Wat verandert er voor automobilisten?
De invoering van de Code van de openbare weg (hierna COW genoemd) heeft gevolgen voor elk type weggebruiker. In dit document proberen we een zo volledig mogelijk overzicht te bieden van wat er allemaal verandert voor automobilisten. De nieuwe regels worden hieronder in vetjes weergegeven.
Snelheidsbeperkingen
De specifieke minimumsnelheid van 70 km/u op autosnelwegen vervalt. Uiteraard blijven het algemene verbod om abnormaal traag te rijden en het toegangsverbod voor voertuigen die geen 70 km/u halen op vlakke weg wel gelden.
In het Vlaams Gewest zal er nog maar stapvoets gereden mogen worden in erven. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest blijft de snelheidslimiet er 20 km/u.
Begin 2027 zal er een fiche beschikbaar gesteld worden die gewijd is aan de veranderingen met betrekking tot de snelheidslimieten.
Voorrangsregels
Bestuurders die de hoofdrijbaan van een snelweg oprijden, moeten voorrang verlenen aan bestuurders die op de snelweg rijden. Deze regel betekent dat wegbeheerders niet langer bij elke oprit van een snelweg een B1-bord hoeven te plaatsen.
Bestuurders die een niet-verplicht fietspad (R12) oversteken, moeten voorrang verlenen aan het verkeer dat er gebruik van maakt.
R12
Veilige afstand bewaren
De zijdelingse afstand tussen een rijdend voertuig en een voetganger moet binnen de bebouwde kom ten minste 1m en buiten de bebouwde kom ten minste 1,5m bedragen, ongeacht of men ze voorbijrijdt of kruist, zelfs wanneer de voetgangers zich niet op de rijbaan bevinden, zoals op een smal voetpad. Indien deze minimumafstand niet kan worden nageleefd, moet de bestuurder vertragen om de voetganger voorbij te rijden en zo nodig moet hij stoppen. In het Vlaams Gewest mag de voetganger slechts stapvoets voorbijgereden worden.
Ook voor ruiters geldt een minimale zijdelingse afstand van 1m (binnen de bebouwde kom) of 1,5m (buiten de bebouwde kom).
Alle bestuurders moeten te allen tijde, afhankelijk van hun snelheid, voldoende afstand houden ten opzichte van hun voorligger. Wanneer de snelheidslimiet hoger is dan 50 km/u, is de afstand die moet worden aangehouden tot het voorliggende voertuig de afstand die dat voertuig heeft afgelegd gedurende een periode van ten minste twee seconden.
Kruisen en inhalen
Wanneer de breedte van de rijbaan het niet toelaat om gemakkelijk te kruisen of in te halen, kan de bestuurder gebruikmaken van de gelijkgrondse berm, evenals van de parkeer- en zijstroken.
Files voorbijrijden
Fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen mogen auto's die stilstaan of langzaam rijden langzaam voorbijrijden. Net als bij motorrijders moet je er voldoende aandacht aan schenken en ze voorrang geven als je van rijstrook wisselt.
Inhaalverbod
Het is verboden een bestuurder in te halen wanneer deze een andere bestuurder inhaalt. Dit verbod geldt ook voor bestuurders van tweewielige motorfietsen. Voertuigen die een motorfiets inhalen mogen dus op hun beurt niet langer worden ingehaald. Dit verbod geldt niet op rijbanen met drie of meer rijstroken in de gevolgde richting.
Rotondes
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen rotondes zonder en met rijstroken.
- Rotondes zonder rijstroken:
Zowel bij het naderen van dit type rotondes als op de rotonde zelf zijn bestuurders niet verplicht om zo dicht mogelijk langs de rechterkant van de rijbaan te rijden.
- Rotondes met meerdere rijstroken:
Wie de rotonde verlaat bij de eerste afrit, moet zowel bij het naderen van de rotonde als op de rotonde zelf de rechter rijstrook gebruiken. Wie de rotonde bij een verdere afrit verlaat, mag zowel bij het naderen van de rotonde als op de rotonde zelf een rijstrook kiezen. De bestuurder die op een andere dan de rechter rijstrook rijdt, mag pas na de eerste afrit naar de rechter rijstrook op de rotonde gaan.
