurt moet geen rekening meer worden gehouden.