Het koninklijk besluit van 22 juli 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad verduidelijkt bepaalde overtredingen in verband met het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen en brengt de regelgeving in overeenstemming met de wijzigingen die zijn aangebracht in het koninklijk besluit van 8 januari 1996 tot regeling van de inschrijving van de commerciële platen en de nationale platen voor motorvoertuigen en aanhangwagens. De aanpassingen treden in werking op 1 november 2026.
Het koninklijk besluit van 22 juli 2026, gepubliceerd op 27 juli 2026 in het Belgisch Staatsblad, wijzigt het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer. De aanpassingen treden in werking op 1 november 2026.
Deze wijzigingen hebben hoofdzakelijk twee doelstellingen:
- Bepaalde overtredingen in verband met het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen verduidelijken;
- Het koninklijk besluit van 30 september 2005 in overeenstemming brengen met de wijzigingen die door het koninklijk besluit van 15 december 2019 in het koninklijk besluit van 8 januari 1996 tot regeling van de inschrijving van de commerciële platen en de nationale platen voor motorvoertuigen en aanhangwagens.
Overtredingen van de tweede graad met betrekking tot de voertuiginschrijving
Er zijn verschillende aanpassingen met betrekking tot de overtredingen waarop het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen betrekking heeft.
Het in het verkeer brengen van een voertuig zonder te voldoen aan de voorwaarden inzake de leesbaarheid van het kenteken of de afbeelding daarvan wordt voortaan uitdrukkelijk aangemerkt als een overtreding van de tweede graad, net als het niet naleven van de voorwaarden voor de plaatsing van dit kenteken.
Overtredingen van artikel 31 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001, namelijk handelingen aan een kentekenplaat of in de onmiddellijke omgeving daarvan die aanleiding geven tot verwarring met de inhoud van die kentekenplaat, worden voortaan uitdrukkelijk aangemerkt als overtredingen van de tweede graad. Voorheen werd dit artikel weliswaar vermeld in het koninklijk besluit van 30 september 2005, maar werden de gedragingen die het bestraft niet duidelijk opgenomen onder de overtredingen van de tweede graad, wat tot verwarring kon leiden.
Het koninklijk besluit van 22 juli 2026 maakt ook een duidelijker onderscheid tussen de overtredingen van de twee voorgaande punten.
Aanpassing van de verwijzingen naar het koninklijk besluit van 8 januari 1996
Het koninklijk besluit van 22 juli 2026 brengt tevens verschillende technische wijzigingen aan om rekening te houden met de hervorming die is ingevoerd bij het koninklijk besluit van 15 december 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 tot regeling van de inschrijving van de commerciële platen voor motorvoertuigen en aanhangwagens.
Sinds deze hervorming zijn de titel van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 en de nummering van verschillende bepalingen ervan gewijzigd. Aangezien het koninklijk besluit van 30 september 2005 niet gelijktijdig werd aangepast, waren sommige verwijzingen niet langer correct. De verwijzingen in het besluit waarin de overtredingen per graad worden aangeduid, zijn daarom bijgewerkt om aan te sluiten bij de momenteel geldende reglementering.
Opname van de voorwaarden gekoppeld aan de “beroepsplaat” in de overtredingen van de tweede graad
Het koninklijk besluit van 22 juli 2026 houdt ook rekening met de “beroepsplaat”, ingevoerd bij het besluit van 15 december 2019.
Tot nu toe waren de overtredingen in verband met deze kentekenplaten niet opgenomen onder de overtredingen van de tweede graad, in tegenstelling tot de overtredingen met betrekking tot „proef“- en „handelaars“-kentekenplaten. Om de samenhang tussen deze verschillende categorieën speciale kentekenplaten te waarborgen, bepaalt het besluit voortaan dat het in het verkeer brengen van een voertuig met een beroepsplaat zonder de voor deze inschrijving voorgeschreven voorwaarden na te leven, een overtreding van de tweede graad vormt.
Ook de verplichting om bij een controle bepaalde documenten voor te leggen, wordt aangepast. Naast de kentekenbewijzen ’’proefrittenplaat’’, handelaarsplaat’’ en “beroepsplaat” moet het attest van voorlopige registratie van het beroepsnummer, evenals de documenten vermeld in de bijlagen 1 tot en met 3 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, aan de controleambtenaren kunnen worden voorgelegd.
Ander recent nieuws
30 jaar nuchter rijden met BOB
Verminderde zichtbaarheid: de winter brengt voetgangers in gevaar
Wanneer de dagen korter worden en het eerder donker wordt, neemt de zichtbaarheid op onze wegen sterk af. Deze seizoensgebonden verandering is niet onbelangrijk en leidt tot een aanzienlijke toename van het aantal ongevallen met voetgangers.