Veiligheidsgordels en kinderbeveiligingssystemen
De bestuurder mag alleen passagiers vervoeren die correct beschermd zijn door veiligheidsgordels en kinderbeveiligingssystemen. De bestuurder kan dan ook worden bestraft als de passagier geen veiligheidsgordel draagt. Ook de passagier kan een boete krijgen als hij of zij nalaat de veiligheidsgordel te dragen, met dien verstande dat kinderen jonger dan 16 jaar niet strafrechtelijk kunnen worden vervolgd.
De vrijstelling van het dragen van de autogordel geldt voortaan voor alle soorten goederenbezorgers, binnen de bebouwde kom, met een maximumsnelheid van 30km/u en wanneer de afstand tussen twee leveringen maximaal 500 meter is.
Het dragen van veiligheidsgordels is verplicht bij achteruitrijden. Er zijn hieromtrent geen uitzonderingen meer.
Gebruik van de lichten
Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en in alle omstandigheden waarin het zicht minder is dan circa 100m de stand- of de dimlichten worden gebruikt wanneer een voertuig stilstaat of geparkeerd is op de rijbaan. (Vroeger was dat bij beperkt zicht tot 200m.) Er wordt expliciet vermeld dat deze regel niet van toepassing is als het voertuig binnen de bebouwde kom geparkeerd staat. Wanneer het voertuig stilstaat, blijft de verplichting van kracht omdat het de zichtbaarheid (en dus de veiligheid) verhoogt tijdens activiteiten zoals het laden en lossen van goederen of het in- en uitstappen van personen.
Het grootlicht moet worden gedoofd en vervangen door dimlicht wanneer men een ander voertuig volgt. De afstand van 50 meter is niet langer opgenomen in de regel.
Ongevallen en defecte voertuigen
Het gebruik van waarschuwingslichten, waar mogelijk, wordt verplicht. De gevarendriehoek moet alleen worden geplaatst als de waarschuwingslichten niet kunnen worden gebruikt.
In plaats van enkel op autosnelwegen, moet de gevarendriehoek ongeveer 100m vóór het defecte voertuig worden geplaatst op wegen met ten minste twee rijstroken per rijrichting en waarvan de rijrichtingen gescheiden zijn op een andere manier dan door wegmarkeringen.
Op andere wegen moet de gevarendriehoek ongeveer 30m vóór het defecte voertuig worden geplaatst.
Het wordt verboden om voertuigen te herstellen op autosnelwegen.
Gebruik van een fluohesje
Op autosnelwegen en autowegen, evenals in tunnels, moet de bestuurder van een voertuig dat defect is, betrokken is geweest bij een ongeval of een lading heeft verloren, een retroreflecterend eveiligheidsvest dragen wanneer het voertuig zich op een plaats bevindt waar stoppen of parkeren verboden is.
Scherm
Het verbod om een mobiel elektronisch apparaat met een scherm te gebruiken, tenzij het in een daartoe bestemde houder aan het voertuig bevestigd is, uitgebreid naar de persoon die een bestuurder begeleidt in het kader van de rijopleiding.
Snelheidsraces
Het verbod op dit soort gedrag geldt voor alle vormen van demonstratie van vaardigheid, ook zonder dat er een wedstrijdelement aan te pas komt. Het doel is om "abnormaal" gedrag te verbieden (bijvoorbeeld driften, gymkhana, wheeling of stoppie, enz.)
De busbaan
De status van de busstrook en de bijzondere overrijdbare bedding zijn samengevoegd in de ‘busbaan’. Standaard mogen alleen voertuigen van het openbaar vervoer dit deel van de openbare weg gebruiken. Andere voertuigcategorieën mogen er alleen gebruik van maken als een bord dit toestaat (het type voertuig wordt dan weergegeven op een onderbord.)
Het verschil tussen de busbaan en de bijzondere overrijdbare bedding was dat bestuurders de busbaan bij het naderen van het kruispunt konden gebruiken om van richting te veranderen, wat niet gold voor een bijzondere overrijdbare bedding.
Het is toegestaan om de busbaan te gebruiken, vanaf de onderbroken streep indien voorzien, om van richting te veranderen bij het volgende kruispunt.
