(Opgeheven)
Art. 2. Dit besluit bepaalt de procedureregels tot toekenning van een vergunning voor uitzonderlijk vervoer.
Het voorziet ook in de algemene voorwaarden waaraan die vergunning onderworpen wordt, met inbegrip van retributies waarvan het het tarief en de inningsmodaliteiten bepaalt.
(Opgeheven)
(Opgeheven)
(Opgeheven)
Art. 7. § 1. (Opgeheven)
§ 2. De aanvraag is ontvankelijk als de retributies betreffende vroeger ingediende aanvragen overeenkomstig de
bepalingen van artikel 11 zijn betaald.
§ 3. Indien de vergunningsaanvraag onvolledig is en aanvullende informatie vereist, wordt binnen vijf werkdagen na ontvangst van de aanvraag een overzicht van de ontbrekende gegevens aan de aanvrager gestuurd.
De aanvrager wordt in kennis gesteld van de datum van ontvangst van de ontbrekende gegevens.
Indien nogmaals bijkomende informatie vereist wordt, wordt binnen drie werkdagen, te rekenen vanaf de datum bedoeld in het tweede lid, opnieuw een overzicht van de ontbrekende elementen aan de aanvrager gestuurd.
De procedure herbegint overeenkomstig het tweede en derde lid totdat de aanvraag volledig is.
§ 4. De aanvrager wordt in kennis gesteld van de noodzaak van een raadpleging binnen:
1o vijf werkdagen na ontvangst van de aanvraag of
2o drie werkdagen na ontvangst van de bijkomende informatie bedoeld in § 3.
§ 5. De toestemming of de weigering wordt aan de aanvrager meegedeeld binnen vijf werkdagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag, of, desgevallend, van de bijkomende informatie. Die termijn bedraagt vijftien werkdagen voor een aanvraag waarvoor een raadpleging vereist wordt.
(Opgeheven)
Art. 11. § 1. De aanvrager moet voor de behandeling van de vergunningsaanvraag een retributie betalen na kennisgeving van de toestemming, namelijk :
1o 25 euro voor een uitzonderlijk voertuig van de categorieën 1 en 2;
2o 40 euro voor een uitzonderlijk voertuig van de categorieën 3 en 4.
§ 2. Indien de termijnen bedoeld in artikel 7, §§ 3 en 5, in acht genomen worden, is het bedrag van de retributie bedoeld in § 1 opeisbaar.
§ 3. 20 % van het bedrag van de retributie bedoeld in § 1 blijven als dossierkosten opeisbaar, zelfs in geval van weigering van de vergunning of van niet inachtneming van de termijnen bedoeld in artikel 7, §§ 3 en 5 of van annulering van de vergunningsaanvraag door de aanvrager.
§ 4. De bedragen opgenomen in § 1 zijn gekoppeld aan de gezondheidsindex van de maand november 2011.
Zij worden automatisch aangepast op 1 januari van elk jaar naar gelang van de evolutie van de gezondheidsindex van de maand november van het voorafgaande jaar.
Bij het indexeren wordt de uitkomst in voorkomend geval verhoogd met hoogstens 0,50 euro of verminderd met hoogstens 0,49 euro om een geheel getal te verkrijgen.
(Opgeheven)