Stilstaan en Parkeren
Het is ook nu verboden te stoppen en te parkeren op deze locaties en in deze omstandigheden:
- Langs een ononderbroken gele lijn;
- Op plaatsen waar de doorgang van voertuigen op sporen zou worden belemmerd (hier mag je dus ook niet langer stilstaan);
- Op rotondes;
- Op minder dan 5m aan weerszijden van de plaatsen waar fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten en ook op plaatsen waar zij verplicht zijn het gedeelte van de openbare weg aangeduid met de borden D9 of D11 en de zijstrook te verlaten.
- Op minder dan 1,5m afstand (voor en achter het obstakel) op plaatsen waar voetgangers, fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen de rijbaan moeten gebruiken om om een obstakel heen te gaan (hier mag je dus ook niet langer stilstaan);
- Op plaatsen voor mensen met een handicap (om te garanderen dat de ruimte beschikbaar is) (hier mag je dus ook niet langer stilstaan);
- Op busbanen (hier mag je dus ook niet langer stilstaan);
- Op niet-verplichte fietspaden;
- Op het fietspad en op de delen van de openbare weg aangegeven met borden D9, D11, D13 of D15
D9 - Deel van de openbare weg verplicht voor voetgangers, fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A
D11 - Deel van de openbare weg verplicht voor voetgangers en fietsers
D13 - Deel van de openbare weg verplicht voor voetgangers
D15 - Deel van de openbare weg verplicht voor ruiters
- Op blindegeleidetegels.
Het is verboden te parkeren op minder dan 15m aan weerszijden van een bord dat een bus- of tramhalte aanduidt. Als er een aangepaste stoeprand of zigzagmarkering is die deze halte aanduidt, geldt het verbod over de gehele lengte van de stoeprand of zigzagmarkering.
Alle regels met betrekking tot de beperkte parkeertijd (blauwe zone) en betalend parkeren – inclusief het gebruik van parkeerschijven en parkeerkaarten – zijn opgenomen in de regionale codes. Begin 2027 zal er een fiche beschikbaar gesteld worden die gewijd is aan de veranderingen met betrekking tot het stilstaan en parkeren.
Bewegwijzering
De rode randen en rode diagonale balken zijn omgeven door een witte rand om het bord beter zichtbaar en leesbaar te maken. De symbolen die weggebruikers en voertuigen voorstellen zijn gemoderniseerd, abstracter gemaakt en sekseneutraal.
1) Nieuwe borden om het type gevaar nauwkeuriger aan te geven:
A8 - onstabiele berm
A16 - ijs of sneeuw
A18 - mist
A24 - plaats waar speciaal veel ruiters komen
A27 - overstekende dieren (waarbij het symbool kan worden aangepast aan de diersoort)
A32 - files
A34 - ongeval
A52 - rijsporen
A53 - intrekbare paaltjes
2) Nieuwe verbodsborden:
C8 - Verbod van toegang voor bestuurders van landbouwvoertuigen
C22 - verbod van toegang voor voertuigen of treinen van voertuigen waarvan de asmassa de aangegeven massa overschrijdt
C30 - verbod van toegang voor voertuigen die een kampeeraanhangwagen (caravan of vouwcaravan) trekken
C31 - verbod op toegang voor kampeerwagens
C49 - verbod op toegang voor motorvoertuigen waarvoor een selectief toegangsbeleid geldt dat gerechtvaardigd is om redenen van levenskwaliteit
Het toepassingsgebied van bepaalde verbodsborden is verduidelijkt of uitgebreid:
C21 - Het toegangsverbod geldt voor voertuigen en slepen waarvan de massa in beladen toestand de aangegeven massa overschrijdt.
C23 - Het toegangsverbod geldt voor touringcars en ook voor bussen.
C25a
C25b
C25c Het toegangsverbod geldt voor voertuigen en slepen die gevaarlijke goederen vervoeren.
C35
C39 Deze inhaalverboden gelden ook voor motoren.
C27
C29 Het inrijverbod geldt voor voertuigen en slepen met een breedte/hoogte, inclusief lading, die groter is dan aangegeven.
3) Nieuwe gebodsborden:
D17 en D18 verwijzen naar de verplichting om dimlicht te gebruiken, bijvoorbeeld in bossen of tunnels.
D17 - Verplicht gebruik van de dimlichten
D18 - Einde van het verplicht gebruik van de dimlichten
4) Borden met betrekking tot stilstaan en parkeren.
Het halfmaandelijks wisselend parkeren is afgeschaft.

Er is nu nog maar één bord E9, dat kan worden aangevuld met een extra bord, om de categorie van toegestane gebruikers aan te geven, maar ook tijden (bijv. van 10.00 tot 13.00 uur) of beperkte tijdsduur (bijv. 10 minuten).
E9 - Parkeren toegelaten
5) Aanwijzingsborden:
Er is een nieuw bord voor de busbaan. De pijlen op het bord geven de rijrichting aan op delen van de openbare weg. Dit verkeersbord kan ook de rijstrookmarkeringen weergeven.
F17 - Busbaan
De kleuren van de borden F23b en F23c zijn geharmoniseerd (wit op een groene achtergrond).
F23b
F23c - Nummer van een autosnelweg/van een internationale weg
Het aanwijzingsbord dat een uitwijkmanoeuvre aankondigt (F96) wordt toegevoegd: het aantal pijlen komt overeen met het werkelijke aantal rijstroken. Het De afbeelding komt overeen met de wegsituatie.
F96 - Voorwegwijzer die een uitwijking aankondigt
De voormalige F99a, F99b en F99c (voorbehouden wegen) zijn samengevoegd in één regeling (R9).
→
R9 - begin van een weg die voorbehouden is voor aangegeven gebruikers
Verschillende aanwijzingsborden worden verkeersborden met bijzondere voorschriften (zie punt 6):
- F1a F1b - begin van een bebouwde kom
- F5 - begin van een autosnelweg
- F9 - autoweg
- F12a - begin van een woongebied
- F99a F99b F99c - begin van een voorbehouden weg
- F103 - begin van een voetgangerszone
- F111 - begin van een fietszone
- F119 - begin van een luchthavengebied
6) Verkeersborden met bijzondere voorschriften:
Deze borden bakenen een gebied af waar een of meer specifieke regels gelden (snelheid, parkeren, inhalen, enz.) : schoolzone, erf, voorbehouden wegen, niet-verplicht fietspad, voetgangerszone, fietszone, luchthavenzone, bebouwde kom, snelweg, autoweg, wegwerkzaamheden.
R1 begin van een schoolomgeving
R5 - Begin van een erf
R9 - Begin van een weg voorbehouden voor de aangeduide gebruikers
R12- Begin van een niet-verplicht fietspad
R14 - Begin van een voetgangerszone
R17 - Begin van een fietszone
R21 - Begin van een luchthavenzone
R25 - Begin van een bebouwde kom
R29 - Begin van een autosnelweg
R33 - Begin van een autoweg
R37 - Begin van wegwerkzaamheden
Op de borden "voorbehouden weg", "voetgangerszone", "fietszone" en "erf" kan de wegbeheerder ervoor kiezen om de maximumsnelheid in de zone aan te geven, wat aangewezen is omdat deze van regio tot regio kan verschillen.
Aangezien verkeersborden met bijzondere voorschriften een geografisch gebied bestrijken waar verschillende specifieke regels van toepassing kunnen zijn (snelheid, parkeren, inhalen, ruimte op de openbare weg, enz.) zal er telkens ook in een bord worden voorzien om het einde van dat gebied aan te geven.
7) Wegmarkeringen:
De status van de busstrook en de bijzondere overrijdbare bedding zijn samengevoegd in de ‘busbaan’. Standaard mogen alleen voertuigen van het openbaar vervoer dit deel van de openbare weg gebruiken. Andere voertuigcategorieën mogen er alleen gebruik van maken als een bord dit toestaat (het type voertuig wordt dan weergegeven op een onderbord).
Tijdelijke gele markeringen vervangen witte wegmarkeringen tijdens wegwerkzaamheden. De gele kleur kan worden gebruikt voor alle soorten tijdelijke markeringen (rijstroken, voetgangersoversteekplaatsen, fietspaden, enz.).